INHOUD

Start Izmir Ankara Erzurum Dogubeyazit Van Diyarbakir Kahta Malatya Kayseri Cappadocie Ankara2 Izmir2

REISSITE
JOS & CLIM
 

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

Wie zijn we?  
Welke landen?

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË   AUSTRALIE  
BALI 

BELIZE  
CALIFORNIË
   CANADA  
CHINA  

CHILI  
CUBA 
CURAÇAO   CYPRUS  

ECUADOR  
EGYPTE   FOTOSITE  
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID
ISRAËL 
JAVA    JORDANIË   KRETA     
MADEIRA
 

MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK  
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 

RAJASTHAN
RUSLAND   SINGAPORE  
SRI  LANKA
  
SUMATRA
   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1   TURKIJE 2  
UNESCO SITE  

URUGUAY
USA CROSSING  
ZUID-AFRIKA 

 

 

REISSITE
JOS & CLIM
 

 

Van


CITAAT

"Wie niet geoefend is, verstaat weinig, maar wie veel rondgezworven heeft, is vol schranderheid.”
Jezus Sirach
Woensdag 31 juli
Dag 9

We waren ruimschoots op tijd op om de bus van 9 uur naar Van te halen. Jos, die zich uitermate beroerd voelde, rekende af en vroeg tevens een echte rekening, Tot dusverre hadden we die in de hotels nog niet ontvangen wegens belastingtechnische redenen. In het wachtlokaal van de busonderneming zaten we ons te vervelen. De bus kwam maar niet opdagen, maar niemand die er aan dacht ons daarvan op de hoogte te stellen. Jos maakte daarover op hoge toon ruzie met de dikdoenerige, maar lijntrekkende functionarissen. Later bleek de bus vertraging te hebben wegens een klapband. Even na half tienen konden we dan toch vertrekken.

Even na elven aankomst in de stad Agri.  Daar moesten we overstappen, dat was evident, maar hoe laat en in welke bus? Na lang vijven en zessen hadden we iemand gevonden die daarover uitsluitsel kon geven. We moesten met een bevriende maatschappij mee; vertrektijd: 13.00 uur. Jos was inmiddels écht ziek, want ook hier barstte hij in woede uit en wel toen hij hoorde dat Robbert en hij door een stel Turken werden uitgescholden voor “sjiesjman”, hetgeen “dikke, opgezwollene" betekent. De Turken keken verbaasd op. Ze hadden niet verwacht dat we dat zouden kunnen verstaan. In de stationsrestauratie at Robbert. Jos bleef nuchter. De rest van de wachttijd verbeiden we in de theetuin, waar een zwerm schoenpoetsertjes ons lastig bleef vallen. Ook erg opvallend bij die busstations: hordes jongemannen die als vliegen om je heen zwermen en zoemen en je hun diensten aanbieden c.q. opdringen. Na verloop van tijd gingen we daar nogal agressief op reageren.

Op weg naar Van. helemaal op de achterbank gezeten. Tot overmaat van ramp hadden we hier opnieuw arrogante Hollanders als buurlui. Ze gedroegen zich in onze ogen walgelijk ("De Turken in de fabriek van mijn oom gedragen zich doorgaans precies gelijk kleine kinderen", zei de afgestudeerde tandarts. "In Van geven we toch wel de voorkeur aan een comfortabel hotel, liefst met zwembad en casino", zei een ander.) Robbert gedroeg zich stug tegen hen; Jos zweeg helemaal, want hij sliep bijna de gehele reis. Alleen als er werd gestopt, ontwaakte hij.Zo maakte hij nog kennis met een typische Koerdische boer wiens zoon leraar was in West‑Berlijn. De boer had zijn dochter naar de dokter gebracht. Volgens Robbert was het omringende berglandschap grandioos; Jos had daar helemaal niets van meegekregen.

Aankomst in het stadje Van (30.000 inwoners) dat enkele kilometers van het gelijknamige meer ligt. Het loopt tegen de avond. We vonden al snel een redelijk goed hotel voor fl 15.‑ per persoon. (Hotel Paris) We deden onze vuile kleding (vooral sokken en ondergoed) in de badkuip en lieten die uitweken. Onze hemden en broeken hadden we toen al aan een geïmproviseerde lijn in de kamer hangen. Jos had 39,3 graden koorts. Hij begon maar direct de Clamoxil‑tabletten (antibiotica) van Robbert te slikken.

Robbert ging die avond alleen op pad om te eten en inkopen te doen (postzegels, kaas, bier, water, brood. etc.). Natuurlijk at hij weer een hele haan. Met de inkopen had hij geen problemen. Jos zat ondertussen in de lobby wat te suffen. In lezen had hij geen zin en zelfs het glaasje bier dat hij had besteld liet hij onaangeroerd staan. Een echt bewijs dat hij ziek was. Hij kroop dan ook maar weer onder de wol, maar niet voor lang. Een plotselinge aanval van diarree bezorgde hem een volle broek, dus dat was weer douchen geblazen.

Donderdag 1 augustus

CITAAT

"De wereld is een soort boek, waarvan men slechts de eerste bladzijde gelezen heeft, als men enkel zijn eigen land heeft gezien."

De Montbron
Dag 10

We staan beiden gelijk op. Jos voelt zich wonder boven wonder kiplekker en zijn koorts is als bij toverslag verdwenen. Een direct gevolg van de Clamoxyl of van het overvloedige transpireren 's nachts? Wel kampt hij nu met een hevige diarree, waarvoor hij opnieuw een greep doet uit Robbert's uitgebreide reisapotheek; ook ditmaal met succes We nemen ons wasgoed af en vouwen het netjes op. We gebruikten het ontbijt in het hotel. We kregen er 2 wel erg snottige eitjes geserveerd (slechts 2 min. gekookt), maar desondanks smaakten ze best. Per dolmusj wilden we naar het kasteel gaan, maar volgens de receptionist reden er alleen taxi's naar toe. Jos geloofde hem, maar Robbert vond dit uiterst ongeloofwaardig. Hij had gelijk, want er reden wel degelijk erg goedkope dolmusjen naar de "kale" (burcht). Voor we vertrokken reserveerden we alvast de reis naar Diyarbakir voor de volgende dag.

Aan de voet van de burcht heuvel lag een soort moskee (een heilige plaats?), waar zich veel vrouwen en kinderen ophielden. We beklommen de berg en de ruïnes onder toenemende belangstelling van kleurig geklede meisjes. Robbert maakte een leuke foto van hen. Bij de ruïnes, van waaruit we een fantastisch uitzicht hadden op het meer en de omgeving van Van, drong zich een jongeman als gids aan ons op. We lieten die Mustafa maar zijn gang gaan. Verder was er ook nog een Joegoslavisch paar op zoek naar de Urartu ‑ beschaving uit de 8de eeuw voor Christus. Met zijn zessen waren we de enige bezoekers. Op het hoogste punt van de burcht bevond zich een verroest monument voor Atatürk, waarvan we opzettelijk geen foto maakten. We gaven Mustafa Tl 100 voor zijn diensten en daalden aan de andere kant af.

Aan een fris kabbelend beekje lag daar een lommerrijke uitspanning, een ideale plek om uit te rusten, thee te drinken en kaarten te schrijven. Naast ons zat een stel politieagenten (allen erg gezond ogend, dat viel op) schaamteloos een copieus maal naar binnen te schrokken. Ze nodigden ons aan hun tafel uit, maar we sloegen het aanbod beleefd af. De flesjes frisdrank lagen te koelen in de bergbeek. Ja, het was waarlijk goed toeven op die rustige plek! In de buurt lag verder nog een forellenkwekerij, die we even kort bezochten.

Na de rustpauze begaven we ons op weg naar de oevers van het meer, dat we zo'n kilometer of twee verderop zagen schitteren. We wilden geen omweg maken, dus kozen we de kortste manier, namelijk recht door een stuk land dat er als weidegrond uitzag, maar eigenlijk meer recht had op de benaming moeras. Daar kwamen we helaas te laat achter. We zaten er al middenin, toen een groep meisjes ons in het oog kreeg. Ze vlogen op ons af en begonnen te bedelen om geld en kauwgom. We waren voor hen een welkome afwisseling voor hun dagelijkse werk, dat bestond uit het verzamelen van de koeienflaters die gedroogd worden en in de barre wintermaanden als brandstof worden gebruikt. (In Oost‑Turkije heerst een landklimaat met zeer strenge winters.) De meisjes, waarvan sommigen zuigelingen op hun heup droegen, werden  allengs agressiever en begonnen aan onze kleren en schoudertassen te plukken. Gelukkig werden we op dat moment ontzet door twee opgeschoten knapen, die de handtastelijke meiden met harde hand verjoegen. In ruil voor wat sigaretten van Robbert (die raakte op deze manier in een mum door zijn tabaksvoorraad heen!) leidden zij ons door het moeras. Hiertoe sleepten zij rotsblokken aan die voor ons als een soort 'stepping stones' fungeerden. Desondanks zakte Jos met zijn sandalen behoorlijk diep weg in de zuigende prut. Na verloop van tijd passeerden we een armetierige nederzetting, waar het vee los rondliep. De waterbuffels waadden op hun gemak in de plassen en sloten rond en de vrouwen en kinderen riepen ons na: "Alman? Ingiliz? Hello! Goodbye! Thank you!" Het was een dorp vol koeienhoeders. Onderweg waren we ook nog gestuit op een kolonie kikkers van wel zeer grote omvang; bij onze nadering doken ze met honderden tegelijk het veilige water in. Vroeger schenen er in ons waterrijke Nederland ook zo veel kikvorsen te zijn ...

De oever van het meer van Van viel nogal tegen; we hadden een vervuild stukje strand getroffen, met zwart vulkanisch zand en allerlei groene viezigheid in het water drijvend. We waagden ons er niet in. De autochtone bevolking trok zich echter niets van die troep aan en spartelde er lustig op los. Zelfs traditioneel geklede vrouwen namen een frisse duik, weliswaar met hun kleren aan. Robbert ontdekte evenwel een jonge Turkse, die met geheel ontbloot bovenlijf baadde. We keerden te voet terug naar Van, maar onderweg konden we op een bus stappen. Deze stopte vlakbij ons hotel. Na de receptionist beticht te hebben van onjuiste informatie, gingen we op onze kamer de rest van onze kleding een goede wasbeurt geven.

Rond een uur of zes aanschouwden we vanaf ons balkon een interessant tafereel buiten op straat. Een fleurig uitgedoste zigeunerin stond fier met een vervaarlijk uitziende ijzeren staaf een op de straat staande zak met onbekende inhoud te verdedigen, terwijl ze iedere voorbijganger uitschold, vervloekte en met haar slagwapen bedreigde. Straatschoffies bleven haar tergen, gooiden met stenen en deden uitvallen naar haar dierbare zak. We kwamen er niet achter wat er nu precies aan de hand was.

Ons schamele hotel in Van, een blokkendoos De interessante Urartu - burcht in Van

's Avonds belandden we in een theehuis waar de kelner staaltjes van zijn vakmanschap ten beste gaf: hij serveerde moeiteloos tien glaasjes thee met onderzetters (schoteltjes) tegelijk met niets anders dan zijn twee handen. We keken bewonderend toe. Jos liet hier zijn sandalen poetsen. Voor de grijze schoenen van Robbert had de schoenpoetser niet de juiste kleur in huis; zijn schoenen kregen dus geen schoonmaakbeurt. Op de televisie volgden het dagelijkse nieuws, dat steevast inzette met een beeld of  foto van de vette, ongure tronie van Turgut Ozal, de Turkse premier.  Halve haan eten in een druk beklante zaak; met name toeristen uit het belendende luxehotel dineerden er. Jos bouwde met de afgekloven botjes op zijn bord een waar knekelveld, waarop hij triomfantelijk een Turks vlaggetje plaatste. De jonge kelner kon dit wel waarderen.

In de bar van het hotel dronken we een glas bier. We betaalden alvast de rekening, maar toen Jos om een kwitantie verzocht moesten we ineens zo'n 10% meer betalen vanwege toegevoegde KDV, de Turkse variant van onze BTW. We protesteerden verder maar niet; uiteindelijk hadden we zelf om dat officiële papier gevraagd.


Vorige Start Volgende