|
INHOUD
REISSITE
|
Lang wachten op de bus naar Malatya. Ondertussen thee drinken, kola drinken, limonade drinken .... Robbert was begonnen met het boek "Garp" van John Irving en liet zich hierdoor niet van de wijs brengen, terwijl Jos zich hoe langer hoe meer begon op te winden omdat de bus al een uur te laat was. Uiteindelijk verscheen ze toch en maakte ze ook nog een fikse omweg over Gölbasji. We hadden met een bijzonder irritante chauffeur van doen. Op rechte en vlakke wegen sukkelde hij in een slakkengangetje voort, maar in onoverzichtelijke bochten en langs peilloze kloven leefde hij pas op en trapte hij de bus op zijn staart. We beleefden menig hachelijk moment en het water stond ons in de handen. Tijdens een korte stop beweerde hij dat er tijd genoeg was om wat warms te eten, dus wij lekker voer bestellen. Maar wat deed de rotzak? Na 5 minuten stapte hij al op en begon ie ongeduldig te toeteren en tergend met het gaspedaal te spelen. We schrokten het heerlijke voedsel naar binnen in een mum van tijd. Andere reizigers moesten zelfs hun eten laten staan door het gedram van die hufter. Enfin, gelukkig hoefden we niet zo ver met die idioot te reizen. Onze route: KAHTA ‑ Adiyaman ‑ Besni ‑ Akcadag – MALATYATegen de avond werden we eindelijk van de rotchauffeur met zijn onlogische en levensgevaarlijke manoeuvres en zijn afgrijselijke muziek (ook dat nog!) verlost: we hadden de moderne industriestad Malatya bereikt. Hier zouden we de nacht doorbrengen.
Toen we uit de bus stapten werden we onmiddellijk opgeslokt door een luidruchtige menigte. Iedereen drong zich aan ons op, onbeschaamd en volhardend. Robbert, ietwat ziekelijk, werd tureluurs in die heksenketel en begon te snauwen en keihard "NEE" te brullen. Daar hadden de arme donders niet van terug en eindelijk werd hij met rust gelaten. Jos had zich schielijk uit de voeten gemaakt en sloeg het tafereeltje met zichtbaar leedvermaak gade. Maar Robbert had gelijk, af en toe voel je jezelf lichamelijk bedreigd door die opdringerigheid en niet aflatende verkoopijver van die lieden. Jos zelf reageerde soms ook grof in die situaties. We namen een hotel naast de otogar. Het was spotgoedkoop en nog niet eens zo slecht. Voor het eerst hadden we grote bedden tot onze beschikking; de bedden van alle voorgaande hotels waren, zeker voor Robbert, stukken kleiner.
Even na zevenen
trokken we te voet naar het centrum van de moderne stad Malatya, dat een
kilometer of twee verderop lag. Zelfs de trottoirs waren hier netjes geplaveid.
Jos had veel honger en deed zich in een restaurant tegoed aan een godenmaal,
terwijl Robbert
Afijn, Cengiz
vergezelde ons op de terugweg naar het hotel. Een kennis sloot zich bij ons
gezelschap aan. We kregen nootjes cadeau
|