INHOUD

Start Izmir Ankara Erzurum Dogubeyazit Van Diyarbakir Kahta Malatya Kayseri Cappadocie Ankara2 Izmir2

REISSITE
JOS & CLIM
 

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

Wie zijn we?  
Welke landen?

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË   AUSTRALIE  
BALI 

BELIZE  
CALIFORNIË
   CANADA  
CHINA  

CHILI  
CUBA 
CURAÇAO   CYPRUS  

ECUADOR  
EGYPTE   FOTOSITE  
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID
ISRAËL 
JAVA    JORDANIË   KRETA     
MADEIRA
 

MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK  
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 

RAJASTHAN
RUSLAND   SINGAPORE  
SRI  LANKA
  
SUMATRA
   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1   TURKIJE 2  
UNESCO SITE  

URUGUAY
USA CROSSING  
ZUID-AFRIKA 

 

 

REISSITE
JOS & CLIM
 

 

Kahta


Zondag 4 augustus

CITAAT

“Wie zijn huis niet verlaat en niet het ganse met zovele wonderen gevulde land in ogenschouw neemt, die gelijkt de kikvors in de waterput."

Chinees gezegde

De bus vertrok om twaalf uur en reed door een zeer droge, armoedige streek. Tussen de kale rotsen hield zich hier en daar een schaapsherder met zijn schamele kudde op. De dorpjes bestonden uit een ordeloos samenraapsel van lemen bouwsels en stoffige paadjes en hun bewoners droegen kleding tot op de draad versleten. De zon brandde meedogenloos op de kale rotsachtige bodem. Het leek hier wel op Death Valley! Via Siverek bereikten we het mooie dal van de bekende rivier de Eufraat. Ook daar stopten we om bij een bron water te drinken. Onze Turkse medereizigers hadden daar alleen oog voor een Duitse toeriste, wier schaamhaar uit haar bikinibroekje puilde en dat in een land als Turkije! Zij deed alsof zij dat niet in de gaten had. Voor ons in de bus zaten Fransozen die er lustig in hun taaltje op los brabbelden, ervan overtuigd dat toch niemand hun kon verstaan. Bij het uitstappen keken ze echter op hun neus, toen Jos hen in hun eigen. dierbare taal uitlegde waarom er werd gestopt.

14.45 uur. Aankomst in het godvergeten Kahta, een dorpje dat aan de grens van Koerdisch gebied ligt. Direct werden we omringd door duister ogende elementen met onbekende bedoelingen. De eigenaar van het Kommagene­hotel stond ons al op te wachten met enkele paardenwagens: hem konden we niet missen. Jos reed met hem mee in zijn auto, terwijl Robbert prinsheerlijk op de kar zat en het paardje liet zwoegen. Mahmut Arslan, een van de twee broers die het hotel uitbaatten, sprak zowel Engels als Frans, een unicum in deze geïsoleerde contreien.

Tegen zessen liepen we terug naar het dorp. We hadden daar veel bekijks. We dronken er thee tussen mannen die broeken droegen waarvan het kruis tussen hun knieën hing, de zogenaamde "salvar"‑broek. (Is inmiddels ook in zwang gekomen bij modieuze westerlingen) We aten in een onooglijk en smerig restaurantje dat op de eerste etage van een onbestemd pand lag. Robbert moest naar de w.c. en werd door een bediende naar de andere kant van het dorp gevoerd. Het betreffende toilet herbergde duizenden vliegen en was zelfs te goor om er te poepen!

19.30 uur. Opnieuw op het terras van het hotel. Robbert besloot al vroeg naar boven te gaan om nog wat te rusten, want we zouden die nacht om 2 uur met het busje naar de bergen vertrekken. Bovendien voelde hij steken in zijn buik en werd hij geteisterd door diarree. Jos vroeg een telefoongesprek aan met Nederland. Terwijl hij buiten wachtte, oefende hij zijn Frans met een gastarbeider uit Caen en een Zwitsers paartje uit Lausanne. De Zwitsers maakten een zelfde tour door Turkije als ons, alleen in tegengestelde richting. Om een uur of tien kreeg Jos contact met Nederland met zijn broer: dat bleek achteraf, maar Clim hoorde louter Turks gebral uit de hoorn komen. Jos hoorde net als Clim alleen radde, Turks sprekende stemmen, misschien wel tien verschillende! Bovendien werd hij en de telefonist in hun gesprek gestoord door een onbehouwen Hollander die op hoge toon handdoeken eiste waarop hij helemaal geen recht had,omdat hij op de naast het hotel gelegen camping verbleef met zijn reisgezelschap van de Sindbad Tours. De sportieve trekkers van Sindbad maakten namelijk illegaal gebruik van de voorzieningen van het hotel. Ze maakten het zelfs zo bont dat ze nieuwe rollen toiletpapier eisten, terwijl ze zelf met grote rollen keukenpapier onder hun armen rondliepen. Het bedienend personeel wond zich daarover mateloos op en terecht. Ik voelde me genoodzaakt hen uit te leggen dat ik weliswaar ook Nederlander was, maar me beslist niet met hun verwant voelde. Ik schaamde me namelijk. Kamer 207, de kamer van de Sindbad‑BUS (!) Later bleken we tot ons groot genoegen Sindbad een hak te hebben gezet: daar we Nederlanders waren  hadden de obers verondersteld dat wij bij die groep hoorden en dus al onze consumpties op hun rekening gezet! Het spreekt vanzelf dat we dat misverstand niet hebben rechtgezet. Tegen een uur of elf sjokte ook Jos naar boven, maar van slapen kwam niet veel. Hij was bang dat wij niet tijdig zouden worden gewekt. Maar die angst bleek ongegrond. Precies om twee werd er tweemaal bescheiden op de deur geklopt.

Onze reisroute die dag: DIYARBAKIR ‑ Karacadag_‑ Siverek ‑ KAHTA

CITAAT

"Evenals het Spaanse spreekwoord zegt: "Wie de rijkdommen van India thuis wil brengen, moet de rijkdommen van India in zich hebben", zo is het ook met reizen: een mens moet kennis in zich hebben. als hij kennis mee naar huis wil brengen."

Samuel Johnson

 

02.00 uur Nog nooit zo vroeg op geweest op een maandagmorgen! We dronken thee in de tuin voor we met 5 busjes tegelijk vertrokken. Ook het gezelschap landgenoten zou meereizen. Tot onze opluchting konden we plaats nemen in ben busje met een Frans echtpaar met 2 kinderen en nog twee andere Fransen. We hadden dus ruimte genoeg. Het was aardedonker onderweg en de wegen waren bijna onbegaanbaar. Om 4 uur waren we de top van de Nemrut Dagi tot op één kilometer genaderd. Te voet klauterden we de resterende kilometer de berg op. Om half vijf bereikten we de top, maar we moesten nog een vol uur wachten voor we de eerste glimp opvingen van de majestueus opkomende zon in het oosten. We waren niet de enige bewonderaars: wel 200 toeristen waren deelgenoot van het indrukwekkende schouwspel. En al die westerlingen sjouwden misschien wel met een half miljoen gulden aan foto‑ en filmmateriaal rond! Op de berg werden we opnieuw onaangenaam getroffen door de nietsontziende lompheid van onze landgenoten. Hun stemmen schalden boven alles uit en alleen zij hadden de gotspe om voortdurend opvallend in de zoeker van de camera’s van de andere bezoekers te verschijnen, zodat die hun potentieel prachtige foto's bedorven zagen door protserig in het beeld opdoemende Hollanders. Op de top van de Nemrut stond een aantal beelden en koppen, die koning Antiochus daar heeft laten plaatsen rond het begin van de jaartelling. Het graf van die koning ligt daar ook ergens onder een kunstmatig aangelegde heuvel. De berg is pas in 1910 her‑"ontdekt".

Maandag 5 augustus

CITAAT

"Verlaat, jongeling, uw woonplaats en bezoek vreemde landen: de wereld zal groter voor U worden."

Petronius
Dag 14

06.30 uur. Als eersten daalden we met het busje de berg af. Geïmponeerd door de grandioze bergwereld koersten we naar een of andere oude vesting. De dorpjes die we onderweg passeerden ontwaakten net. Alle kinderen zwaaiden naar ons. Armoe troef in deze streek. Veel voetgangers liepen met kannen en kruiken te sjouwen om water te halen bij bronnen of putten. Onderweg kregen we gelegenheid om te ontbijten. We maakten daarvan geen gebruik, zeker niet toen ineens Sindbad verscheen om op bestelling hun vroege ochtendhap tot zich te nemen. In ons busje reisden nu ook twee Zwitserse jongens mee, zo te zien echte trekkers die sober maar gezond leefden.

09.00 uur. We beklommen de Eski Kale, de zomerresidentie van Koning Antiochus, die op een vooruitspringende rots lag. Een plaatselijke gids drong zich aan ons op, maar daar hadden wij noch de andere inzittenden van het busje behoefte aan. Het begon tegen deze tijd al weer warm te worden. Vanaf onze hoge plek had men een weids uitzicht op de vallei van het riviertje Kahta. Van het kasteel was niet veel meer over; wat vage ruines en enkele cisternen (dat zijn waterbekkens die gevoed worden door onderaardse bronnen). Verder lagen er nog wat grafmonumenten van verschillende figuren uit de klassieke oudheid. Na het kasteel bezochten we een Romeinse brug uit de eerste eeuw na Christus. Ze was nog steeds intact en werd nog gebruikt. Robbert maakte een foto van een ezelman die ging pootjebaden. De Fransen begonnen vervelend te doen tegen de Zwitsers, die een koele duik in het riviertje namen. We bemoeiden er ons niet mee, maar in ons hart gaven we de jeugdige Zwitserse vagebonden groot gelijk.

   

Vorige Start Volgende