|
INHOUD

Wie zijn we?
Welke landen?
ONZE
REISVERSLAGEN
| |

De trein stond al
klaar. We zochten onze plaatsen en couchettes (d.w.z. twee verstelbare banken
boven elkaar)op en installeerden ons alvast. Precies op de aangegeven tijd
(18.05 uur) zette de trein zich in beweging. In onze coupé zat een oudere man,
waarschijnlijk een gegoede middenstander, ons misprijzend op te nemen omdat we
met de schoenen aan op de bank hadden gestaan. Even later voegde zijn zoon zich
bij hem. Gezien de boeken die hij las was hij nog studerende. We hadden geen
contact met hen, hoewel zij onderling wel duidelijk over ons spraken. Deze trein
kon in ieder geval met meer recht aanspraak maken op het predikaat "sneltrein";
desondanks stopte ook deze regelmatig midden in de negorij. We volgden een route
die ongeveer 200 km omweg betekende:
ANKARA Polatli ‑
Sariköy ‑ Eskişehir ‑ Kütahya ‑ Balikesir ‑ Akhisar - Manisa – IZMIR
|
 |
Jos ging al gauw
op verkenning naar de "restauratiewagon". Robbert vergezelde hem niet, want hij
was te zeer verdiept in de laatste bladzijden van "Garp". Om 10 uur gingen we
dan toch samen naar de restauratie. Jos richtte zich in vlekkeloos Turks (hij
had een aantal zinnen van buiten geleerd!) tot onze coupégenoten om afspraken te
maken over de verdeling van de couchettes die nacht. Bij het horen van zijn
Turks was het tweetal met stomheid geslagen: als ze dat geweten hadden, dan
zouden ze waarschijnlijk geen "slechte" dingen over ons gezegd hebben.
De
restauratiewagon werd gesloten, zodat we in arren moede maar moesten gaan
slapen. Voor Jos werd dit een hazenslaapje. Robbert sliep iets beter, hij lag
boven. Ook ‘s nachts werden onze plaatsbewijzen gecontroleerd. Onze reisgenoten
verlieten midden in de nacht in Balikesir de trein, waarna we het rijk alleen
hadden.
|
Toen het licht
werd reed de trein door een vruchtbaar gebied, dat redelijk dicht werd bewoond.
In de voorsteden van Izmir werd onze
trein met stenen bekogeld en beschoten door straatjochies met katapulten. Hier
vlakbij de Middellandse Zee liep de temperatuur weer op tot boven de 40 graden.
Dat was ‘s morgens om tien uur al goed merkbaar.
Zondag 11 augustus
CITAAT
|
|
"Lange haren,
korte hersens; Korte haren. lange hersens."
|
Turks spreekwoord
over vrouwen.
|
|
 |
Aankomst in Izmir
om half elf. Direct een hotel zoeken. Eigenlijk was het hiervoor te vroeg, maar
na enige mislukte pogingen hadden we uiteindelijk toch succes bij hotel "Kabadani",
een redelijk en goedkoop hotelletje gelegen aan een van de grote boulevards
richting kust. We betaalden direct de gevraagde 3.500 lira.
We bezochten het
Cultuurpark, waar ook de expositieruimtes waren gelegen die voor de
Internationale Beurs van Izmir in september worden gebruikt. Er was kermis. We
gooiden vrije worpen met een basketball, maar misten beiden jammerlijk. In het
park wemelde het van de in gevechtstenue gestoken Turkse elitetroepen,
waarschijnlijk para's. Ook liepen er veel As.‑Iz.‑soldaten (militaire
veiligheidspolitie) met de spuit op de
heup rond. We raakten hierdoor echter niet meer geïntimideerd, het was voor ons
een normaal verschijnsel in het straatbeeld geworden. In een theetuin verpoosden
we ons met een samowar en broodjes en bekeken we de voorbijgangers. die hier
vergeleken met de bewoners van het Oosten goed gekleed gingen. Er waren veel
dagjesmensen op de been.
|
We dineren ’s
avonds in een visrestaurant. We werden er uitstekend bediend, de obers waren
voorkomend en het eten smaakte overheerlijk. Toen de rekening werd gepresenteerd
schrokken we toch wel eventjes: bijna fl 20,‑ per persoon. Zo duur hadden we nog
nooit gegeten in Turkije; zelfs de hotels waren over het algemeen niet zo duur!
Maar ja, voor dat geld hadden we ons wel te goed kunnen doen aan een drietal
patés (peper, witte kaas en gehakt), calamar (inktvis 2x), kalfshersens met
citroen, salades, vers gegrilde moten vis (2x), een gefrituurde bal vlees (2x),
grote glazen bier (2x) en flessen mineraalwater. Dat loog er dus ook niet om....
Na het eten togen we opnieuw naar de biertuinen. Daar was het afgeladen vol.
Verschillende bruiloften en ‑partijen werden er gehouden. Ook waren er optredens
van allerlei artiesten: zangers, dansers, muzikanten
Alleen rijken
kunnen zich zo'n bruiloft permitteren. In dit geval betrof het Turken uit
Duitsland die op deze manier hun rijkdom kunnen demonstreren. In die bierhallen
hangen tientallen ventilatoren aan palen. Ze zijn half overdekt. Overal staan
televisietoestellen aan, alle tafeltjes zijn bezet. Het is er een komen en gaan
van gasten. De immense ruimtes zijn ook versierd met kleurige linten en aan de
zijkanten staat veel groen: planten, varens, boompjes, etc.
Opnieuw kwamen we
terecht in het gazino van die middag. Er was een besnijdenisfeest in volle gang,
maar wij werden toch geaccepteerd. Het betrof hier ook een familie uit Stuttgart,
Duitsland. Het besneden jongetje moest hals over kop naar het ziekenhuis worden
gevoerd wegens bepaalde complicaties, maar gelukkig kwam hij met de schrik vrij.
We maakten kennis met twee leeftijdgenoten, die ons aan hun tafeltje
uitnodigden. We dronken samen bier. Turan de een, was kapper en gedroeg zich erg
voorkomend en sympathiek. Metin, zijn kameraad, was een beetje zat en begon
door te zagen over godsdienst, iets waarover wij niet in discussie wilden gaan. Turan begreep dat zeer wel en legde zijn vriend vaker het zwijgen op. Metin was
handelaar in antilopenleer; hij had dan ook een antilopenkostuum aan. Hij wilde
met zijn handeltje naar Nederland komen, want hij wist dat we hier zoiets niet
verkopen. Of Canada, dat was ook een droom van hem. Toen Robbert hem vertelde
dat hij een oom had wonen in Canada, werd hij dolenthousiast en wilde hij
direct adressen en dergelijke noteren. We hielden de boot af. Verder spraken we
vooral over militaire dienst en zo.
Aan het centrale plein bij het station van Izmir ligt de
hoofdingang van het Cultuur - Park
|

|
We maakten ook nog kennis met de vader van het jongetje.
Deze laatste (het jongetje bedoelen we) had een shock opgelopen door de enorme
publieke belangstelling voor zijn piemeltje en door de grote hoeveelheid bloed
waarmee de "sünnet" (besnijdenis) gepaard ging. Het kereltje was in Duitsland
geboren en getogen en stond in feite al ver af van de Turkse moslimcultuur. Bij
het afscheid kreeg Robbert een drietal flinke pakkerds van zijn vriend Metin. Op
de terugweg naar het hotel namen we nog een afzakkertje
Maandag 12
augustus
CITAAT
|
|
In de naam van
Allah, de Barmhartige Erbarmer.
|
Eerste regel van
de Koran
|
Dag 21
Op ons dooie gemak stonden we op. Robbert liet een
van zijn schoenen lappen door een schoenmaker die aan de openbare weg werkte.
Jos maakte hiervan een foto. Het was onze laatste volledige dag in Turkije.
 |
We
besloten nog wat toeristische attracties op de valreep te bezoeken. We liepen
naar de Romeinse Agora, die tegenviel. We konden er trouwens niet binnen, want
op maandag zijn veel musea en dergelijke gesloten. De Agora, een soort
marktplein, leek ons niet zo goed verzorgd. Al lopende en drinkende geraakten we
in de kronkelige straatjes van de bazaar. Daar was het zoals steeds een drukte
van belang. We wisselden nog DM 80, een transactie die een kwartier tijd in
beslag nam! De formulieren waren ook nog foutief ingevuld. In de bank stonden,
zaten en hingen pakweg 10 functionarissen te nietsnutten. De kassier gaf zijn
jongeheer een hand, terwijl hij dromerig in de verte stond te staren.
Op Konak, het moderne stadscentrum aan de oevers van de
Middellandse Zee gelegen en uitgangspunt van het openbare vervoer, maakten we
een foto van het fraai bewerkte klokkentorentje. Na hier en daar geïnformeerd te
hebben vonden we een dolmusj die richting Kadifekale ‑ fort ging. Via talloze
haarspeldbochten bereikten we de top van de heuvel waar de oeroude vesting (3de
eeuw voor Christus) lag. Vanuit dit fort hadden we een prima uitzicht op Izmir
de stad, zijn baai en zijn
buitenwijken. Een bedelend jochie moesten we wegjagen, waarna deze onbedaarlijk
begon te huilen.
|
We bezochten enkele terrassen om uit te rusten. In het
dorpje dat bij het fort lag aten we lekker gekruid vlees. Met de dolmusj keerden
we terug naar de stad. Via een omweg kwamen we toch nog terecht in de bazaar,
waar we wezen moesten om cadeautjes te kopen voor thuis. In een warenhuis kocht
Robbert een Mariabeeldje voor zijn moeder. Nu waren we op zoek naar een geschikt
gouden sieraad voor Marianne. We informeerden bij verschillende goudsmeden en
‑winkeltjes. De producten werden daar nog op schaaltjes gewogen en de prijzen
berekend op zeer antieke telmachines. We besloten de volgende dag terug te
komen in verband met onze financiële positie, want we moesten toch nog wat meer
Duitse marken gaan wisselen dan we oorspronkelijk geschat hadden. Wel kochten we
alvast theeglaasjes met onderzetters (zonder af te dingen, eigenlijk te duur),
kaas, worst (ook veel te duur!) en een houten beeldje voor Jos zelf. In een van
de straatjes werden er ook vogeltjes verkocht, waaronder een enorme van de hitte
puffende uil. Op de brede moderne boulevard werden we aangeschoten door een
jochie dat ons in redelijk Engels broeken van antilopenleer wilde aansmeren.
Hij deed erg zijn best en was zeer beleefd. We dachten aan de avond tevoren, aan Metin met zijn antilopenhandel. Naast het hotel kochten we sterke drank in en wel
de Turkse nationale drank, raki: een witte drank met anijsachtige smaak. Meestal
wordt hij aangelengd met water.
|
 |
Terug naar het
Cultuurpark. Voor het eerst aten we Iskender, een vleesschotel met döner kebab,
yoghurt of room en tomatenketchup. Iets prijziger dan een doorsneeschotel, maar
erg lekker. Na het eten liepen we het park rond. We zagen nog een buikdanseres,
wier bikinibroekje en bustehouder werd volgestopt met bankbiljetten. Om een uur
of elf aten we opnieuw, ditmaal heel goedkoop: spaghetti met een glas bier voor
fl 1,50. Opvallend: hier bedienden ook meisjes! Om twaalf uur verlieten we het
park. In het hotel zaten we nog een tijdje op het balkon naar het verkeer en de
voetgangers te kijken. Jos wilde eigenlijk nog gaan stappen, maar kon niet goed
besluiten. In het hotel werd aan de bar geen alcohol geschonken, ondanks de
tientallen (lege) flessen sterke drank die er in de vitrine stonden geëtaleerd.
Links:
IBRAHIM
Kosmopolitische
portier en receptionist van een hotel in Izmir tijdens een andere reis van Jos
alleen.
|
Dinsdag 13
augustus
CITAAT
|
|
Allah. de
Barmhartige. de Geweldige, de Erbarmer. de Genadige, de Doorluchtige, de
Almachtige, de Onvergankelijke, de Eeuwige, de Alwezige, de Koning, de,Heer, de
Wezenlijke, de Schepper, de Enige, de Hoogverhevene. de Leidsman. de
Beschermer, de Allerhoogste, de Overweldigende.
|
Een greep uit de
Honderd namen van Allah (Koran)
|
Dag 22
We gaven onze
bagage ter bewaring af op het station. De beambten waren daar liever lui dan
moe en we moesten ons echt bedwingen om daar geen heisa over te maken. Jos ging
ondertussen wisselen bij een bank, waar hij door een lief meisje werd geholpen
dat hem steeds lonkend toelachte en hem zelfs thee aanbood. In deze bank vond
men het Turks van Jos heel charmant. Na de glaasjes thee in dank aanvaard te
hebben, liepen we opnieuw naar de bazaar. Nu aarzelden we niet lang; voor TL
7.000 kochten we een tweetal oorhangers voor Robberts geliefde Marianne. We
vonden het goedkoop en gingen dan ook niet in de onderhandelingenslag. Aan de
promenade aten we in een sjiek restaurant waar de obers met hun talenkennis
pronkten. Ze waren wel zo brutaal om al bij voorbaat
hun fooi van het wisselgeld af te houden. We pikten dat niet en eisten teruggave
daarvan, wat met tegenzin werd ingewilligd. Het eten smaakte overigens best en
zelfs de toiletten waren erg proper. In de buurt waar we zaten kwamen erg veel
toeristen, vandaar.
We liepen de promenade af en bleven hier en daar bij een
winkeltje de etalage bekijken. Aan de vele terrasjes konden we vaker geen
weerstand bieden. We liepen voorbij het NATO – hoofdkwartier, waar uiteraard
streng werd gepatrouilleerd. Waar we nu liepen waren de neringdoenden
voornamelijk georiënteerd op de toeristenindustrie. Dit was ook de buurt waar de
kolossale luxehotels gesitueerd zijn. Onder de aangeboden souvenirs was veel
koperwerk. Wij waren echter geen koper, want zo'n spul interesseert ons niet
echt.
Via een omweg
bereikten we de achterkant van het cultuurpark. Vlak bij de ingang daarvan vloog
Robbert erg fel uit tegen een automobilist, die getracht had hem te scheppen op
het zebrapad. De automobilist toonde zich uitermate verbaasd over zo'n
buitenproportionele reactie; hij was toch zeker de baas op straat? Nou, Robbert
vond van niet en sleurde de man bijna uit zijn gammele wagen.
|
 |
 |
In het park
consumeerde Robbert nog een portie Iskender en dat naast de normale köfte‑schotel. Een oude, praktisch blinde en dove kelner hielp ons. Hij liep
zich ondanks zijn leeftijd en handicap het vuur uit zijn sloffen. In ons gazino
dronken we bier.
Op het plein voor het station lieten we onze schoenen poetsen. De schoenpoetsers
waren echter hondsbrutaal en eisten exorbitant hoge prijzen. Jos vloog in het
Turks uit, omstanders erbij en toen bonden de onverlaten toch, in en maakten zij
hun werk af, maar vraag niet hoe... Robbert's dichte
schoenen zagen er nog redelijk uit, maar de sandalen van Jos hadden een geheel
ander kleurtje gekregen, een kleur die iets weg had van kinderpoep, maar dan
niet van een gezond kind! Ook bij het bagagedepot kregen we mot. De beambte had
onze tassen met kit bestreken! Voor protesteren was het te laat, want we moesten
zo langzamerhand naar het vliegveld. Dat deden we per taxi. De chauffeur was erg
aardig en vertelde honderduit, onder anderen over de gemeentepolitiek van Izmir
(die stinkriool die in zee uitmondde was daar een uitvloeisel van). Vroeger was
de chauffeur rijschoolhouder en rij-examinator geweest.
We waren eigenlijk
nog wat te vroeg, maar wat bleek? Ons vliegtuig had oponthoud gehad vanwege een
technisch mankement, zodat we geruime tijd moesten wachten voordat we eindelijk
Turkse bodem konden verlaten. Natuurlijk was er niemand die je hierover
enigszins kon inlichten, dus in de rijen van overwegend Duitse wachtenden deden
allerlei wilde gissingen de ronde. We moesten buiten wachten, waar ongeveer 20
zitplaatsen waren voor 350 passagiers. In de hal hadden we onze resterende
lira's opgemaakt aan frisdrank. De controle van de douaniers was minimaal. Om
acht uur verscheen onze machine, maar het duurde nog een uur voordat we konden
opstijgen. Voor we instapten moesten we zelf onze bagage ophalen. Natuurlijk
waren er mensen die dat vergaten, dus liepen we extra vertraging op.
21.00 uur.
Eindelijk maakten we ons los van Turkse bodem. Hier en daar werd een passagier
luchtziek. De meesten waren erg bruin geworden in de badplaatsen die zij hadden
bezocht. We wisten niet precies waar we zouden landen. Sommigen zeiden dat we
moesten uitwijken naar Keulen, maar dat bleek niet zo te zijn.
24.00 uur. Aankomst in
Düsseldorf. Marianne en Clim zaten geamuseerd met elkaar te keuvelen, waardoor
ze ons vermoeide
luchtreizigers nog niet eens zagen aankomen. Om één uur kwamen we aan in
Roermond. Daar had Clim gepoetst; ook had hij het Nederlandse bier klaarstaan.


|