INHOUD

Start Izmir Ankara Erzurum Dogubeyazit Van Diyarbakir Kahta Malatya Kayseri Cappadocie Ankara2 Izmir2

REISSITE
JOS & CLIM
 

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

Wie zijn we?  
Welke landen?

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË   AUSTRALIE  
BALI 

BELIZE  
CALIFORNIË
   CANADA  
CHINA  

CHILI  
CUBA 
CURAÇAO   CYPRUS  

ECUADOR  
EGYPTE   FOTOSITE  
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID
ISRAËL 
JAVA    JORDANIË   KRETA     
MADEIRA
 

MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK  
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 

RAJASTHAN
RUSLAND   SINGAPORE  
SRI  LANKA
  
SUMATRA
   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1   TURKIJE 2  
UNESCO SITE  

URUGUAY
USA CROSSING  
ZUID-AFRIKA 

 

 

REISSITE
JOS & CLIM
 

 

Izmir


CITAAT

"Reis licht bepakt en de rover heeft het nakijken."

Juvenalis   (130‑60 v.C.)
Dinsdag 23 juli
Dag 1

We vertrekken vanaf de Düsseldorfer Flughafen. Marjan, de vriendin van Robbert, heeft ons met de auto gebracht. We vliegen met een Tri Star van de chartermaatschappij LTU. Als het landingsgestel  na een viertal uren voor het eerst de Turkse bodem beroert, barst bij het overwegend Duitse reizigerspubliek een spontaan applaus los. De captain en de crew worden bedankt voor het veilig aan de grond zetten van de machine. Hierover verbazen wij ons: we zitten toch in het tijdperk van "Star Wars" en niet meer in dat van Plesman en de "Uiver'? Het is een militair vliegveld waar we zijn geland: tientallen jachtvliegtuigen staan er in lange rijen opgesteld. Zullen dit de door ons en West‑Duitsland afgedankte Starfighters zijn? Turkije heeft die namelijk voor een prikje mogen overnemen. Vergeleken met internationale luchthavens zoals Heathrow, Orly en Schiphol lijkt het hier meer op een uit de kluiten gewassen busstation. De aankomsthal is een kale, sobere ruimte. Gelukkig zijn de douaniers niet van plan overuren te maken, want die schijnen ze niet betaald te krijgen. Alleen Turkse staatsburgers worden aan een minutieus onderzoek onderworpen. De toeristen echter wordt geen strobreed in de weg gelegd.

Het vliegveld ligt 25 km van Izmir verwijderd. Omdat er geen goedkope "dolmoesjen" (soort taxibusjes) zijn, besluiten we samen met een Duits paartje een taxi te nemen. Na een half uurtje staan we op het autobussta­tion van Izmir. We zijn nog een kilometer of 2 van het centrum af, maar voor we daar naartoe gaan, versterken we de inwendige mens in de stationsrestauratie. Voor Robbert is het de eerste Turkse maaltijd; in no time slaat hij de gerechten naar binnen. Ook het brood is naar zijn smaak. Het eten is erg goedkoop hier; voor fl 3,‑ kun je er voor een maaltijd(je) terecht.

   
   

IZMIR  :  Feiten, cijfers en geschiedenis

Izmir is een stad van 3.000 jaar oud. In de Oudheid Smyrna geheten (nu nog een bekende naam in de tapijthandel), maar door de Turken Izmir gedoopt. De in grootte derde stad van Turkije (na Istanbul en Ankara met resp. 5 en 3 miljoen inwoners in 1985) met een bevolkingsaantal van bijna 2 miljoen, de voorsteden meegerekend. Aan de rand ervan liggen de troosteloze en onafzienbare sloppenwijken (Turks: gecekondu's) bestaande uit schamele onderkomens van blik, hout, kratten, rotsen, leem. Ze liggen tegen hellingen en aan de rand van ravijnen. Sanitaire en andere noodzakelijke voorzieningen (waterleiding, elektriciteit) ontbreken. Ze vormen brandhaarden van misdaad en links politiek verzet.

In 1923 is Izmir door de Turken onder aanvoering van Kemal Atatürk op de Grieken veroverd. Een half miljoen Grieken werd letterlijk de zee ingedreven, Volgens ooggetuigen kleurde het water rood van het bloed. De stad ligt aan een ruime baai. Er heerst een mediterraan klimaat. Het is de tweede Turkse haven; verder biedt ze onderkomen aan het hoofdkwartier van de Zuid‑Oost flank van de NAVO. Aan de kades liggen nog maar enkele zeemanskroegen waar Turken tric‑trac spelen en aan hun waterpijp lurken. De boulevards met palmen en dergelijke hebben een toeristische inslag. Daar liggen ook de luxehotels. Het eigenlijke centrum is gemoderniseerd en wordt Konak (betekent middelpunt) genaamd. Een fraai gestileerde klokkentoren trekt er de aandacht. Het oude centrum wordt gevormd door de Romeinse 'agora' (plein) en de "bazaar" (half overdekt marktgebeuren) ten zuiden ervan. Verder heeft de stad niet veel te bieden: een Jaarbeursterrein met allerlei kermisachtige toestanden. Paviljoens, restaurants, dierentuintje en parken. Enkele archeologische en etnografische musea (de kuststreek van West‑Turkije wemelt van historische vindplaatsen, ruïnes en opgravingen met name uit Hellenistische en Romeinse tijden. De toenmalige culturen worden gerekend tot de hoogst ontwikkelde van die tijdsperiode: Troje, Bergama (Pergamon), Phrygië, Lydië en  Lykia, Milet,. Efese, Afrodisia, etcetera.) en de Kadifekale, een oeroude vesting op de Pagus‑berg, enige kilometers buiten de stad gelegen.

De drankjes waarmee we onze kelen
regelmatig smeerden: lokaal Efes bier
en raki (een soort ouzo).

Terug naar onze tocht. Na het eten stappen we in de bus richting centrum. Jos vergist zich en overschat zijn oriëntatievermogen. Veel te vroeg stappen we uit. Al sjouwend worden we aangeklampt door een net geklede, westers ogende heer die goed Engels spreekt. Hij wijst ons de weg naar een buurt waar veel hotels liggen. Even later, na bij enkele betere hotels nul op ons rekest gekregen te hebben, vinden we onderdak bij een goedkoop hotel met de veelbelovende, maar misleidende naam Emin Palas Hotel. Kosten: fl 4 per nacht per persoon. Onze kamer bestaat uit een hok met twee bedden, een wrakke stoel en een onooglijk tafeltje. Het is er smoor­heet; water is er niet voor handen en de karige verf op de muren is bijna volledig afgebladderd. We rusten even om van de vermoeienissen bij te komen, maar de sauna‑achtige temperatuur drijft ons al gauw naar buiten, waar we naarstig op zoek gaan naar een café (T.: birahane) om ons een schuimend en koel glaasje bier te laten schenken. Valt dat even tegen. Er is weliswaar bier, maar met een vlakke smaak, lauw en zonder noemenswaardige kraag. Een betere kraag kunnen we regelen, maar aan de temperatuur en de smaak valt niks te veranderen. Na enkele pinten gaan we richting zee. Al slenterend bereiken we de boulevard. Het is al laat en er is eigenlijk niets te beleven. We zoeken een van de uiterst weinige(!) terrasjes op, waar we kunnen genieten van Tuborg ‑ bier uit gekoelde flessen. Heerlijk.

We gaan binnen zitten en stippelen onze reisplannen voor de volgende dag uit. We besluiten eerst te informeren naar de mogelijkheden om per boot naar Iskenderun (aan de Turks‑Syrische grens) te reizen. Mocht er geen verbinding voor normale passagiers bestaan, dan zouden we zo snel mogelijk per bus naar Ankara vertrekken. De derde reismogelijkheid, namelijk vliegen naar Diyarbakir, laten we verder onbesproken. Inmiddels is het sluitingstijd geworden en verlaten we het kroegje als laatsten. In de buurt van ons hotel begon zo langzamerhand de rosse buurt. De business is er niet zo opvallend, maar wel duidelijk aanwezig in smoezelige hotelletjes en restaurantjes van twijfelachtig allooi. Een magere jongeman klampte ons aan om ons meisjes en vrouwen in allerlei soorten en maten aan te bieden in wat voor leeftijdscategorie dan ook. De meisjes zaten speciaal op ons te wachten in de "gecekondu's". Ook jonge dingen van 14 jaar verkochten hun lichaam spotgoedkoop: er was sprake van een prijs van rond de fl 5. De  "postillon d'amour"  zou er ons met de auto naar toe brengen. We weigerden echter resoluut.

We zijn terug in ons hotel bij de gebochelde eigenaar. We bestellen nog wat te drinken. Een 10‑jarig jongetje bedient ons kwiek en handig. Een paar flesjes "maden suyu” (mineraalwater) nemen we mee naar onze kamer. Robbert slaapt die nacht als een marmot, maar Jos heeft problemen met de tropische hitte. Hij zweet als een otter en heeft last van ademnood. Tegen de morgen is zijn lichaam wat afgekoeld, wat weer een onbe­dwingbare aanval van hoestbuien ten gevolge heeft. Kortom, hij doet die eerste nacht in Turkije praktisch geen oog dicht.

Woensdag 24 juli

CITAAT

“Mensen die me vragen naar het motief voor mijn reizen geef ik gewoonlijk ten antwoord dat ik wel weet wat ik ontvlucht, maar niet wat ik zoek."

Montaigne(1533 ‑ 1592)
Dag 2

Jos stond als eerste op (nogal wiedes, hij was nog steeds wakker) en zocht het toilet en de badkamer op. Wat hij daar aantrof deed hem de haren te berge rijzen. De sanitaire voorzieningen verkeerden in een staat die met geen pen te beschrijven is. Uit de douchekop (laten we het gemakshalve zo noemen) kwam slechts druppelsgewijs water en het stonk er vreselijk: in de badkamer lag een grote stapel wasgoed waarin het weer zat. Ook Robbert moest alleen al bij de aanblik van die gore troep kokhalzen. Toch liepen er bedrijvig poetsvrouwen rond, maar of die hun taak nauwgezet uitvoerden mag ten sterkste worden betwijfeld.

We lieten onze bagage ingepakt en wel in het hotel achter en ontbeten ergens. Vervolgens gingen we in snel tempo op zoek naar een reisbureau. Al gauw hadden we succes. Helaas bestonden er geen vaarverbindingen met Iskenderun, zo maakte de aantrekkelijke Turkse die ons te woord stond duidelijk. We besloten dan ook om direct een busreis te boeken naar Ankara.

Bij de busonderneming "Pamukkale" 2 tickets Izmir ‑ Ankara gekocht voor fl 15 per stuk (voor pakweg 700 km). Vertrek om half twaalf vanaf het busstation buiten de stad. Om 11.00 uur bracht het servicebusje van "Pamukkale" ons naar het busstation. Onderweg passeerden we een onbeschrijfelijk vies stinkend open riool van ongeveer 10 meter breed. Over sanitaire voorzieningen gesproken ... en dat in dit klimaat!

 


Start Volgende