|
INHOUD
REISSITE
|
Per taxi gingen we naar de otogar. We stonden een tijdje bij het verkeerde perron (volgens de bordjes was dit wél het juiste perron), maakten een praatje in het Frans met een officier van het leger die in Artvin de Turkse grens tegen de Russen ging verdedigen en legden het gebruik van een landkaart uit aan een stelletje autochtonen (die Erzurum in de buurt van Joegoslavië zochten). In de bus begon het gezeik over het verdelen van de plaatsen: mannen mochten absoluut niet naast vrouwen zitten! Na veel gepalaver scheen men toch tot overeenstemming te komen. Eindelijk op weg even na twaalven. Onze route voerde door een vruchtbare vlakte en volgde de loop van bijna droog staande stroompjes. ERZURUM ‑ Pasinler ‑ Horasan ‑ Tahirpas ‑ Agri ‑ Taglicay – DOGUBEYAZIT
Achter Agri begon weer een mooi landschap van bergen. We passeerden de Tahir-pas. In Agri had Jos problemen met een albino die zijn plaats innam. Het bleek een fout van de organisatie te zijn. De albino was overigens bijna blind. Tijdens de scènes die Jos toen trapte steeg ook een Nederlands stel (vader en zoon) in de bus. Op de weg was veel vrachtverkeer. Ruim achter de Tahir-pas (2400 m) kregen we de Ararat (in het Turks de "Büyük Agri Dagi" - de Grote Pijnlijke Berg genoemd) in zicht. Het was een mooi en indrukwekkend schouwspel. De berg rijst als een muur uit het vlakke landschap op. Hij lijkt heel dichtbij, maar is in werkelijkheid nog tientallen km verwijderd.
Tegen de avond
aankomst in het wel heel ver oostelijk gelegen Doğubeyazit. De Iraanse
grens is nabij. Per taxi lieten we ons naar het beste hotel in het stadje
vervoeren. het Ararat Hotel. De Nederlanders gingen ook per taxi, maar moesten
tweemaal zo veel betalen. Turks kunnen praten heeft ook zijn voordelen. Onze
taxi had een speciale gids; zijn functie bleef ons duister. Per lift zouden we
naar
Verkenning van het armoedige plaatsje. Allereerst eten in een wel bijzonder goor lokanta, waar honderden vliegen vrij spel hadden. Terwijl Robbert moeizaam ploeterde op zijn ansichtkaartteksten, leerde Jos de theejongen Abdulkadir de woorden uit zijn boek "Engels" juist uitspreken. Abdul zat op een Imam Hatip Okul, een school die opleidt voor voorganger in moskeeën en godsdienstleraar op scholen. We ontdekten ineens ergens een kroeg met een vijftal echte biljarttafels! Terwijl we stonden te biljarten werden we aangesproken door een sympathieke maat uit Aalsmeer, een bloemenverkoper op de veiling die Turkije bereisde met zijn motor. Hij had al heel wat beleefd. We dronken met deze Wim nog enkele biertjes, terwijl hij verhaalde van zijn avonturen. Met zijn reis wilde hij het kilometerrecord van zijn motorclub breken. Ook hij logeerde in het Ararat Hotel. Hij was langs de Zwarte Zee ‑ kust gereden, wat hem erg was bevallen. Af en toe was hij onderweg door jochies met stenen bekogeld. Hij was echt blij om na enkele weken weer eens Nederlands te kunnen praten. Een echte"maverick" die Wim.
Even verder vonden we een andere kroeg. Daar werd de scepter gezwaaid door een jonge Koerd die zijn schedel had laten kaalscheren. Hij voelde zich separatist, heulde dus met de Koerdische terroristen en revolutionairen. In dit café kwamen veel toeristen (o.a. een Nederlands Indo meisje waarmee hij een tijdje had opgetrokken. Hij toonde een foto van haar); daar getuigden de flessen whisky achter de bar wel van. Merkwaardigerwijs sprak hij geen enkele andere taal buiten Turks (en Koerdisch natuurlijk).
Het café had een
interessante w.c., waarin een fiets stond geparkeerd en waar de pisbak ter
hoogte van de wastafel hing. De Koerd bood ons aan om met hem en zijn vader drie
dagen lang de Ararat te beklimmen: allereerst per auto, vervolgens met de
paardenkar,
Meer info over de Ararat 1 Meer info over de Ararat 2 Terug bij het hotel sloten we ons aan bij de Nederlanders die op het terras zaten te wachten op telefoon uit Nederland. De vader was werkzaam als hoogleraar "Ruimtelijke Ordening" op de L.H. te Wageningen en had ook enige tijd in de U.S.A. gedoceerd. We spraken met hen af de volgende morgen samen naar de Ishak Pascha Saray te gaan. Aan het tafeltje zat ook een elektronicaprofessor uit Iran, een zekere Bahktiar Bahktiari. Met hem voerde Robbert een uitvoerig gesprek in het Engels. De Iraniër, die in Doğubeyazit met vrouw en 2 kinderen op vakantie was (in Turkije kon hij tenminste zijn overvloedige oliedollars aanspreken) gunde Robbert een kijkje in de politieke keuken van Iran. Met name over de oliepolitiek van de OPEC, de onderdrukking in zijn land (waaraan hij ternauwernood was ontsnapt, omdat hij eieren voor zijn geld had gekozen) en allerlei andere zaken. Hij had een tijdje in de States gestudeerd. Volgens hem waren de vele Iraniërs in OostTurkije geen vluchtelingen, maar gewone vakantiegangers zoals hij. In Iran, zo beweerde hij, begon de politieke situatie weer enigszins op te klaren, vooral voor diegene wier technologische kennis onontbeerlijk was voor het draaiende houden van de dure industrie. Bahktiar gedroeg zich gastvrij en vrijgevig, maar maakte ook wel een snoeverige indruk. Misschien een Amerikaans trekje?
We trokken na
middernacht, ditmaal onder aanvoering van onze Iraniër, opnieuw naar het
Koerdische kroegje We waren de enige gasten; de kroeg had eigenlijk al een uur
eerder gesloten moeten zijn, maar Bahktiar regelde dat wel eventjes. We
wisselden met hem Dinsdag 30 juli
Dag 8We gingen 's morgens na negen uur op pad, huurden een taxi ' voor fl 15 en togen naar de serail, die we in de wazige verten konden zien liggen op een heuvelrug. De serail was vroeger een paleis van een of andere Koerdische koning die door de Turken werd geduld (zolang hij maar belasting afdroeg!). Er werd entree geheven. Het gebouw verkeerde in geruïneerde staat. Het was prachtig gelegen op een vooruitspringende rots. Men had er een grandioos uitzicht op de vlakte van Dogubeyazit. We maakten foto's en dronken Cola in een nederige stulp die als drankuitgiftepunt werd gebruikt. Het was vroeger duidelijk een schapenstal geweest. Hier werden we aangesproken door een man uit het Oostbrabantse Sint Anthonis, die ons dialect herkende. Hij kwam op deze plaats al jaren, vertelde hij. De professor, waarmee we terug zouden wandelen naar het dorp, hadden we uit het oog verloren. Met Duits paar met een luxueuze camper konden we mee terug rijden. De Duitsers kwamen uit Aachen en waren erg aardig. De jongen had op de plassen bij onze woonplaats Roermond leren zeilen.
Openbare steniging door kindertjes!Een wandelingetje door de sloppenwijken. Ze lagen aan de overkant van de doorgaande weg naar Iran. In de buurt lag een reusachtige kazerne. Om de 50 meter stond er een zwaar bewapende wachtpost bij de omheining. Omdat we ons zo bekeken voelden door die zo gespannen uitziende militaire figuren, waren we de betreffende wijk binnengedrongen; deze werd volgens Jos door zigeuners bewoond. Al gauw had een haveloos jochie ons in het vizier gekregen. Rennend kwam hij op ons af: bedelend, zingend en vleiend om een aalmoes. Hij sprak geen Turks, maar een andere voor ons onverstaanbare taal: Koerdisch misschien, of gengenci (een zigeunertaal)?
Op dat moment kwam
net een voerman met zijn paardenwagen voorbij. Hij redde ons uit die netelige
situatie en liet ons achter
|