|
INHOUD
REISSITE
|
Donderdag 8 augustus
Dag 17 Fotocollage CAPPADOCIA Om negen uur kwam het busje aan, men was er toch in geslaagd het helemaal vol te krijgen. Behalve Robbert en ik namen ook deel aan de excursie: Henk en Nelleke (een 40+ paar uit Amsterdam. logerend in ons hotel), Janneke en Robert (een stel uit Groningen; hij 5de-jaars student economie, zij studerend aan de Sociale Academie), twee zusjes uit Luxemburg (Manuela die in de gezondheidsdienst zat en ontwikkelingswerk wilde gaan doen. Turkije diende hiervoor als voorproefje. Haar zus zat op kantoor.), Habib (een Tunesische Parijzenaar, ofwel een Parijse Tunesiër die met het zusje van Manuela verkering had). Bülent, een jonge Turk met een westers uiterlijk, 2de-jaars medicijnen aan de universiteit van Kayseri en redelijk Engels sprekend, diende als ongevraagde gids. De chauffeur tenslotte heette Ramazan.
Aankomst in Avanos, het vertrekpunt van onze tour door Cappadocië. Het is een stadje aan de Kizilirmak, een okerkleurige rivier. We bezochten er een pottenbakkerskelder, kregen een demonstratie en thee, maar kochten niets. Habib probeerde ook een pot te draaien. Buiten even pauze, dus thee en fris drinken. De volgende stop was Zelve. Nu waren we in het echt spectaculaire landschap terecht gekomen. Het zou te ver voeren om alles minutieus te gaan beschrijven. Hiervoor kunnen we het beste verwijzen naar de in dit verslag opgenomen foto's. We waren echter onder de indruk van de grillige spelingen van de natuur in al zijn betoverende geheimzinnigheid. De gehele streek was volgestouwd met natuurlijke attracties, zoals ondergrondse steden, honderden grotkerken en ‑woningen, schoorsteenvormige rotsen, kalkformaties, kloven en ravijnen, rotsvestingen, marmergroeven, onverwachte vergezichten. In Zelve maakten we veel.foto's. We bezochten de rotswoningen op eigen houtje, wat ons door Bülent een beetje werd kwalijk genomen. Daar trokken we ons echter niets van aan. Bij wijze van lunch aten we ieder een omelet. We vertrokken later dan gepland, maar dat was niet te wijten aan een Limburgs kwartiertje, want wij waren wel degelijk op tijd.
Een stukje verder
lag de wereldberoemde vallei van Göreme, waar tientallen vroeg‑Christelijke en
orthodoxe kerken in de rotsen van kalk en tufsteen zijn uitgehouwen. We vonden
er niet veel aan. Deze plaats werd wel druk bezocht; hele busladingen vol
(vooral) Italianen, Oostenrijkers en zelfs Hongaren reden af en aan. Vergeleken
met 4 jaar geleden, toen Jos er al eens was, waren de Ergens langs de weg stopten we om te eten. We maakten een praatje met de Hollanders, waardoor we erachter kwamen dat we allemaal (behalve de Groningers) de volle mep moesten betalen. We besloten hiertegen te protesteren als we eenmaal terug waren, want dit was in strijd met de afspraak dat we de totaalprijs van de excursie per deelnemer hoofdelijk zouden omslaan. In Kaymakli bezochten we de onderaardse stad uit de 10de eeuw. Hier raakten we elkaar kwijt. Jos verdwaalde met Manuela en Bülent en belandde in een soort disco (en dat hier!). Manuela werd in de donkere gangen af en toe, ogenschijnlijk per ongeluk, betast door hitsige Turkse mannen. Ze trok zich daar niets van aan. Robbert kwam terecht in een ruimte die ooit als kerk fungeerde (de stad was destijds door Christenen uitgegraven om zich te barricaderen tegen de opdringende moslim‑Arabieren uit het Oosten. De Turken, die in een latere periode Anatolië veroverden, lieten deze Christenen meestal met rust, zolang ze maar genoeg belasting betaalden aan de sultan.). Henk, de Amsterdammer, las plechtig voor uit de Bijbel. Weer boven kochten we kaarten en bleven we een tijdje op het terras zitten.
Van hieruit was het een half uur rijden naar het stadje Urgüp, dat bekend staat om zijn tapijten en zijn onyxwinkeltjes. In een theetuin, waar we erg lang op bediening moesten wachten, stootten we plotsklaps op de Fransen waarmee we in Kahta bij de Nemrut Dagi kennis hadden gemaakt. Hun reisschema was min of meer gelijk met het onze. Om kwart voor zeven aanvaardden we de terugweg naar Kayseri. Deze voerde ons langs de westkant van de vulkaan Erciyes die 3915 m hoog is.
Terug in Kayseri
was het VVV‑kantoor al gesloten. We spraken onderling af om de volgende dag om
10 uur terug te komen. Ramazan, de chauffeur, bracht ons naar het station. Ook
nu konden we niet reserveren. Ramazan was aardig en wilde met ons gaan stappen,
ware het niet dat zijn oom die dag op bedevaart ging en dat hij hem dus moest
gaan uitzwaaien. Hij zette ons in het centrum af.
Ga naar de FOTOCOLLAGE van Cappadocia!
|