|
INHOUD
REISSITE
|
De comfortabele Otomarsan‑reisbus (Mercedes, in licentie gebouwd in Turkije) vertrok punctueel. Het was stralend weer: geen wolkje aan de azuren hemel, geen zuchtje wind en een temperatuur van om en nabij de 40 graden. Eenmaal buiten de voorsteden was er weinig verkeer op de redelijk berijdbare wegen. Onze reisroute voor die dag: IZMIR ‑ Turgutlu ‑ Ucak ‑ Afyon ‑ Emirdag ‑Sivrihisar ‑ Polatli ‑ ANKARAAanvankelijk voerde onze reis door de kustvlakte, maar langzamerhand bereikten we via soms vlakke, soms erg grillige bergketens de Anatolische hoogvlakte. Die vlakte ligt op een hoogte van 900 ‑ 1300 meter. De rit over de hoogvlakte vonden we tamelijk saai; hier en daar lagen wat stadjes en bergjes die uit het landschap oprezen. Tegen de avond kwamen we in Ankara op het drukke autobusstation aan. We informeerden naar prijzen en vertrektijden van de bussen naar Erzurum. We besloten op vrijdagavond naar Oost‑Turkije te vertrekken. Te voet gingen we op zoek naar een hotel. Niet zo'n goed idee, want na verloop van tijd begon onze bagage wel erg zwaar te wegen. We doorkruisten het Genclik Par, waar het erg druk en levendig was. Natuurlijk konden we geen weerstand bieden aan de aldaar gelegen biertenten. Vlakbij de hoofdingang van het park vonden we onderdak in een ogenschijnlijk middenklassenhotel, het Kurtulus Palas Oteli.
We verkenden de buurt rond het hotel. Jos had daar al eens eerder gelogeerd. Allereerst aten we uitgebreid 'pilic' (overheerlijke halve of hele haan van het spit) en allerlei andere kleine gerechten, waaronder lever en pilav, een soort rijst. Aan een stalletje kochten we een fles raki (Turkse anijsdrank, in de volksmond ook leeuwenmelk genoemd, omdat hij na toevoeging van water wit kleurt) en pemba suyu (bronwater). In een nabij gelegen keldercafé nuttigden we een drietal flessen lekkere Efes, het beste Turkse biermerk. Om 12 uur sloot de zaak echter en keerden we terug naar ons hotel. Op bed gelegen smeedden we plannen onder meer een soort programma voor de volgende dag (dat deden we vaker 's avonds voor het slapen gaan) en maakten we gezamenlijk het flesje raki soldaat. Om een uur of twee sliepen we in, Jos ditmaal heel wat beter dan in Izmir! Donderdag 25 juli
Dag 3
Op ons dooie gemak
stonden we op. Al vanaf zes uur ‘s morgens raasde het stadsverkeer langs ons
raam. Ons ontbijt werd gevormd door een kop soep met brood in een lokanta (een
eetgelegenheid die het midden houdt tussen een kleine gaarkeuken en een
restaurant. Soms word je er bediend, vaak ook niet. De warme gerechten staan
uitgestald in grote bakken en schalen of ketels. Een blik in de Achtereenvolgens bezochten we het enorme standbeeld van de Turkse "vader des vaderlands" Mustafa Kemal Pasja, beter bekend onder de naam Atatürk. Het beeld stond op het Ulus-plein, tevens het verkeerscentrum van de stad; de hier vlakbij gelegen Julianuszuil uit de 1e eeuw na Christus (met een ooievaarsnest erop, althans in het seizoen); de Haci Bayram‑moskee, een bedevaartsoord dat gebouwd is op de ruïnes van een voormalige Romeinse tempel van keizer Augustus.
We waren aangekomen aan de voet van de Citadel. Een korte maar inspannende beklimming van de burchtheuvel volgde, waarna we boven al genietend van het uitzicht over het heuvelachtige Ankara konden uitrusten. We hadden veel bekijks van de plaatselijke jeugd. Via een andere weg, die ons midden door een dorp voerde waar de tijd leek te hebben stilgestaan (kippen en ander klein vee in de grootstad!), daalden we de heuvel af. Halverwege lag in een oude karavaanserail het zogenaamde Hittieten‑Museum, officieel het Museum van de Anatolische Beschavingen. De zalen en de geëxposeerde voorwerpen zagen er netjes en goed verzorgd uit. Dit museum is niet voor niets het mooiste van Turkije en dient als officieel visitekaartje voor het culturele erfgoed van het land. Het wordt dan ook voornamelijk bezocht door Westerse bus‑ en hoteltoeristen. Toen wij er waren liepen er veel Franse groepen rond.
Na het museumbezoek liepen we de heuvel verder af. Op een kruispunt van marktstraten namen we de soms krankzinnige toestanden op. Het verkeer is daar een puinhoop en er zijn voortdurend massa's mensen op de been. Jos kocht in het bijzijn van enkele politieagenten in een winkeltje een nieuwe tandenborstel (de oude had hij per ongeluk in Izmir achtergelaten). Vanwege de agenten moest de winkelier een bon van fl 2 uitschrijven, iets wat normaal gesproken nooit gebeurt.
Al lopend kwamen we weer bij het Genclik Park uit. Op de
terrassen zat iedereen naar goedkope videoproducties op de tv te kijken,
behalve Robbert en ik.Wij bekeken het publiek. Ondertussen lebberden we 2 grote theesamovars uit. We bezochten de kermis in het park. We keken onze ogen uit en
stonden verbaasd te kijken naar gesluierde vrouwen die, opgewonden kreetjes
slakend, in vliegtuigjes zaten. Wijzelf namen de achtbaan, het reuzenrad en de
steile wand. Deze laatste attractie was Robbert onbekend; hij vond de
Vrijdag 26 juli
We sliepen uit.
Onze tassen hadden we de avond van te voren al ingepakt. We lieten ons met een
'taksi' naar de 'otogar' brengen. De taxichauffeur kwam uit Urgüp; als we die
plaats op onze reis zouden aandoen moesten we namens hem de groeten aan de
portier van het Büyük Hotel doen. We vondene en dergelijk verzoek eigenlijk wel
aandoenlijk. In de otogar gaven we onze bagage in bewaring
en kochten alvast kaartjes voor de bus naar Erzurum. Prijs: fl 26,‑ voor 900
km. In een chique restaurant boven de otogar gebruikten we een uitgebreide
lunch. Daar konden we eindelijk voor het eerst in Turkije op een normaal
zittoilet poepen. Tot dusverre hadden we nog niet echt veel last gehad van
diarree. Buiten op straat werd een jongeman aangehouden en gevankelijk
weggevoerd door rechercheurs
We wandelden naar Cankaya in zuidelijke richting. Bij de Halk Bankasi wisselden we traveller's cheques in. De baliebeambte was een alleraardigst ogend meisje, dat echter bij het invullen van het formulier (een van de vele!) een fout maakte tegen de Turkse spellingsregels. Jos ontdekte de fout en wees de jongedame gemaakt‑streng terecht. Hilariteit alom. Aan een stalletje dronken we ayran (met water aangelengde karnemelk) en limon (gekoelde citroenlimonade). We ontvluchtten de drukte en het gewoel van dit stadsgedeelte en kwamen terecht bij een moskee in aanbouw. Ze was bijna voltooid en zou over een jaar of zo worden ingezegend, We maakten er foto's van het nogal wankel uitziende steigerwerk. Het betrof hier de Kocatepe Moskee, tenminste volgens het niet geheel duidelijke kaartje. We pauzeerden op een beschaduwd terrasje met parasol, gelegen op een eilandje midden in een vijver. Jos werd daar aangesproken door een mondaine Turkse; zij vroeg om een vuurtje. In een moslimland komt zoiets uiterst zelden voor.
We ontdekten in
een moderne straat met flats volkomen toevallig een prima café, meer een soort
bierkelder op de Duitse leest geschoeid. Sfeervol ingericht en bezocht door
eigentijdse jongelui. De ober en barjongen Amza sprak verbazend goed Duits, op
school geleerd volgens hem. Het Löwenbrau‑bier smaakte ons best, Robbert stond
al gauw in het brandpunt van de belangstelling toen hij met zijn 108 kg door een
krukje zakte. Gelukkig viel de schade nogal mee. Haastig toesnellend personeel
verwees ons naar de bar waar de krukken heel wat steviger leken. In een snel
tempo marcheerden we daarna rechtstreeks naar het Gençlik Park om onze zoveelste
pilic
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||