INHOUD

Start Izmir Ankara Erzurum Dogubeyazit Van Diyarbakir Kahta Malatya Kayseri Cappadocie Ankara2 Izmir2

REISSITE
JOS & CLIM
 

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

Wie zijn we?  
Welke landen?

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË   AUSTRALIE  
BALI 

BELIZE  
CALIFORNIË
   CANADA  
CHINA  

CHILI  
CUBA 
CURAÇAO   CYPRUS  

ECUADOR  
EGYPTE   FOTOSITE  
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID
ISRAËL 
JAVA    JORDANIË   KRETA     
MADEIRA
 

MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK  
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 

RAJASTHAN
RUSLAND   SINGAPORE  
SRI  LANKA
  
SUMATRA
   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1   TURKIJE 2  
UNESCO SITE  

URUGUAY
USA CROSSING  
ZUID-AFRIKA 

 

 

REISSITE
JOS & CLIM
 

 

Ankara


CITAAT

"Het mooiste en beste van een reis wordt thuis beleefd: deels van tevoren, deels achteraf.”

Sigmund Graff (1898 ‑ 1979)

De comfortabele Otomarsan‑reisbus  (Mercedes, in licentie gebouwd in Turkije) vertrok punctueel. Het was stralend weer: geen wolkje aan de azuren hemel, geen zuchtje wind en een temperatuur van om en nabij de 40 graden. Eenmaal buiten de voorsteden was er weinig verkeer op de redelijk berijdbare wegen. Onze reisroute voor die dag:

IZMIR ‑ Turgutlu ‑ Ucak ‑ Afyon ‑  Emirdag ‑Sivrihisar ‑ Polatli ‑ ANKARA

Aanvankelijk voerde onze reis door de kustvlakte, maar langzamerhand bereikten we via soms vlakke, soms erg grillige bergketens de Anatolische hoogvlakte. Die vlakte ligt op een hoogte van 900 ‑ 1300 meter. De rit over de hoogvlakte vonden we tamelijk saai; hier en daar lagen wat stadjes en bergjes die uit het landschap oprezen.  Tegen de avond kwamen we in Ankara op het drukke autobusstation aan. We informeerden naar prijzen en ver­trektijden van de bussen naar Erzurum. We besloten op vrijdagavond naar Oost‑Turkije te vertrekken.

Te voet gingen we op zoek naar een hotel. Niet zo'n goed idee, want na verloop van tijd begon onze bagage wel erg zwaar te wegen. We doorkruisten het Genclik Par, waar het erg druk en levendig was. Natuurlijk konden we geen weerstand bieden aan de aldaar gelegen biertenten. Vlakbij de hoofdingang van het park vonden we onderdak in een ogenschijnlijk middenklassenhotel, het Kurtulus Palas Oteli.

Fotocollage van Ankara Mausoleum van Atatürk

We verkenden de buurt rond het hotel. Jos had daar al eens eerder gelogeerd. Allereerst aten we uitgebreid 'pilic' (overheerlijke halve of hele haan van het spit) en allerlei andere kleine gerechten, waaronder lever en pilav, een soort rijst. Aan een stalletje kochten we een fles raki (Turkse anijsdrank, in de volksmond ook leeuwenmelk genoemd, omdat hij na toevoeging van water wit kleurt) en pemba suyu (bronwater). In een nabij gelegen keldercafé nuttigden we een drietal flessen lekkere Efes, het beste Turkse biermerk. Om 12 uur sloot de zaak echter en keerden we terug naar ons hotel. Op bed gelegen smeedden we plannen onder meer een soort programma voor de volgende dag (dat deden we vaker 's avonds voor het slapen gaan) en maakten we gezamenlijk het flesje raki soldaat. Om een uur of twee sliepen we in, Jos ditmaal heel wat beter dan in Izmir!

Donderdag 25 juli

CITAAT

"Ik voor mij reis niet om ergens heen te gaan, maar om te gaan. Ik reis om het reizen. Zolang er maar beweging in zit."

Robert Louis Stevenson (1879)
 Dag 3

Op ons dooie gemak stonden we op. Al vanaf zes uur ‘s morgens raasde het stadsverkeer langs ons raam. Ons ontbijt werd gevormd door een kop soep met brood in een lokanta (een eetgelegenheid die het midden houdt tussen een kleine gaarkeuken en een restaurant. Soms word je er bediend, vaak ook niet. De warme gerechten staan uitgestald in grote bakken en schalen of ketels. Een blik in de keuken word je in het geheel niet kwalijk genomen. De prijzen liggen er bijzonder laag. Met de hygiëne wordt het hier en daar niet zo nauw genomen, maar dat dien je voor lief te nemen.). Vervolgens gingen we op pad om enkele toeristische trekpleisters in de oudere binnenstad te bekijken.

Achtereenvolgens bezochten we het enorme standbeeld van de Turkse "vader des vaderlands" Mustafa Kemal Pasja, beter bekend onder de naam Atatürk. Het beeld stond op het Ulus-plein, tevens het verkeerscentrum van de stad; de hier vlakbij gelegen Julianuszuil uit de 1e  eeuw na Christus (met een ooie­vaarsnest erop, althans in het seizoen); de Haci Bayram‑moskee, een bedevaartsoord dat gebouwd is op de ruïnes van een voormalige Romeinse tempel van keizer Augustus.

We waren aangekomen aan de voet van de Citadel. Een korte maar inspannende beklimming van de burchtheuvel volgde, waarna we boven al genietend van het uitzicht over het heuvelachtige Ankara konden uitrusten. We hadden veel bekijks van de plaatselijke jeugd. Via een andere weg, die ons midden door een dorp voerde waar de tijd leek te hebben stilgestaan (kippen en ander klein vee in de grootstad!), daalden we de heuvel af. Halverwege lag in een oude karavaanserail het zogenaamde Hittieten‑Museum, officieel het Museum van de Anatolische Beschavingen. De zalen en de geëxposeerde voorwerpen zagen er netjes en goed verzorgd uit. Dit museum is niet voor niets het mooiste van Turkije en dient als officieel visitekaartje voor het culturele erfgoed van het land. Het wordt dan ook voornamelijk bezocht door Westerse bus‑ en hoteltoeristen. Toen wij er waren liepen er veel Franse groepen rond.

GECEKONDU'S

Sloppenwijken tegen helling in Ankara

Na het museumbezoek liepen we de heuvel verder af. Op een kruispunt van marktstraten namen we de soms krankzinnige toestanden op. Het verkeer is daar een puinhoop en er zijn voortdurend massa's mensen op de been. Jos kocht in het bijzijn van enkele politieagenten in een winkeltje een nieuwe tandenborstel (de oude had hij per ongeluk in Izmir achtergelaten). Vanwege de agenten moest de winkelier een bon van fl 2 uitschrijven, iets wat normaal gesproken nooit gebeurt.

MUSEUM  ANATOLISCHE  BESCHAVINGEN

 

   

Al lopend kwamen we weer bij het Genclik Park uit. Op de terrassen zat iedereen naar goedkope videoproducties op de tv te kijken, behalve Robbert en ik.Wij bekeken het publiek. Ondertussen lebberden we 2 grote theesamovars uit. We bezochten de kermis in het park. We keken onze ogen uit en stonden verbaasd te kijken naar gesluierde vrouwen die, opgewonden kreetjes slakend, in vliegtuigjes zaten. Wijzelf namen de achtbaan, het reuzenrad en de steile wand. Deze laatste attractie was Robbert onbekend; hij vond de motorrijder in die ronde ton erg sensationeel, de omstanders ook trouwens, zeker toen de waaghals met losse handen ging rijden en een Turkse vlag om zijn hoofd drapeerde. Het nationalistische publiek kon dit bijzonder goed waarderen. Inderdaad, bloedstollende spanning en levensgevaarlijke stunts. In Nederland is de steile wand na enkele ongelukken met dodelijke afloop in de jaren zestig verboden.

We trokken verder de stad in, naarstig op zoek naar een kroegje om onze dorst te lessen. Na wat voorbijgangers in de arm te hebben genomen lukte het ons uiteindelijk. De kroeg was rokerig, lawaaierig en niet geventileerd. Uiteraard draaide de videorecorder op volle toeren, maar niemand had daar enige aandacht voor. Er zaten nogal veel Duitse Gastarbeiter‑Turken aan de lange tafels. We kregen gezelschap van een maffe kerel, een zekere Kadir. Die bleef ons maar aan de kop zaniken (in het Turks of met gebruik van een tiental woordjes Engels) over de kracht van de moderne Turkse staat en over het roemruchte Osmaanse  verleden. Hij verklaarde zelfs dat China eigenlijk Turks zou moeten zijn. We dronken in een fors tempo 5 grote glazen Tuborg en verlieten het etablissement. Kadir volgde ons en klampte ons op straat weer aan over de heroïsche Turkse cultuur. Jos was hem spuugzat en ontstak in een blinde woede. Schreeuwend in het Turks sommeerde hij Kadir om op te rotten, zo niet dan ... Met de staart tussen de benen verdween hij.

CITAAT

“Ieder denkt toch eigenlijk waar voor zijn geld te krijgen op reis. Hij verwacht al die dingen waarover hij zoveel heeft gehoord aan te treffen. niet zoals de hemel en de omstandigheden het willen. maar zo puur als hij ze in zijn verbeelding  meedraagt, en haast niets vindt hij zo, haast niets kan hij zo genieten."

Goethe (1785)
Vrijdag 26 juli

We sliepen uit. Onze tassen hadden we de avond van te voren al ingepakt. We lieten ons met een 'taksi' naar de 'otogar' brengen. De taxichauffeur kwam uit Urgüp; als we die plaats op onze reis zouden aandoen moesten we namens hem de groeten aan de portier van het Büyük Hotel doen. We vondene en dergelijk verzoek eigenlijk wel aandoenlijk. In de otogar gaven we onze bagage in bewaring en kochten alvast kaartjes voor de bus naar Erzurum. Prijs: fl 26,‑ voor 900 km. In een chique restaurant  boven de otogar gebruikten we een uitgebreide lunch. Daar konden we eindelijk voor het eerst in Turkije op een normaal zittoilet poepen. Tot dusverre hadden we nog niet echt veel last gehad van diarree. Buiten op straat werd een jongeman aangehouden en gevankelijk weggevoerd door rechercheurs inburger. Hoewel de noodtoestand in Ankara is opgeheven blijven er veel politieagenten op de been. Alleen de zwaar bewapende militairen zijn uit het straatbeeld verdwenen. In 1980 tijdens de putsch van de militairen had Jos die nog in groten getale op straat kunnen waarnemen.

Een

beetje

politiek

Toch werd er in de tijd dat wij in Turkije rondreisden door het parlement een nieuwe wet aangenomen, waarin de politie veel meer en verregaande bevoegdheden toegekend krijgt. Arresteren zonder beschuldiging of motivering blijft zo alleszins mogelijk. De macht is op die manier verschoven van het leger naar de politie. Het behoeft geen betoog dat er grof misbruik gemaakt kan worden van die wet; agenten kunnen zo gemakkelijk hun persoonlijke vetes met burgers beslechten. Een en ander zit het Europees Parlement, waar­van Turkije lid wil worden, helemaal niet lekker. Bovendien wordt er in de overvolle Turkse gevangenissen nog steeds op grote schaal gemarteld, ook al wordt af en toe voor de schijn een disciplinaire maatregel getroffen tegen de betrokken functionarissen. Vooral mensen die van socialistische sympathieën worden verdacht, schijnen het slacht­offer te worden van tortuurpraktijken. Ook in de vakbondshoek vallen harde klappen. Sommige kaderleden hebben zelfs de doodstraf tegen zich horen eisen! En zo'n land wil lid worden van de Europese Gemeenschap...

We wandelden naar Cankaya in zuidelijke richting. Bij de Halk Bankasi wisselden we traveller's cheques in. De baliebeambte was een alleraardigst ogend meisje, dat echter bij het invullen van het formulier (een van de vele!) een fout maakte tegen de Turkse spellingsregels. Jos ontdekte de fout en wees de jongedame gemaakt‑streng terecht. Hilariteit alom. Aan een stalletje dronken we ayran (met water aangelengde karnemelk) en limon (gekoelde citroenlimonade). We ontvluchtten de drukte en het gewoel van dit stadsgedeelte en kwamen terecht bij een moskee in aanbouw. Ze was bijna voltooid en zou over een jaar of zo worden ingezegend, We maakten er foto's van het nogal wankel uitziende steigerwerk. Het betrof hier de Kocatepe Moskee, tenminste volgens het niet geheel duidelijke kaartje. We pauzeerden op een beschaduwd terrasje met parasol, gelegen op een eilandje midden in een vijver. Jos werd daar aangesproken door een mondaine Turkse; zij vroeg om een vuurtje. In een moslimland komt zoiets uiterst zelden voor.

   

CITAAT

"Een mens neemt bijna altijd te veel bagage mee op reis. En verliest daarbij het belangrijkste stuk bagage dat hij met zich meezeult uit het oog. Hij kijkt er gewoon overheen en vergeet dan ook de inhoud ervan te inspecteren. Het belangrijkste stuk bagage, is het stuk bagage dat hij zelf is."

Bertus Aafjes

We ontdekten in een moderne straat met flats volkomen toevallig een prima café, meer een soort bierkelder op de Duitse leest geschoeid. Sfeervol ingericht en bezocht door eigentijdse jongelui. De ober en barjongen Amza sprak verbazend goed Duits, op school geleerd volgens hem. Het Löwenbrau‑bier smaakte ons best, Robbert stond al gauw in het brandpunt van de belangstelling toen hij met zijn 108 kg door een krukje zakte. Gelukkig viel de schade nogal mee. Haastig toesnellend personeel verwees ons naar de bar waar de krukken heel wat steviger leken. In een snel tempo marcheerden we daarna rechtstreeks naar het Gençlik Park om onze zoveelste pilic te verorberen. We kregen er nu natte washandjes bij om de vette handen mee af te vegen. Onderweg werd Robbert nog nageroepen door een stel jongelui. Ze riepen "domuz" tegen hem,  wat zoveel betekent als "varken, zwijn".

 


Vorige Start Volgende