Landschappelijk vind ik Syrië niet zo bijzonder. Het grootste gedeelte
van het land bestaat uit een onaantrekkelijke steen- en rotswoestijn. De
kust heeft weinig stranden en de bergen zijn er niet echt spectaculair. In
de steppegebieden en de Vruchtbare Halve Maan domineert de landbouw en de
bebouwing. Toch zijn er plekjes die vanwege hun serene rust de moeite waard
zijn.
Vulkanisme en woestijn
In het zuiden bij de grens met Jordanië ligt een grote vlakte die bezaaid is met
vulkanisch gesteente. De oude stad Bosra die daar ligt is dan ook gebouwd uit
blokken basalt. De woestijn is langs de doorgaande, geplaveide wegen bezaaid met
afval van reizigers, zo ver het oog reikt zie je plastic zakken opwaaien of lege
blikjes glinsteren. Hier kunnen ze dus niet de toeristen de schuld van geven,
want die komen er nauwelijks.
Archeologie in Ebla
Interessant zijn de archeologische opgravingen bij het plaatsje Ebla. Daar heeft
men kleitabletten met het eerste spijkerschrift gevonden. Met behulp van deze
vondst heeft men het spijkerschrift kunnen ontcijferen en is men veel meer aan
de weet gekomen over het leven in de oude beschavingen in het Tweestromenland,
ofwel Mesopotamië, het vruchtbare gebied tussen de
grote rivieren de Eufraat en de Tigris.
In Ebla zijn belangrijke kleitabletten met spijkerschrift
gevonden.
Andere cultuurhistorische monumenten vind men in de antieke stad Apamea die
tussen Aleppo en Hama ligt. Uit de omvang van de her en der verspreide ruines
kun je al opmaken dat dit ooit een enorm groot stedelijk centrum moet zijn
geweest. Er is niet veel meer van over, maar de lange zuilenrij mag er nog
steeds zijn. Hier en daar tref je nog resten van theaters, agora's en tempels.
De Romeinse keizer Marcus Antonius bracht er samen met zijn geliefde Cleopatra
een bezoek op weg naar Antiochië. De site ligt echt temidden van de korenvelden. De plaatselijke jeugd scheurt met
Japanse brommers tussen de brokstukken door, op jacht naar toeristen die ze
zogenaamde 'oude' munten en beeldjes wil aansmeren.
APAMEA
Een
uur later zitten we in Apamea, naar verluidt een enorme stad van naar men
zegt 500.000 inwoners in de Romeinse tijd. Ik geloof er niets van, er is zo
weinig van overgebleven, enkel wat zuilengalerijen. Tenzij er natuurlijk nog
heel wat onder de grond zit. De gids wordt door al die klassiek geschoolde
ex‑gymnasiasten gecorrigeerd als hij bepaalde inscripties foutief vertaalt
of Romeinse en Griekse elementen door elkaar haalt! Nee, bij dit groepje kun
je je geen enkele fout permitteren.
Voor je aan de voet van dit gebergte aankomt rij je eerst door een
vruchtbare streek die bevloeid wordt door het water dat uit de bergen
stroomt. Het water komt samen in de Orontes en de Ouros - rivier die in het
noorden in de Middellandse Zee uitmonden.