MENU

Omhoog
TamilNadu
Tempelroute
Kerala
Mudumulai
Mysore
Bangalore
Hyderabad
Aurangabad
Bombay
Terugreis
Fotogalerij
Fotogalerij2
Fotogalerij3

ONZE ANDERE WEBSITES

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË  

AUSTRALIË
BALI 
BELIZE
CANADA  
CALIFORNIË  
CHILI
CHINA 
CUBA 
CURAÇAO

CYPRUS
ECUADOR  
EGYPTE  
FOTOSITE 
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID  
INDIA RAJASTHAN
ISRAËL 
JAVA   
JORDANIË   

KRETA
MADEIRA
 
MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 
RUSLAND  
SRI  LANKA
  
SUMATRA   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1  
TURKIJE 2  
UNESCO-SITE 
URUGUAY

USA  
ZUID-AFRIKA 

 

Tempelroute


DE  TEMPELROUTE

Rond zes uur staan we al op, het is dan net licht geworden. We slaan veel mineraalwater voor onderweg in en verdelen de bagage over de beide busjes. In het begin rijden we door een dor en kaal landschap, maar langzamerhand wordt het steeds groener. We volgen de zogenaamde tempelroute en stoppen een keer of zes onderweg om te eten/drinken of om tempels te bezoeken. De eerste stop is bij een zgn. ashram van een nog levende heilige, een soort goeroe die wonderen kan verrichten. De honderden discipelen zijn volledig in het rood en oranje gekleed. Voor de ingang krioelt het van de hardnekkige bedelaars. Weer barst iemand van onze groep in tranen uit.

Te heet onder onze voeten

Lunchen doen we in Chidambaram, een marktstadje met een zeer uitgebreid tempelcomplex, dat we op blote voeten bezoeken. De zon schijnt onbarmhartig op de granieten vloeren en met geschroeide voeten rennen we letterlijk van attractie naar attractie. Alleen Clim houdt manmoedig stand; hij wandelt doodgemoedereerd rond alsof er niets aan de hand is. Maar daar zit meer achter: hij wil de Indiërs geen enkele reden geven om ons witten uit te lachen. Dat gebeurt toch al veel te vaak volgens hem. We maken nog wat ceremoniële wassingen en maken een rit met de heilige tempelkar mee. 

Bedelende  Brahmanen

Ook wordt ons toegang verleend tot het heilige der heilige: diep in de donkere buik van de tempel staat een beeld dat bewierookt en aanbeden wordt en omgeven is door bloemen. Walmende toortsen aan de wanden (meestal  is er toch ook wel elektrisch  licht), sonoor galmende tempelklokken en ondefinieerbare geuren, zoet en weemakend, geven het geheel een onaardse sfeer. Dat we toch in de twintigste eeuw leven bewijzen de Brahmanen die, hun hoge kaste eigenlijk onwaardig, bij ons bedelen om pennen en geld. Als het ons letterlijk te heet onder de voeten wordt, vluchten we en masse het stadje in om te eten.  

Hardnekkige bedelaar

We volgen de groep niet, die zoekt namelijk een duur verwesterd restaurant met airconditioning op. Wij zelf lunchen in een donkere eetspelonk, waar we ons tegoed doen aan een vegetarische thali: zo veel rijst als je wilt op een groot bananenblad, met groente en sausjes in overvloed. Eten moet je met de vingers van je rechterhand, dat wel. De kosten zijn te verwaarlozen: drie dubbeltjes. Alleen het water durven we er niet aan te raken: waarschijnlijk is het gewoon leidingwater, bacterieel gezien te gevaarlijk voor ons. Buiten staat een bedelaar met een zuigeling op zijn arm ons op te wachten. Hij achtervolgt ons al een uur lang. We hebben hem al sigaretten en koekjes gegeven, nu krijgt hij ook nog broodjes en een glas thee. Maar nee, hoor, hij wil meer. Geld wil hij zien, roepies sir. Nou, dat krijgt hij niet van ons. Als we de ondankbare kerel  beu zijn, jagen we hem met verbaal geweld weg. Op een afstandje van 10 meter blijft hij ons volgen. Zo gaat dat hier, elke dag opnieuw, om paranoia van te worden.  

Netjes onderhouden tempelterreinen

We bezoeken vervolgens nog twee gigantische tempelcomplexen uit de 10de tot 12de eeuw. Petje af voor de bouwers, we zijn echt onder de indruk. De hoge gopurams (torens) zijn letterlijk bezaaid met beelden in alle soorten en maten. Sommige tempels zijn druk beschilderd, anderen zijn sober, maar niet minder geornamenteerd. En dan te bedenken dat men die gevaarten min of meer met de hand heeft gebouwd! In sommige worden nog erediensten gehouden, maar de meeste tempels worden niet meer echt gebruikt. Het is hier overal netjes en schoon, dat valt in dit rommelige, smerige land direct op.

Uit de weg! Uit de weg!

We gaan weer op weg. We ergeren ons gruwelijk aan het kinderachtige, aandachttrekkende en neurotische gedrag van een van onze oudere reisgenoten. "Uit de weg! Uit de weg!”, roept hij steeds geagiteerd als het busje opgehouden wordt door ossenkarren, loslopend vee, slingerende fietsers of onoplettende voetgangers. Aan de kindertjes deelt hij snoep uit. Niet één voor één duwt hij hun iets in hun knuistje, nee, dat gaat hem te langzaam. Hij heeft een zak met kilo's snoepgoed gekocht en strooit daarmee kwistig rond, als ware hij Zwarte Piet. Hij geniet ervan te zien hoe de kindertjes letterlijk in het stof kruipen en vechten om een zuurtje

Diep groen landschap

Het landschap is allengs groener geworden en we rijden voor het eerst door de  natte rijstvelden. De streek is druk bevolkt. In de dorpjes staan de gammele lemen hutjes met riet of palmbladeren bedekt, schouder aan schouder onder de schaduwrijke palmbomen. Met wat minder monden om te voeden zouden deze contreien misschien ooit eens welvarend kunnen worden. Soms zien we een kerkje of een kleine moskee, tekens van religieuze tolerantie in de deelstaat Tamil Nadu die dominant Hindoe is. Om het helemaal een idyllisch plaatje te maken strooit de ondergaande zon nog wat scheuten gouden licht over het arcadische landschap heen. Dan rijden we plotseling over een stuwdam en realiseren we ons dat al die betrekkelijke overvloed te danken is aan menselijk ingrijpen. De plattelandsbevolking gaat schaars, maar net gekleed in kleurige kledij. De vrouwen spannen wat dit betreft de kroon en hebben allen zonder uitzondering bloemen in hun haar gevlochten. Ze zien er aantrekkelijk uit, zonder meer. Sommige boeren maken handig gebruik van het doorgaande verkeer. Ze strooien hun gierstoogst bijvoorbeeld op het wegdek, waar de korrels uit de aren gedrukt worden door de zware wielen van de voertuigen. Dorsen hoeft dus niet meer.

 

Plattelandsstad Tanjore

Na nog een tweetal tempels bereiken we tegen de avonduren de stad Tanjore, ook wel Thanjavur genaamd.  We geven ons wasgoed af aan de laundryboy, want morgen zijn we ook nog hier. Twee dagen in dezelfde plaats betekent dat we onze vieze kleren laten wassen. We gaan de stad in. Daar snuiven we voor het eerst weer eens de Indiase stadssfeer op; broeierig, klam, druk, stinkend, duister, maar altijd vol mysterieuze aantrekkingskracht. We zoeken aanvankelijk tevergeefs naar bier, later vinden we toch nog iets. In de hotelbar, toepasselijk genaamd The Last Drop, drinken we zwaar Guru-bier met wel 8% alcohol!

 

Gopurams en Nanda's

De volgende dag doen we allereerst de beroemde Brahadeeswarar Tempel aan, deze staat ook op de lijst van Unesco's World Heritage of Mankind.  Kolossaal en prima gerestaureerd. We lopen de galerijen af, duiken donkere nissen in en bezoeken bijtempels. De onbeschilderde gopuram (dat is een taps toelopende toren boven de ingang)  draagt een enorme koepel. Voor de hoofdtempel ligt een Nanda, een heilige stier, uit één stuk graniet van 5 ton. Er is eveneens een simpel museumpje met foto's van vóór en na de restauratie.De traditionele tempelolifant accepteert muntjes en geeft je uit dank dan een klopje op het hoofd met zijn slurf. Verschillende keren worden we door Engelssprekende Tamils aangesproken. Vaak betreft het dan pelgrims in goeden doen, van elders afkomstig. Zo ontmoeten we een leraar, een industrieel en een student die met ons meeloopt zonder opdringerig te zijn. Deze laatste ontmoeten we bij de Sivaganga Tank, een kunstmatig meer voor rituele wassingen dat praktisch droog staat.

Ruïne van voormalig paleis

Na een poosje bereiken we het paleis van een Chola-koning. Nou ja, paleis, het is meer een ruïne waarin hier en daar een mooi beschilderde hal met enorme pijlers in ongeschonden staat bewaard is gebleven. Het is merkwaardig genoeg gebouwd van baksteen, dat zie je hier zelden. In de buurt liggen ook nog een museum (met veel bronzen Shiva-beelden), een Art Gallery en een bibliotheek met oeroude manuscripten. Er zijn ook Indiase bezoekers. Enkelen vragen nieuwsgierig of ze door de zoomlens van Jos mogen kijken, hetgeen ingewilligd wordt. Ze zijn vol bewondering voor dit staaltje van optische techniek. Regelmatig wordt ons pad gekruist door medereizigers. 'Hoi, waar zijn jullie geweest? En, hoe was het? Waar gaan jullie nu heen?", daar komen onze ontmoetingen op neer.

                                                                                Indiaas tabaksbocht

Overdag willen we even wat rusten, maar we liggen op bed te zweten als een otter. De elektriciteit is uitgevallen en dus werkt de fan niet; weg verkoeling. Ook de tv doet het niet. 's Avonds  blijkt tot onze schaamte dat we buiten de kamer op de gang een knop hadden moeten omdraaien om stroom in onze kamer te krijgen. Het is maar een weet ... We wagen ons voor het eerst aan inlandse sigaretten. Ons oog valt op een merk zonder filter. De winkelier kijkt ons niet begrijpend aan. Geen filtersigaretten? Willen wij dat goedkope bocht? Ja, dat willen we. Hij begrijpt er niets van; in India worden die sigaretten alleen door armoedzaaiers gerookt, niet door welvarende mensen. Op de tv ontdekken we CNN en BBC Asia (uit Hongkong), nu kunnen we actuele programma's volgen.

Goedlachse wasvrouwen

We hebben onze medereizigers inmiddels beter leren kennen. De groep is gewoon oké, met uitzondering van twee jonge meiden die halsstarrig blijven rondlopen in een kort broekje waar hun roze billen uitpuilen en die steevast te laat komen bij vertrek en tussenstops. Naar Trichy, de gebruikte afkorting voor Tiruchirappalli, is het maar een kattensprong. We rijden door een gebied van rode aarde met hier en daar een open kleigroeve. De sawa's zijn weer uit het landschap verdwenen. We stoppen bij een rivier waar gewassen wordt: kleren en textiel, buffels en mensenlijven. De wasvrouwen zijn goedlachs en de camera's klikken dan ook onafgebroken. Dit is geen toeristengebied, dus de bevolking is er niet op bedelen ingesteld. Ze zijn tevreden met hun karige bestaan. Althans, zo lijkt het in onze bevooroordeelde ogen.

De Rock Fort Tempel in Trichy

In Trichy bezoeken we allereerst de Rockfort-tempel, 84 meter hoog gelegen, uittorenend boven de stad en bereikbaar via een tunneltrap met 450 treden en overal nissen met altaartjes en zo. Mooi uitzicht over de omgeving die doorsneden wordt door brede, zilverkleurige rivieren. We hebben een gids erbij gekregen, maar daar storen we ons niet aan. We dwalen door de China Bazaar aan de voet van de rots. Interessant daar, we ontdekken zelfs een winkeltje met sexy dameslingerie! We belanden in een wijk vol louche geldwisselaars en bloemenverkoopsters. We kopen een slinger geurige bloemen en hangen die om onze nek. De hele dag ruiken we fris en we krijgen menig compliment van onze reisgenoten.

Lage lonen-land

We zitten in hotel Femina, een naam die menig macho-grapje aan de mannen ontlokt. De vrouwen reageren er volwassen op. In het hotel volgt een korte lunch, waarna wordt gerust. Jos voelt zich nog fit genoeg en verkent de omgeving. Hij zit een tijdje te ouwehoeren met een veiligheidsman en 2 riksja wallahs, lekker in de schaduw naast de toegangspoort. De bewaker verdient f 40 per maand en dat voor 6 dagen van 12 uur achter elkaar. Hij geeft toe dat het werk niet inspannend is, maar van het loon kan hij niet rondkomen. Zijn vrouw werkt dus ook. De wallahs verdienen nog minder uiteraard. Onze chauffeurs nemen per maand fl 80 mee naar huis.

Sri Srangam Tempel

Om half vier gaan we met het busje naar de Sri Srangam tempel, een van India's grootste religieuze centra. Het ligt op een eiland in de Cauvery-rivier. Zeven omwallingen heeft de tempel, de laatste twee mogen we niet in, die is alleen voor Hindoes. Binnen is een complete stad met veel winkeltjes en handel gebouwd. Mooi beeldhouwwerk is op pilaren en kapitelen aangebracht. Voor de tempel huist een horde bedelaars die aangevoerd wordt door een bijdehante dwerg van 80 cm lang. We kijken geamuseerd toe hoe hij een vreemde indringer van 14 jaar en 130 cm hoog op zijn smoel slaat, nou ja, hij komt maar tot op borsthoogte. Hij lijkt de enige slimmerik van dat zooitje zwervers en spreekt zowaar een woordje Engels! In de tempel zijn we getuige van een ander conflict, minder prozaïsch maar zeker zo explosief in India. Een Hindi-sprekende pelgrim (afkomstig uit het Noorden) is in een heftige woordenwisseling geraakt met een autochtone Tamil en wel in het Engels. De Hindi voelt zich gediscrimineerd in eigen land omdat alles alleen in Tamil-schrift staat aangegeven. De taalstrijd in een notendop. Een eeuwig terugkerende bron van conflicten, want India kent 15 hoofdtalen (en honderden kleinere) en welke is nu de belangrijkste? Geen van die allen dus, vandaar dat er alom het neutrale Engels als ‘lingua franca’ wordt gebruikt.     

 

EROTIEK

Het huidige India is uiterst preuts; een openlijke kus in een film was tot voor kort taboe. Eeuwen geleden was dat wel anders te beoordelen aan de niets verhullende erotiek op sommige tempels.

Erotisch beeldhouwwerk

Een aan lager wal geraakte Brahmaan dringt ons een rondleiding op. Meer ondanks dan dankzij hem vinden we na enig zoeken de tempel met het erotische beeldhouwwerk: in steen worden pikken gezogen en afgetrokken, maar ook normale vleselijke gemeenschap is uitgebeeld. Clim maakt een foto van een ploeg koelies die netjes voor ons poseert. Bij een van de tientallen stalletjes ontdekken we een ansichtkaart met Marco van Basten erop! Hier en daar gaan we duistere bijtempeltjes binnen, allen gewijd aan een aparte godheid, bijvoorbeeld de olifantengod Ganesja. Wel wordt overal een geldelijke bijdrage verwacht, meestal niet meer dan een enkele roepie, dus dat mag de pret niet drukken.

Jos stinkt uit bek

Half acht op. In ontbijtzaal zit Jos apart aan een tafeltje en leest ostentatief de krant. Hij drinkt koffie en sapjes, maar eet niet. Waarschijnlijk heeft hij iets te veel snacks verorberd de vorige avond. Daar zat trouwens ook nog een "garlic-bread" bij waar de kok , zonder overdrijving, wel 15 knoflookteentjes ruw in had verwerkt! Onze Jos zal een hele lange tijd behoorlijk uit zijn bek stinken. Misschien is dat de reden waarom hij alleen zit…


MADURAI

In Madurai, een miljoenenstad met louter lage bebouwing, worden we in hotel Supreme ondergebracht. Het is een hotel dat als volgt adverteert: "A five star hotel for a two star price". Het laatste klopt (fl 5 per nacht per kamer!), het eerste duidelijk niet. De protserige hal vol namaakmarmer en spiegels dient slechts als façade. Uiteindelijk gaat het om de kamers en die zijn klein. De lakmoesproef is doorgaans de toestand van het sanitair: hier is dat abominabel. Afgebladderde wanden, verstopte douchekop, kapotte ramen, slecht of geen licht, geen water, etc. Nog meer mankementen horen? Geen handdoeken, een fan die alleen in hoogste stand kan functioneren (waardoor Clim een kou oploopt), problemen met elektriciteit, geen schone lakens. En lest best George, een opdringerige roomboy die om de haverklap onze kamer met doorzichtige smoesjes binnenvalt, een begerige fooienblik in zijn ogen. Als we aan de balie ons vuile goed willen afgeven wordt dit niet aangenomen. Als reden wordt opgegeven: "Laundryman died." We geloven er niets van, want het is zondag en veel bedienden wensen zich dan liever nergens druk om te maken. Het zij zo.

De Belgische Maharadja 

Op zoek naar een eettent ontmoeten we Maurice, een bejaarde Belg, die handenvol geld staat uit te delen aan onaanraakbare vrouwen met kindertjes op de heupen. "Ze noemen me hier de Belgische maharadja", zegt hij niet zonder trots. Geen wonder, hij geeft aalmoezen van 5 roepies per stuk, dat zijn twee maaltijden!

Om één uur 's middags vinden we een geschikt non-vegetarisch restaurant, het Mahal. Aan de deur staat een krijgshaftige portier, een voormalige British-Indian Army­officer met een enorme knevel onder zijn neus. Goede restaurants hebben hier zonder uitzondering een portier, niet zozeer om stijl en standing hoog te houden, maar eerder om de talrijke armoedzaaiers en hongerlijders buiten de deur te houden. Zuid-India is massaal vegetarisch ingesteld, ook al omdat groente nu eenmaal beduidend goedkoper is dan vlees.  Trouwens, welk vlees moet er eigenlijk gegeten worden? Varkensvlees mag niet (vanwege de niet onbelangrijke Moslimminderheid), rundvlees is zo mogelijk nog meer taboe (vanwege de grote Hindoe-meerderheid). Blijft over: kip. Ons streven is elke dag één keer (een beetje) vlees te  eten. In Mahal zitten we snor (dankjewel portier), er komt vlees op tafel, gegarandeerd. Een nadeel van de zaak is de nadrukkelijk aanwezige airconditioning die zorgt voor een echt poolklimaat.

 

Indrukwekkende Meenaksi Tempel

In de buurt van de wereldberoemde Meenaksi Tempel komen de vrije tijds-gidsen ons al tegemoet. We volgen er een die ons naar een "rooftop-panorama" brengt. Daartoe moeten we eerst op het plat dak van een leegstaand gebouw via wankele kratjes op een opbouw kruipen voor we een blik op de nietszeggende daken van het tempelcomplex kunnen werpen. We zien de glimmende gouden koepel, that's all. De gids wil ons andere diensten aanbieden (maatkleding, souvenirs e.d.), maar we schepen hem af. Het hart van de tempel is tot vier uur gesloten. We houden ons tot die tijd in de buitenringen op. We komen in een grote hal van kathedrale afmetingen, geschraagd door metersdikke zuilen met drakenkoppen als kapitelen, exotische geuren dringen onze neusgaten binnen, in het schemerlicht moeten we over de honderden slapende lijven van magere pelgrims wippen. Het maakt een verpletterende indruk op ons. In de fameuze ‘Hal van de Duizend Pilaren’ gaat Jos als liefhebber van beeldhouwwerk uit zijn dak. Leeuwen, tijgers, godinnen en goden, krijgers, draken en wangedrochten, kortom voor "elck wat wils". Jammer genoeg is het licht er te zwak om goede foto's te kunnen maken (we hebben geen flitsuitrusting). We rusten wat uit en laten die geheimzinnige sfeer op ons inwerken. Het is zwoel weer en zelfs hier binnen loopt het zweet ons tappelings langs de rug.

 

Kumas, 9 jaar. Beroep: gids

Om 16.00 uur kunnen we helemaal naar binnen. Fotograferen is er verboden, maar daar let men niet zo op. Serene rust heerst rondom de heilige watertank met de indrukwekkende zuidelijke gopuram op de achtergrond. Kumas, een jochie van 9 jaar oud, leidt ons rond. Hij is bijzonder clever en spreekt al een aardig woordje Engels. We komen regelmatig tempelbewakers tegen, waaronder enkele jonge vrouwen in politie-uniform. Op sommige gebieden is in India de emancipatie vergevorderd, met name bij de rechterlijke macht en de overheid. Denk maar aan de vrouwelijke premier, Indira Gandhi zaliger. We kopen er de plaatselijke specialiteit snack, gefrituurde groenteballetjes met pepers, maar krijgen die niet op. Later geven we ze af aan een stel lompenkinderen. Sommige ruimten mogen we niet in, "For Hindu's only" staat er dan aangegeven. We geven Kumas een fooi en verlaten het heiligdom.

Vurig eten

Op de nabijgelegen bazaar van ambachtslieden (koperslagers, goudsmeden, lassers, drukkers) drinken we onsmakelijke cichoreikoffie, waarna we met de motorriksja terugkeren naar het hotel. ‘s Avonds strijken we neer in het Indo-Ceylon Restaurant om thali met "mutton and chicken" te proberen. Zelden zo heet gegeten, en ook nog niet eens water verkrijgbaar om te blussen, we hebben alleen de beschikking over lauwe pepsi. De bedienden in lendendoekjes staan op een eerbiedige afstand van 2 meter in een kring rondom ons toe te kijken. We zijn die schaamteloze nieuwsgierigheid in dit land zo langzamerhand gewend. De pittige sausjes branden diepe sporen in onze slokdarm.

 

Filosoferen over Nostrademus

Er volgt een interessante avondwandeling. Voor de r.k. kerk liggen de bedelaars netjes op een rij, het ontbreekt er nog maar aan dat ze genummerd zijn. Is dit de invloed van de rationalistische aanpak van een westerse godsdienst? Wie weet. We lopen over de groentemarkt.  Frisse producten, heldere kleuren, glimlachend volk, maar op de grond een walmende brij van stront, rottend fruit, slijm en slijk. Weinig autoverkeer gelukkig (zeker geen busjes met westerse toeristen), maar wel voortdurend scooters, riksja's, fietsers en vee dat zich overal tussendoor wurmt.  Dat gebeurt wel opvallend relaxed, hier is het geven en nemen. We nemen plaats op een trap, bestellen thee (dat bestellen is altijd Clim zijn specialiteit) en laten de wereld aan ons voorbij gaan. We genieten van een groenteboer die gebiologeerd naar een tv-programma in een winkel staat te kijken. Hij heeft daarom niet in de gaten dat achter hem een heilige koe langzaam maar zeker zijn koopwaar aan het opvreten is. Een dikke, welgestelde Hindoe richt in academisch geschoold Engels het woord tot ons. Na enkele inleidende beleefdheidsfrasen begint hij over Nostrademus te orakelen. Hij haalt er van alles bij, erudiet is hij ongetwijfeld. We mogen boeken van hem lenen, maar we slaan zijn genereuze aanbod af.

Het Gandhi - Museum

Het Gandhi-museum is een kilometer of 5 uit het centrum. We  bekijken op ons gemak de geëxposeerde voorwerpen, waaronder veel overblijfselen van het koloniale tijdperk (foto's, tekeningen). De parel in de collectie is het met bloedspatten bevlekte gewaad dat Gandhi aanhad toen hij door een fanatieke Hindoe werd neergeknald. In de tuin  liggen de schamele resten van een ashram, waarin een religieus geïnspireerde groepsgenote  verheerlijkt  ronddwaalt. Een roodzwart geüniformeerde muziekband  marcheert voorbij. Waarom er muziek is kan niemand ons uitleggen.

Koeken van koeienstront

Een oude wallah (dat wil zeggen: we schatten hem over de vijftig, maar in werkelijkheid zal hij misschien niet ouder dan 30 jaar zijn geweest) brengt ons naar de brede brug over de rivier die Madurai doormidden snijdt. In het midden van de bedding loopt nog een miezerig stroompje, de rest staat droog en wordt gebruikt om kleren te drogen, dieren te weiden en groente te telen. Jos geeft een aalmoes aan een olifantenman, hij heeft twee benen zo dik als watertonnen, afgrijselijk om te zien. Langs de oevers woont ook de kaste die van koeienstront leeft. Deze wordt op de grond of tegen de wanden van hun hut gedroogd, waarna ze in de vorm van grote koeken als brandstof wordt verkocht. Dit wordt overal in India zo gedaan, men noemt het produceren van stront een van de nuttige functies van de heilige koeien.

MAHATMA
GANDHI

VADER DES VADERLANDS

Clim hoge koorts

Omdat Clim zich niet lekker voelt keren we terug naar het hotel. Hoewel hij nergens pijn heeft, noch last heeft van diarree of buikklachten blijkt hij hoge koorts te hebben: 39.6 graden. Hij neemt 2 aspirientjes in en duikt meteen onder de wol. Hij denkt aan opkomende bronchitis en geeft de in hoog tempo ronddraaiende fan aan het plafond daarvan de schuld. Die moet dus uit, vindt hij, waarna Jos op zijn beurt niet meer uithoudt van de warmte en de kriebelzweet. Terwijl Clim vredig slaapt, gaat Jos dan ook op eigen houtje op onderzoek uit.

Koeienmelkplaats

Hij gaat richting station. Daar is een kleurige mensenmenigte verzameld, vooral afkomstig uit het omliggende platteland. Hij kan overal rustig rondlopen zonder te worden lastiggevallen. Aan de westzijde van de stad bezoekt hij nog een tweetal tempels. Met name in de kleine, maar voor Hindoes belangrijke Visjnu-tempel maakt hij een ceremonie mee met bloemen, wierook en gezang. Hij laat de beide tempelmuzikanten voor zich poseren. In die buurt bevindt zich ook de koeienmelkplaats, waar de heilige koeien twee keer per dag met zachte hand naar toe gedreven worden om 2 liter melk (gemiddelde opbrengst volgens een Brahmaanse voorbijganger) te produceren. Dit is dus weer een andere, meer voor de hand liggende nuttige functie van de heilige koeien. In het hotel ligt de laundry klaar. De laundry man schijnt inderdaad de geest te hebben gegeven, zodat men het wasgoed maar naar een moderne, maar ook véél duurdere stomerij heeft gebracht.

Kaap Comorin: de zuidpunt

Kaap Comorin is het meeste zuidelijke puntje van het Indiase schiereiland. De stad daar heet Kanniyakumari. Aan de andere kant van de zeestraat ligt Sri Lanka, daarna enkel de Indische Oceaan die hier tot Antarctica reikt. De Kaap is een pelgrimsoord, er liggen verscheidene tempels, die we echter links laten liggen. Er is niet echt veel te zien buiten al die kraampjes met souvenirs. Jos krijgt het aan de stok met een hawker; deze spuwt Jos in het gezicht omdat hij die rommel niet wil kopen. Jos moet zich bedwingen om er niet op los te slaan.


(Klik hier voor begin van de pagina)

Vorige Omhoog Volgende