MENU
ONZE ANDERE WEBSITES
ONZE
ALASKA
|
|
![]() |
Bedelende Brahmanen Ook wordt ons toegang verleend tot het
heilige der heilige: diep in de donkere buik van de tempel staat een
beeld dat bewierookt en aanbeden wordt en omgeven is door bloemen. Walmende toortsen aan de wanden
(meestal
is er toch ook wel elektrisch
licht), sonoor galmende tempelklokken en ondefinieerbare
geuren, zoet en weemakend, geven het geheel een onaardse sfeer. Dat we
toch in de twintigste eeuw leven bewijzen de Brahmanen die, hun hoge
kaste eigenlijk onwaardig, bij ons
bedelen om pennen en geld. Als het ons letterlijk te heet onder de
voeten wordt, vluchten we en masse het stadje in om te eten. Hardnekkige bedelaarWe volgen de groep niet, die zoekt namelijk een duur
verwesterd restaurant met airconditioning op. Wij zelf lunchen in een
donkere eetspelonk, waar we ons tegoed doen aan een vegetarische thali:
zo veel rijst als je wilt op een groot bananenblad, met groente en
sausjes in overvloed. Eten moet je met de vingers van je rechterhand, dat wel.
De kosten zijn te verwaarlozen: drie dubbeltjes. Alleen het water durven
we er niet aan te raken: waarschijnlijk is het gewoon leidingwater,
bacterieel gezien te gevaarlijk voor ons. Buiten staat een bedelaar met
een zuigeling op zijn arm ons op te wachten. Hij achtervolgt ons al een
uur lang. We hebben hem al sigaretten en koekjes gegeven, nu krijgt hij
ook nog broodjes en een glas thee. Maar nee, hoor, hij wil meer. Geld
wil hij zien, roepies sir. Nou, dat krijgt hij niet van ons. Als we de
ondankbare kerel beu zijn,
jagen we hem met verbaal geweld weg. Op een afstandje van 10 meter
blijft hij ons volgen. Zo gaat dat hier, elke dag opnieuw, om paranoia
van te worden. |
We bezoeken vervolgens nog twee gigantische
tempelcomplexen uit de 10de tot 12de eeuw. Petje af voor de bouwers, we
zijn echt onder de indruk. De hoge gopurams (torens) zijn letterlijk
bezaaid met beelden in alle soorten en maten. Sommige tempels zijn druk
beschilderd, anderen zijn sober, maar niet minder geornamenteerd. En dan
te bedenken dat men die gevaarten min of meer met de hand heeft gebouwd!
In sommige worden nog erediensten gehouden, maar de meeste tempels
worden niet meer echt gebruikt. Het is hier overal netjes en schoon, dat
valt in dit rommelige, smerige land direct op.
We gaan weer op weg. We ergeren ons gruwelijk aan het kinderachtige, aandachttrekkende en neurotische gedrag van een van onze oudere reisgenoten. "Uit de weg! Uit de weg!”, roept hij steeds geagiteerd als het busje opgehouden wordt door ossenkarren, loslopend vee, slingerende fietsers of onoplettende voetgangers. Aan de kindertjes deelt hij snoep uit. Niet één voor één duwt hij hun iets in hun knuistje, nee, dat gaat hem te langzaam. Hij heeft een zak met kilo's snoepgoed gekocht en strooit daarmee kwistig rond, als ware hij Zwarte Piet. Hij geniet ervan te zien hoe de kindertjes letterlijk in het stof kruipen en vechten om een zuurtje
Diep groen landschapHet landschap is allengs groener geworden en we
rijden voor het eerst door de natte rijstvelden. De streek is druk bevolkt. In
de dorpjes staan de gammele lemen hutjes met riet of palmbladeren
bedekt, schouder aan schouder onder de schaduwrijke palmbomen. Met wat
minder monden om te voeden zouden deze contreien misschien ooit eens
welvarend kunnen worden. Soms zien we een kerkje of een kleine moskee,
tekens van religieuze tolerantie in de deelstaat Tamil Nadu die dominant
Hindoe is. Om het helemaal een idyllisch plaatje te maken strooit de
ondergaande zon nog wat scheuten gouden licht over het arcadische landschap
heen. Dan rijden we plotseling over een stuwdam en realiseren we ons dat
al die betrekkelijke overvloed te danken is aan menselijk ingrijpen. De
plattelandsbevolking gaat schaars, maar net gekleed in kleurige
kledij. De vrouwen spannen wat dit betreft de kroon en hebben allen
zonder uitzondering bloemen in hun haar gevlochten. Ze zien er
aantrekkelijk uit, zonder meer. Sommige boeren maken handig gebruik van
het doorgaande verkeer. Ze strooien hun gierstoogst bijvoorbeeld op het
wegdek, waar de korrels uit de aren gedrukt worden door de zware wielen
van de voertuigen. Dorsen hoeft dus niet meer. |
|
|
|
Plattelandsstad Tanjore
Na nog een tweetal tempels bereiken we tegen de
avonduren de stad Tanjore, ook wel Thanjavur genaamd. We geven ons
wasgoed af aan de laundryboy, want morgen zijn we ook nog hier. Twee
dagen in dezelfde plaats betekent dat we onze vieze kleren laten wassen.
We gaan de stad in. Daar snuiven we voor het eerst weer eens de Indiase
stadssfeer op; broeierig, klam, druk, stinkend, duister, maar altijd vol
mysterieuze aantrekkingskracht. We zoeken aanvankelijk tevergeefs naar bier,
later vinden we toch nog iets. In de hotelbar,
toepasselijk genaamd The Last Drop, drinken we zwaar Guru-bier met wel
8% alcohol! |
Gopurams en Nanda'sDe volgende dag doen we allereerst de beroemde
Brahadeeswarar Tempel aan, deze staat ook op de lijst van Unesco's World
Heritage of Mankind. Kolossaal en prima gerestaureerd. We lopen de
galerijen af, duiken donkere nissen in en bezoeken bijtempels. De
onbeschilderde gopuram (dat is een taps toelopende toren boven de
ingang) draagt een enorme koepel. Voor de hoofdtempel ligt een Nanda,
een heilige stier, uit één stuk graniet van 5 ton. Er is eveneens een
simpel museumpje met foto's van vóór en na de restauratie.De
traditionele tempelolifant accepteert muntjes en geeft je uit dank dan
een klopje op het hoofd met zijn slurf. Verschillende keren worden we
door Engelssprekende Tamils aangesproken. Vaak betreft het dan pelgrims
in goeden doen, van elders afkomstig. Zo ontmoeten we een leraar, een
industrieel en een student die met ons meeloopt zonder opdringerig te
zijn. Deze laatste ontmoeten we bij de Sivaganga Tank, een kunstmatig
meer voor rituele wassingen dat praktisch droog staat. |
|
Na
een poosje bereiken we het paleis van een Chola-koning. Nou ja, paleis,
het is meer een ruïne waarin hier en daar een mooi beschilderde hal met
enorme pijlers in ongeschonden staat bewaard is gebleven. Het is
merkwaardig genoeg gebouwd van baksteen, dat zie je hier zelden. In de
buurt liggen ook nog een museum (met veel bronzen Shiva-beelden), een
Art Gallery en een bibliotheek met oeroude manuscripten. Er zijn ook
Indiase bezoekers. Enkelen vragen nieuwsgierig of ze door de zoomlens
van Jos mogen kijken, hetgeen ingewilligd wordt. Ze zijn vol bewondering
voor dit staaltje van optische techniek. Regelmatig wordt ons pad
gekruist door medereizigers. 'Hoi, waar zijn jullie geweest? En, hoe was
het? Waar gaan jullie nu heen?", daar komen onze ontmoetingen op
neer.
|
|
Overdag willen we even wat rusten, maar we liggen op bed te zweten als een otter. De elektriciteit is uitgevallen en dus werkt de fan niet; weg verkoeling. Ook de tv doet het niet. 's Avonds blijkt tot onze schaamte dat we buiten de kamer op de gang een knop hadden moeten omdraaien om stroom in onze kamer te krijgen. Het is maar een weet ... We wagen ons voor het eerst aan inlandse sigaretten. Ons oog valt op een merk zonder filter. De winkelier kijkt ons niet begrijpend aan. Geen filtersigaretten? Willen wij dat goedkope bocht? Ja, dat willen we. Hij begrijpt er niets van; in India worden die sigaretten alleen door armoedzaaiers gerookt, niet door welvarende mensen. Op de tv ontdekken we CNN en BBC Asia (uit Hongkong), nu kunnen we actuele programma's volgen. |
We hebben onze medereizigers inmiddels beter leren
kennen. De groep is gewoon oké, met uitzondering van twee jonge
meiden die halsstarrig blijven rondlopen in een kort broekje waar hun
roze billen uitpuilen en die steevast te laat komen bij vertrek en
tussenstops. Naar Trichy, de gebruikte afkorting voor Tiruchirappalli,
is het maar een kattensprong. We rijden door een gebied van rode aarde
met hier en daar een open kleigroeve. De sawa's zijn weer uit het
landschap verdwenen. We stoppen bij een rivier waar gewassen wordt:
kleren en textiel, buffels en mensenlijven. De wasvrouwen zijn goedlachs
en de camera's klikken dan ook onafgebroken. Dit is geen
toeristengebied, dus de bevolking is er niet op bedelen ingesteld. Ze
zijn tevreden met hun karige bestaan. Althans, zo lijkt het in onze
bevooroordeelde ogen.
In Trichy bezoeken we allereerst de Rockfort-tempel,
84 meter hoog gelegen, uittorenend boven de stad en bereikbaar via een
tunneltrap met 450 treden en overal nissen met altaartjes en zo. Mooi
uitzicht over de omgeving die doorsneden wordt door brede,
zilverkleurige rivieren. We hebben een gids erbij gekregen, maar daar
storen we ons niet aan. We dwalen door de China Bazaar aan de voet van
de rots. Interessant daar, we ontdekken zelfs een winkeltje met sexy
dameslingerie! We belanden in een wijk vol louche geldwisselaars en
bloemenverkoopsters. We kopen een slinger geurige bloemen en hangen die
om onze nek. De hele dag ruiken we fris en we krijgen menig compliment
van onze reisgenoten.
We zitten in hotel Femina, een naam die menig macho-grapje
aan de mannen ontlokt. De vrouwen reageren er volwassen op. In het
hotel volgt een korte lunch, waarna wordt gerust. Jos voelt zich nog fit
genoeg en verkent de omgeving. Hij zit een tijdje te ouwehoeren met een
veiligheidsman en 2 riksja wallahs, lekker in de schaduw naast de
toegangspoort. De bewaker verdient f 40 per maand en dat voor 6 dagen
van 12 uur achter elkaar. Hij geeft toe dat het werk niet inspannend is,
maar van het loon kan hij niet rondkomen. Zijn vrouw werkt dus ook. De
wallahs verdienen nog minder uiteraard. Onze chauffeurs nemen per maand
fl 80 mee naar huis.
|
Om half vier gaan we met het busje naar de Sri Srangam tempel, een van India's grootste religieuze centra. Het ligt op een eiland in de Cauvery-rivier. Zeven omwallingen heeft de tempel, de laatste twee mogen we niet in, die is alleen voor Hindoes. Binnen is een complete stad met veel winkeltjes en handel gebouwd. Mooi beeldhouwwerk is op pilaren en kapitelen aangebracht. Voor de tempel huist een horde bedelaars die aangevoerd wordt door een bijdehante dwerg van 80 cm lang. We kijken geamuseerd toe hoe hij een vreemde indringer van 14 jaar en 130 cm hoog op zijn smoel slaat, nou ja, hij komt maar tot op borsthoogte. Hij lijkt de enige slimmerik van dat zooitje zwervers en spreekt zowaar een woordje Engels! In de tempel zijn we getuige van een ander conflict, minder prozaïsch maar zeker zo explosief in India. Een Hindi-sprekende pelgrim (afkomstig uit het Noorden) is in een heftige woordenwisseling geraakt met een autochtone Tamil en wel in het Engels. De Hindi voelt zich gediscrimineerd in eigen land omdat alles alleen in Tamil-schrift staat aangegeven. De taalstrijd in een notendop. Een eeuwig terugkerende bron van conflicten, want India kent 15 hoofdtalen (en honderden kleinere) en welke is nu de belangrijkste? Geen van die allen dus, vandaar dat er alom het neutrale Engels als ‘lingua franca’ wordt gebruikt.
|
![]() |
![]() |
EROTIEKHet huidige India is uiterst preuts; een openlijke kus in een film was tot voor kort taboe. Eeuwen geleden was dat wel anders te beoordelen aan de niets verhullende erotiek op sommige tempels. |
Een aan lager wal geraakte Brahmaan dringt ons een
rondleiding op. Meer ondanks dan dankzij hem vinden we na enig zoeken de
tempel met het erotische beeldhouwwerk: in steen worden pikken gezogen
en afgetrokken, maar ook normale vleselijke gemeenschap is uitgebeeld.
Clim maakt een foto van een ploeg koelies die netjes voor ons poseert.
Bij een van de tientallen stalletjes ontdekken we een ansichtkaart met
Marco van Basten erop! Hier en daar gaan we duistere bijtempeltjes
binnen, allen gewijd aan een aparte godheid, bijvoorbeeld de
olifantengod Ganesja. Wel wordt overal een geldelijke bijdrage verwacht, meestal niet meer dan een enkele roepie, dus dat mag de pret
niet drukken.
Half
acht op. In ontbijtzaal zit Jos apart aan een tafeltje en leest
ostentatief de krant. Hij drinkt koffie en sapjes, maar eet niet.
Waarschijnlijk heeft hij iets te veel snacks verorberd de vorige avond.
Daar zat trouwens ook nog een "garlic-bread" bij waar de kok ,
zonder overdrijving, wel 15 knoflookteentjes ruw in had verwerkt! Onze
Jos zal een hele lange tijd behoorlijk uit zijn bek stinken. Misschien
is dat de reden waarom hij alleen zit…
In
Madurai, een miljoenenstad met louter lage bebouwing, worden we in hotel
Supreme ondergebracht. Het is een hotel dat als volgt adverteert:
"A five star hotel for a two star price". Het laatste klopt (fl
5 per nacht per kamer!), het eerste duidelijk niet. De protserige hal
vol namaakmarmer en spiegels dient slechts als façade. Uiteindelijk
gaat het om de kamers en die zijn klein. De lakmoesproef is doorgaans de
toestand van het sanitair: hier is dat abominabel. Afgebladderde wanden, verstopte douchekop, kapotte ramen, slecht of geen licht, geen
water, etc. Nog meer mankementen horen? Geen handdoeken, een fan die alleen
in hoogste stand kan functioneren (waardoor Clim een kou oploopt),
problemen met elektriciteit, geen schone lakens. En lest best George,
een opdringerige roomboy die om de haverklap onze kamer met doorzichtige
smoesjes binnenvalt, een begerige fooienblik in zijn ogen. Als we aan de
balie ons vuile goed willen afgeven wordt dit niet aangenomen. Als reden
wordt opgegeven: "Laundryman died." We geloven er niets van,
want het is zondag en veel bedienden wensen zich dan liever nergens druk
om te maken. Het zij zo.
Op zoek naar een eettent ontmoeten we Maurice, een bejaarde Belg, die handenvol geld staat uit te delen aan onaanraakbare vrouwen met kindertjes op de heupen. "Ze noemen me hier de Belgische maharadja", zegt hij niet zonder trots. Geen wonder, hij geeft aalmoezen van 5 roepies per stuk, dat zijn twee maaltijden!
|
|
Om één uur 's middags vinden we een geschikt non-vegetarisch
restaurant, het Mahal. Aan de deur staat een krijgshaftige portier, een voormalige
British-Indian Armyofficer met een enorme knevel onder zijn neus. Goede restaurants hebben hier zonder uitzondering een portier, niet
zozeer om stijl en standing hoog te houden, maar eerder om de talrijke
armoedzaaiers en hongerlijders buiten de deur te houden. Zuid-India is
massaal vegetarisch ingesteld, ook al omdat groente nu eenmaal beduidend
goedkoper is dan vlees. Trouwens, welk vlees moet er eigenlijk gegeten
worden? Varkensvlees mag niet (vanwege de niet onbelangrijke
Moslimminderheid), rundvlees is zo mogelijk nog meer taboe (vanwege de
grote Hindoe-meerderheid). Blijft over: kip. Ons streven is elke dag
één keer (een beetje) vlees te eten.
In Mahal zitten we snor (dankjewel portier), er komt vlees op tafel,
gegarandeerd. Een nadeel van de zaak is de nadrukkelijk aanwezige
airconditioning die zorgt voor een echt poolklimaat. |
In de buurt van de wereldberoemde Meenaksi Tempel
komen de vrije tijds-gidsen ons al tegemoet. We volgen er een die ons
naar een "rooftop-panorama" brengt. Daartoe moeten we eerst op
het plat dak van een leegstaand gebouw via wankele kratjes op een opbouw
kruipen voor we een blik op de nietszeggende daken van het tempelcomplex
kunnen werpen. We zien de glimmende gouden koepel, that's all. De gids
wil ons andere diensten aanbieden (maatkleding, souvenirs e.d.), maar we
schepen hem af. Het hart van de tempel is tot vier uur gesloten. We
houden ons tot die tijd in de buitenringen op. We komen in een grote hal
van kathedrale afmetingen, geschraagd door metersdikke zuilen met
drakenkoppen als kapitelen, exotische geuren dringen onze neusgaten
binnen, in het schemerlicht moeten we over de honderden slapende lijven
van magere pelgrims wippen. Het maakt een verpletterende indruk op ons.
In de fameuze ‘Hal van de Duizend Pilaren’ gaat Jos als liefhebber
van beeldhouwwerk uit zijn dak. Leeuwen, tijgers, godinnen en goden,
krijgers, draken en wangedrochten, kortom voor "elck wat
wils". Jammer genoeg is het licht er te zwak om goede foto's te
kunnen maken (we hebben geen flitsuitrusting). We rusten wat uit en
laten die geheimzinnige sfeer op ons inwerken. Het is zwoel weer en
zelfs hier binnen loopt het zweet ons tappelings langs de rug.

Om 16.00 uur kunnen we helemaal naar binnen.
Fotograferen is er verboden, maar daar let men niet zo op. Serene rust
heerst rondom de heilige watertank met de indrukwekkende zuidelijke
gopuram op de achtergrond. Kumas, een jochie van 9 jaar oud, leidt ons
rond. Hij is bijzonder clever en spreekt al een aardig woordje Engels.
We komen regelmatig tempelbewakers tegen, waaronder enkele jonge vrouwen
in politie-uniform. Op sommige gebieden is in India de emancipatie
vergevorderd, met name bij de rechterlijke macht en de overheid. Denk
maar aan de vrouwelijke premier, Indira Gandhi zaliger. We kopen er de
plaatselijke specialiteit snack, gefrituurde groenteballetjes met
pepers, maar krijgen die niet op. Later geven we ze af aan een stel
lompenkinderen. Sommige ruimten mogen we niet in, "For Hindu's only"
staat er dan aangegeven. We geven Kumas een fooi en verlaten het
heiligdom.
Op de nabijgelegen bazaar van ambachtslieden
(koperslagers, goudsmeden, lassers, drukkers) drinken we onsmakelijke
cichoreikoffie, waarna we met de motorriksja terugkeren naar het
hotel. ‘s Avonds strijken we neer in het Indo-Ceylon Restaurant om
thali met "mutton and chicken" te proberen. Zelden zo heet
gegeten, en ook nog niet eens water verkrijgbaar om te blussen, we
hebben alleen de beschikking over lauwe pepsi. De bedienden in
lendendoekjes staan op een eerbiedige afstand van 2 meter in een kring
rondom ons toe te kijken. We zijn die schaamteloze nieuwsgierigheid in
dit land zo langzamerhand gewend. De pittige sausjes branden diepe
sporen in onze slokdarm.
Filosoferen over NostrademusEr volgt een interessante avondwandeling. Voor de r.k.
kerk liggen de bedelaars netjes op een rij, het ontbreekt er nog maar
aan dat ze genummerd zijn. Is dit de invloed van de rationalistische
aanpak van een westerse godsdienst? Wie weet. We lopen over de
groentemarkt. Frisse producten, heldere kleuren, glimlachend volk, maar
op de grond een walmende brij van stront, rottend fruit, slijm en slijk.
Weinig autoverkeer gelukkig (zeker geen busjes met westerse toeristen),
maar wel voortdurend scooters, riksja's, fietsers en vee dat zich overal
tussendoor wurmt. Dat gebeurt wel opvallend relaxed, hier is het geven
en nemen. We nemen plaats op een trap, bestellen thee (dat bestellen is
altijd Clim zijn specialiteit) en laten de wereld aan ons voorbij gaan.
We genieten van een groenteboer die gebiologeerd naar een tv-programma
in een winkel staat te kijken. Hij heeft daarom niet in de gaten dat
achter hem een heilige koe langzaam maar zeker zijn koopwaar aan het
opvreten is. Een dikke, welgestelde Hindoe richt in academisch geschoold
Engels het woord tot ons. Na enkele inleidende beleefdheidsfrasen begint
hij over Nostrademus te orakelen. Hij haalt er van alles bij, erudiet is
hij ongetwijfeld. We mogen boeken van hem lenen, maar we slaan zijn
genereuze aanbod af. |
|
Het Gandhi-museum is een kilometer of 5 uit het centrum. We bekijken op ons gemak de geëxposeerde voorwerpen, waaronder veel overblijfselen van het koloniale tijdperk (foto's, tekeningen). De parel in de collectie is het met bloedspatten bevlekte gewaad dat Gandhi aanhad toen hij door een fanatieke Hindoe werd neergeknald. In de tuin liggen de schamele resten van een ashram, waarin een religieus geïnspireerde groepsgenote verheerlijkt ronddwaalt. Een roodzwart geüniformeerde muziekband marcheert voorbij. Waarom er muziek is kan niemand ons uitleggen.
Een oude wallah (dat wil zeggen: we schatten hem over
de vijftig, maar in werkelijkheid zal hij misschien niet ouder dan 30
jaar zijn geweest) brengt ons naar de brede brug over de rivier die
Madurai doormidden snijdt. In het midden van de bedding loopt nog een
miezerig stroompje, de rest staat droog en wordt gebruikt om kleren te
drogen,
dieren te weiden en groente te telen. Jos geeft een aalmoes aan een
olifantenman, hij heeft twee benen zo dik als watertonnen, afgrijselijk
om te zien. Langs de oevers woont ook de kaste die van koeienstront
leeft. Deze wordt op de grond of tegen de wanden van hun hut gedroogd,
waarna ze in de vorm van grote koeken als brandstof wordt verkocht. Dit
wordt overal in India zo gedaan, men noemt het produceren van stront een
van de nuttige functies van de heilige koeien.
|
|
MAHATMA
|
Omdat
Clim zich niet lekker voelt keren we terug naar het hotel. Hoewel hij
nergens pijn heeft, noch last heeft van diarree of buikklachten blijkt
hij hoge koorts te hebben: 39.6 graden. Hij neemt 2 aspirientjes in en
duikt meteen onder de wol. Hij denkt aan opkomende bronchitis en geeft
de in hoog tempo ronddraaiende fan aan het plafond daarvan de schuld.
Die moet dus uit, vindt hij, waarna Jos op zijn beurt niet meer uithoudt
van de warmte en de kriebelzweet. Terwijl Clim vredig slaapt, gaat Jos
dan ook op eigen houtje op onderzoek uit.
Hij gaat richting
station. Daar is een kleurige mensenmenigte verzameld, vooral afkomstig
uit het omliggende platteland. Hij kan overal rustig rondlopen zonder te
worden lastiggevallen. Aan de westzijde van de stad bezoekt hij nog
een tweetal tempels. Met name in de kleine, maar voor Hindoes
belangrijke Visjnu-tempel maakt hij een ceremonie mee met bloemen,
wierook en gezang. Hij laat de beide tempelmuzikanten voor zich poseren.
In die buurt bevindt zich ook de koeienmelkplaats, waar de heilige
koeien twee keer per dag met zachte hand naar toe gedreven worden om 2
liter melk (gemiddelde opbrengst volgens een Brahmaanse voorbijganger)
te produceren. Dit is dus weer een andere, meer voor de hand liggende
nuttige functie van de heilige koeien. In het hotel ligt de laundry
klaar. De laundry man schijnt inderdaad de geest te hebben gegeven,
zodat men het wasgoed maar naar een moderne, maar ook véél duurdere
stomerij heeft gebracht.
Kaap Comorin is het meeste zuidelijke puntje van het Indiase schiereiland. De stad daar heet Kanniyakumari. Aan de andere kant van de zeestraat ligt Sri Lanka, daarna enkel de Indische Oceaan die hier tot Antarctica reikt. De Kaap is een pelgrimsoord, er liggen verscheidene tempels, die we echter links laten liggen. Er is niet echt veel te zien buiten al die kraampjes met souvenirs. Jos krijgt het aan de stok met een hawker; deze spuwt Jos in het gezicht omdat hij die rommel niet wil kopen. Jos moet zich bedwingen om er niet op los te slaan.