MENU
ONZE ANDERE WEBSITES
ONZE
ALASKA
|
|
|
|
MAHARADJAPALEIS MYSOREHet fenomenale Maharadja - Paleis in Mysore. Een van de fraaiste bouwwerken die we ooit gezien hebben. Het wordt nog steeds bewoond. |
Op straat nemen we een motorriksja die ons echter,
tegen de afspraak in, eerst naar een souvenirwinkel brengt. We willen dit
persé niet en furieus dwingen we hem terug te gaan en naar het Paleis te
rijden. Naar fooi kan hij fluiten. Bij dat Handicraft Emporium kon de riksja
wallah natuurlijk commissie krijgen, zo gaat dat. Jos koopt een paar bundels
wierookstokjes, specialiteit van Mysore naast het sandelhout, en we gaan het
paleis binnen. Enorm groot en mooi, goed bijgehouden en opvallend veel
autochtone toeristen op de been. We geven onze schoenen af en bekijken de
zaak op ons gemak. Overal straalt luxe van uit: zelden zo'n mooi en rijk
bewerkt gebouw gezien. Niet alles was open, maar datgene wat we konden
bekijken maakte een onuitwisbare indruk op ons. Wat een overdaad. Wat een
schoonheid. We moeten er niet aan denken hoeveel mensenlevens dit alweer
gekost heeft. We ontmoeten er de Belgische architect in ruste Maurice, met wie
we verder optrekken in het Museum. Maurice heeft een “regenscherm" bij zich en een
"poel" aangetrokken. Zijn "foto-appareil" heeft hij in
zijn "valies" laten zitten. Hij koopt enkele
"zichtkaarten" bij een “magazijnke" voor souvenirs. Hij vindt
het best een "schoon" plafond, daarboven ..... Het belendend museum
is minder spectaculair. Wat goud- en zilverwerk, wapens en duur
meubilair, draagstoelen, enz.
![]() |
![]() |
We
gaan te voet verder de stad in. Drinken hier en daar thee en koffie, lopen wat
doelloos rond. We kijken onze ogen uit; in deze stad hoef je je geen seconde
te vervelen! We zitten in de buurt van een busstation, daar is altijd veel
volk op de been en dus wat te beleven. Wat is de bevolking van dit land toch
rijkgeschakeerd! Er is geen land op aarde waar zoveel verschillende
mensentypes rondlopen. Alle ervaren reizigers geven dit volmondig toe. We
kunnen dit alleen maar beamen. Mysore is nu al een stad naar ons hart. Konden
we hier maar enkele dagen langer blijven. Lekker eten kun je er ook. In het
‘Jewel Rock Restaurant’ richten
we onder ons tweetjes een waar feestdiner aan: soep, Amerikaanse steak,
sizzler-vlees, spinazie, noodles en flessen gekoeld San Pedro-bier. Die
uitspatting kost ons nog geen zeven gulden de man, inclusief een ruime fooi
....
Bioscoop,
goedkoop massa entertainment
Een
avondwandeling volgt. In de buurt ligt een grote bioscoop, naar de film gaan
is het enige amusement wat men hier kent. De filmtheaters zitten dan ook dag
in, dag uit vol. Ernaast is een zeer ruime fietsen en bromfietsenstalling,
bewaakt en al. We slaan water, whisky en sigaretten in aan een stalletje. De
hotelbar ziet er echt westers uit en het prijspeil is beschaafd, evenals de
knipmessende kelners. Thieu komt binnen en laat foto's zien die hij in Mysore
heeft laten ontwikkelen. De kwaliteit is ook naar onze maatstaven goed te
noemen. Een idee voor ons, morgen maar eens een proefrolletje wegbrengen. |
|
Om half zeven gaat de deurbel en direct daarop stapt een jochie met wasgoed ongegeneerd binnen. We liggen nog te pitten. Clim vindt dit maar brutaal, maar betaalt de knaap toch de 'laundry fee'. Jos ontdekt dat de fris gewassen kleren ons helemaal niet toebehoren. Er ontstaat een hele scène, het jochie begrijpt er niets van, de floormanager evenmin. Dus de grote baas er maar bij gehaald. Na veel vijven en zessen wordt de zaak gesust. Het ergste vinden we het feit dat het personeel zomaar overal onbekommerd binnenstruint. We ontbijten om de hoek in een autochtone eettent. We eten er een voedzame uiendosa, een soort pannenkoek. We zijn er de langzaamste eters, de Indiërs schrokken hun maal vliegensvlug op, misschien bang dat iemand hun het voedsel komt afpakken. Jos start na lang aarzelen met een anti-biotica kuur. Zijn koortslip is uitgegroeid tot een forse zoeloelip en is erg pijnlijk. Het is geen gezicht. Het veroorzaakt ook moeilijkheden met eten, vooral bij pittige kost.
|
|
|
Processie
op Chamundi Hill
Tegen tien uur pikt Francis, ‘driver number two’, ons op en rijden we naar het pelgrimsoord Chamundi Hill. Alweer een heilige tempel, lastige venters, een ceremoniële tempelkarprocessie, een sadhoe met een 2 meter lange haarvlecht, opdringerige Brahmaanse gidsen. Een fles water loopt in Clim zijn schoudertas leeg, waarop hij vloekend al zijn natte spullen, waaronder reispapieren en paspoort, in de zon te drogen legt. Op de terugweg bezoeken we nog de kolossale Nandi-stier halverwege de helling. Het stikt er van de brutale apen. Een van hen probeert de ruitenwisser van ons busje los te wrikken. Aardig panorama van de stad die aan onze voeten ligt. Francis gaat op zoek naar groepsgenoten. Die zijn achtergebleven, denkt-ie, maar wij weten dat ze te voet de berg zijn afgelopen. Francis is er echter niet gerust op, we denken dat hij de toorn van de toeans vreest, mocht hij hen toch vergeten zijn. |
|
We rijden naar het imposante Lalgita Palace, een voormalige maharadja paleis dat we al in de verte in de vlakte hadden zien schitteren . Het is tegenwoordig een vijfsterrenhotel. We drinken er thee met enkele anderen, geheel in stijl. Francis blijft in het busje, hij voelt zich niet thuis tussen het glimmende marmer en de geslepen spiegels. We bezichtigen de stijlvolle, overkoepelde eetzaal, de trappen van koninklijke omvang, de standbeelden, reliëfs, schilderijen en kroonluchters. De cliëntèle bestaat overwegend uit Fransen en Italianen, als rechtgeaarde levensgenieters eisen zij ook in den vreemde het neusje van de zalm. De prijs van de vier kopjes thee is een equivalent van 100 kopjes aan een stalletje langs de straat. Maar goed, theedrinken in het Lalgita Palace heeft een ruime toegevoegde waarde waarvoor we graag extra diep in de buidel tasten.
|
|
LALGITA MAHALEen ander voormalig Maharadja Paleis waar we in stijl thee drinken. Momenteel in gebruik als vijfsterrenhotel voor Fransen en Italianen. |
Eenmaal terug in het centrum moeten we eerst geld wisselen (persoonlijke ontvangst, het kantoormeubilair is allemaal genummerd), naar het postkantoor (probleemloze afhandeling, zie je wel dat deze stad oké is) en de fotostudio. De foto's zijn goed en Clim springt in een riksja om nog eens 10 rolletjes in het hotel te halen. Daarna komen we al rondwandelend door een Islamitische wijk terecht bij de rooms-katholieke kathedraal St. Philomena. Het is een middelgrote kerk met een crypte die druk wordt bezocht. Op en aan het kerkplein liggen lagere scholen. Daar gaan we een kijkje nemen.
![]() |
SCHOOLPLEIN MYSOREDinsdagmiddag. Het is rustig op de speelplaats van de Heilig Hart basisschool.... |
|---|---|
![]() |
....totdat de kindertjes er achter komen dat op het plein een dikke, bebaarde blanke man met een fotocamera rondscharrelt. |
![]() |
Onder oorverdovend gejuich dringen ze op en bestormen de arme fotograaf die rap een goed heenkomen moet zoeken. |
Onze komst
baart groot opzien. De kindertjes verdringen zich met honderden om ons heen.
De oudere spreken al wat Engels en willen piloot of dokter worden. De meisjes
houden zich afzijdig. Overal zitten kinderen op het gras te eten, hun lunch
bestaat uit een pannetje rijst. We maken een praatje met een onderwijzeres die
ons vertelt dat er 1.050 leerlingen zijn, verdeeld over 15 klaslokalen. Jos
noemt zijn naam en de kinderen scanderen: "Jos! Jos! Jos!". Als Clim
zijn fototoestel te voorschijn haalt, is het hek van de dam. Het gejoel
krijgt orkaankracht en de meute wil op de foto, liefst allemaal tegelijk. We
moeten ons terugtrekken; de allerkleinsten dreigen in het gewoel onder de voet
te worden gelopen. Dat willen we niet op ons geweten hebben. Overigens, de
school is wel christelijk, maar er mogen ook Hindoe- en Moslimkinderen naar
toe. Tenslotte wat de kerk betreft: er is een Lourdes-grot ter ere van de
Maagd, mooie glas-in-lood ramen, in de crypte ligt Lazarus en in de zijbeuken
bevinden zich de 12 staties. De stijl is neogotisch.
Met de riksja rijden we naar het westen van de stad,
waar een verzameling monumentale gebouwen ligt. De meeste stammen uit de
Engels koloniale tijd en zijn nu kantoren van ministeries of dependances van
de Universiteit. We lopen overal gewoon naar binnen en bekijken alles op ons
gemak. Nergens worden we weggejaagd. In slechts een van de zalen van de
universiteit mochten we niet binnen; er is net een examen. In een Instituut
voor Sanskrietstudies krijgen we van de plaatselijke filoloog een
rondleidinkje: hij toont ons duizenden rollen manuscripten op papyrus en
perkament die nog niet vertaald zijn. Geschatte ouderdom 2500 jaar. Misschien
zitten er wel stukken bij van onschatbare historische waarde. Er liggen ook
palmbladeren opgeslagen, ingekerfd met schrifttekens van een lang verloren
taal. In een wel erg armzalige mensa, een gebouw zonder wanden, wordt ons voor
een dubbeltje een bord rijst met pepertjes opgediend. Af en toe worden we
aangesproken door de studenten of wetenschappelijke assistenten die allen goed
Engels spreken.
|
|
LEVENDIGE MARKTENIn India zijn de markten over het algemeen zeer levendig en kleurig. De plattelanders die er hun producten verkopen gaan vaak nog traditioneel gekleed. |
Als we weer terug zijn in het centrum kopen we bij
een moslimwinkel enkele mooie beeldjes van sandelhout. Jos betaalt er met zijn
Visa‑kaart. Er heerst een oosterse sfeer en de jonge, gladde verkoper
weet hoe hij met westerse klanten moet omspringen. Vlakbij ligt de Devaraja
groentemarkt, zeer kleurig en netjes met goedlachse handelaars. We maken er
heel wat foto's. Een aantal ervan sturen we later op, we hebben de adressen
van de handelaren genoteerd. In de buurt moet ergens een moskee zijn die we
willen opzoeken, maar we vinden de ingang niet. We zien wel de minaretten,
maar het heiligdom is geheel omsloten door woonhuizen. V66r negen uur gaan we
de foto's ophalen. We zijn tevreden over het resultaat.
|
|
Basisbehoeften
op de nachtmarkt
Tegen sluitingsuur (23.00 uur) zitten we nog in de bar, als plotseling een hele groep reisgenoten binnenkomt. Er wordt fors gedronken en kijk, de bar blijkt toch door te kunnen gaan tot de kleine uurtjes. Zolang er maar klandizie is; een gezond standpunt volgens ons. We maken gretig van de gelegenheid gebruik en bestellen opnieuw, nu ook voor Myriam die bij ons is komen zitten. Jos gaat nog even op de nachtmarkt water, whisky en sigaretten (“Gold Flak, no filter, please!”) halen en komt terecht in een meeting van honderden riksja's. Zeven
tussenstops
We staan om zeven uur op. Het is maar 150 km naar
Bangalore, maar we zullen nog "een paar" tussenstops maken onderweg,
daarom vertrekken we toch op tijd. Niemand ontbijt, op ons na. We eten om de
hoek in de autochtone tent waar de anderen het te vies vinden. Dat is
volstrekt bezijden de waarheid, naar Indiase begrippen is het er schoon en
netjes. Ze willen gebakken eieren met spek, daar zit 'm de kneep. Nu gaat dat
er bij ons ook in, maar in India kun je nu eenmaal niet alles hebben. Om kwart
over acht vertrekken we voor een laatste gezamenlijke, en dit keer melige rit
over de hoogvlakte van Karnataka. |
|
1 |
Vesting in
ruïnes van Tipu Sultan in Srirangapatnam. Kerkers bij de rivier. Tipu
Sultan en zijn vader Hyder Ali waren de laatsten die zich verzetten tegen
de expansie van de Engelsen in de achttiende eeuw. Toen het verzet van
Tipu Sultan was gebroken, werd de hegemonie van de Engelsen in Zuidelijk
India onbetwist. Ze duurde tot 1947. Verwoesting van dit fort/deze
vesting: 1799. |
| 2 |
Daria Daulat Bagh. De tuinen en een mooi paviljoen (helaas gesloten) van
Tipu Sultan, in goede staat behouden, welverzorgd. Zomerpaleis, mooi
wandschild! |
| 3 |
Mausoleum Gulbaz, Tipu's graf in Moorse moslimstijl,
koepel. Tuinen. |
| 4 |
Riverside Hotel, groepsontbijt, betaald uit
het groepspotje. Voor het eerst verliep het eten zonder hapering. Aan de
oever van een snelstromende rivier volgt een briefing.
|
| 5 |
Fotostop voor armzalige hutjes en sloebers, waaraan wij niet meededen. |
| 6 |
De chauffeurs moeten piesen. |
| 7 |
De chauffeurs wensen hun middagmaal te gebruiken, zoals gewoonlijk een fors bananenblad vol rijst met groente, met de hand naar binnen gewipt. |