MENU
ONZE ANDERE WEBSITES
ONZE
ALASKA
|
|
Met het stoomtreintjeAls we om 5 uur 's morgens vroeg opstaan is het nog
duister. Als nachtbrakers kennen we dat soort duisternis, maar dan andersom.
Groepsontbijt. Na een uurtje rijden aankomst in Mettapalayam, waar “the
toytrain” (een bergtreintje met stoomlocomotief die een drietal wagons
voortduwt de hellingen op) al klaar staat. Bedelaartjes op het baanvlak. |
|
FERNHILL PALACE HOTELEen van de betere hotels die we hadden. Redelijk luxueus, maar veelal ook vergane glorie. |
Na het middaguur komen we aan
in het bergdorp Ooty, dat tot onze verbazing 100.000 inwoners heeft. Er leven
zelfs gevluchte Nepalezen en Tibetanen. Naar onze begrippen is het hier lekker
koel. Veel paardenwagens op straat. En modder, want het regent hier vaak.
Momenteel is het wat mistig. Binnen een kwartier zitten we in een fraai
voormalig paleis van een maharadja, het Fernhill Palace. We hebben een
luxueuze kamer, zo groot als een kleine zaal (10 bij 7 m en 5 meter hoog) en
naar negentiende-eeuwse stijl ingericht met antiek eikenhouten meubilair.
Enorme bedden, kandelaars aan de muur, ouderwets betegelde badruimte met
messing armaturen, een heus boudoir (kleedruimte), pentekeningen met
jachttaferelen aan de wand en met als klapstuk een grote open haard met
houtblokken erbij. We genieten.
Het loopt dan tegen zessen en
de duisternis valt in, tijd voor Jos om een lang verbeid ligbad te nemen, in
een kuip van naar schatting 60 jaar oud. We hebben die middag uitstekend
geluncht in het hotel-restaurant (ook eerste klas bediening) en we verheugen
ons op een zelf gekozen diner met o.a. pepper steak. Tatjana weet ons echter
over te halen om mee te doen aan het groepsbuffet. Tussendoor hebben we
het paleis verkend. In de biljartkamer staat een tafeltennistafel, waarop Jos
Clim ongenadig met 21-3 de oren wast. Om acht uur verzamelen we ons bij de
suite van Tatjana, een schitterende "kamer". De dames hebben zich
opgetut en hebben zich in recent aangeschafte Indiase gewaden gestoken. De
sfeer was niet bepaald ongedwongen, eerder ietwat geforceerd. Niet iedereen
was gecharmeerd door dit initiatief maar was wel aanwezig om geen spelbreker
te zijn. Wij bijvoorbeeld. Als eersten maken wij dan ook aanstalten om te gaan
eten; per slot van rekening staan de obers al langer dan een half uur
pontificaal naast de zilveren schalen met kruidige gerechten te wachten op hun
gasten. Een voor een druppelen ze de dining-room binnen.
|
|
TAMIL THEEPLUKSTERSIn het zuiden van India liggen op enige hoogte veel theeplantages. Het ziet er daar net zo uit als in Sri Lanka met zijn beroemde Ceylon thee. De pluksters daar zijn ook van Tamil-afkomst. |
Zeer statig ontbijt met
kostbaar porselein en zilveren bestek. We vertrekken laat, het wordt al gauw
half elf. In Ooty hangt mist. Als we de bergen afdalen belanden we in hevige
stortbuien. We dalen een uur lang van 2400 naar 950 meter. Vlakbij de ingang
van het Mudumulai Wildlife Refuge, voorzien van slagboom en bewakers, blijft
een busje vanwege panne (motor- of remstoring?) achter. Met zijn negenen
wachten we tot het andere busje dat doorrijdt terugkomt. We lopen naar een
dorpje 3 kilometer verderop en drinken thee in een moslimuitspanning. Wijzelf
eten er iets, de anderen niet. Ze hebben wel honger, maar vinden
waarschijnlijk de omstandigheden te onhygiënisch. Een van de groepsleden (die
we verdenken van bepaalde neigingen vanwege zijn al te opvallende geneigdheid
naar jonge jochies) bedelft het zoontje van de baas met kleine cadeautjes. Hij
blijkt zelfs speelgoed in zijn tas hebben! We gaan met een riksja terug. Bij
de grenspost is nog steeds geen busje te bekennen. Jos gaat als
voormalige onderwijzer de nabijgelegen christelijke school bezichtigen. De
jeugd spreekt er een woordje Engels. De lokalen zijn groot (dat moet wel met
klassen van 60 kinderen), duister en bedompt.

We moeten met Gerard en René
een bungalow met één grote kamer en badkamer in een soort stenen blokhut
delen. We zijn bang dat we hun met ons gesnurk 's nachts het slapen onmogelijk
maken, maar zij beweren nergens last van gehad te hebben. Des te beter zo. Het
vakantiecomplex is in handen van een schatrijke Parsi, afstammeling van
Perzische vluchtelingen met een eigen Zorasteriaanse godsdienst en in Bombay
en omgeving behorend bij de welgestelde bovenlaag. Zijn gedrag is
onconventioneel; volgens ons wil hij lijken op de oude Engelse landadel. Hij
heeft er veel bedienden rondlopen, vroegere analfabeten die hij zelf heeft
leren lezen en schrijven. Hij gedraagt zich als de absolute monarch op zijn
domein. Gastvrijheid is hoog in zijn vaandel geschreven. Als we vertrekken
hoeven we pas af te rekenen en wel datgene wat we zelf denken verteerd te
hebben. De boys ,die hem onvoorwaardelijk trouw zijn, houden echter
onopvallend alles scherp in de gaten. Hun hoofd is het notitieboekje.
Het reservaat maakt deel uit
van een groter geheel, dat zich uitstrekt in andere deelstaten (Karnataka en
Kerala). Het ligt op een drielandenpunt op 1000 meter hoogte aan de voet van
de Nilgiri Heuvels. Veel neerslag en gemengd bos. Er wonen nog een aantal
oorspronkelijke stammen (de Kurumba's, de Paniyas en de Iruba's) in hutjes die
door de Hindoes verdrongen zijn. De bossen leveren o.a. teak, rozenhout en
sandelwood. Verder staat het gebied bekend om de jackfruits, mango's en
vijgen. De volgende soorten groot wild zijn er thuis: olifanten, tijgers (naar
schatting zo'n 15), luipaarden (ongeveer 40), chital ("spotted
deer", gevlekte reeën), gaur (enorme Indiase buffel, lijken op bisons),
wilde zwijnen, beren, hyena's, jakhalzen, antilopen. Als kleiner wild kunnen
we noemen: stekelvarkens, civetkatten, wilde honden, vliegende eekhoorns,
pauwen, kleine apen, mierenvreters, marters, cobra's, kraits (zeer giftige
slangen), pythons, hazen, otters, schildpadden en een kleiner soort krokodil.
|
|
MUDUMULAI WILDLIFE RESERVEDe olifant waarmee we door het reservaat trekken. Onderweg heeft het dier wel vijftig kilo planten en bladeren verorberd! |
Het is kil en we hebben onze
jas aan. Om zeven uur zitten we achter de mahout (de drijver die op de nek van
het beest zit) met zijn vieren in een soort stoeltje op de olifantenrug. De
kolos trekt zich nergens iets van aan en banjert met zijn grote voeten overal
doorheen. De andere dieren zijn niet bang voor hem. De olifantengeur
overheerst onze mensengeur, daarom gaat het wild gewoon zijn gang als hij
nadert. Af en toe blijft hij staan om te schijten, langgerekte scheten te
laten of gewoon om gras en bladeren te eten. In 2 uur tijd leggen we zo'n 6,7
kilometer af. Wat we te zien krijgen valt bitter tegen: een kudde chital, een
pauw, wat verdwaalde apen en een vliegende eekhoorn : een teleurstellende
oogst. We bezichtigen nog het kamp waar de olifanten op volgorde van ouderdom
aan elkaar vastgeketend zijn. Terug in het kamp wordt pas echt ontbeten.
Diezelfde morgen gaan we met
de baas van het spul, door Clim toepasselijk Paffie genoemd, met de jeep naar
zijn koffieplantages. Paffie is niet alleen herenboer, maar tevens
grootgrondbezitter en industrieel. Zo heeft hij nog ergens een theefabriek.
Hij is een kenner van de plaatselijke flora en fauna en weet daar ook
meeslepend en informatief over te vertellen. Elk jaar verzorgt hij enkele
gastcolleges aan de Universiteit van Bombay. Echt veel meer dan bomen en
struiken tegen de hellingen op is er niet te zien. Jos gaat met de jeep mee
terug en doet daarna een tukkie. Clim loopt met een stel terug over de
savanne, wel met een gids erbij. Ze raken temidden van een kudde buffels
verzeild, zien de afdruk van een tijgerpoot en komen uiteindelijk druipnat aan
bij de bungalow: de moessonslagregens hebben weer toegeslagen. Het is naar ons
gevoel echt herfstweer hier en we besluiten de rest van de dag zo maar wat
rond te lummelen. De helft van de groep blijft actief. Ze gaan wandelen of nog
eens een keer met de olifant of de jeep erop uit. Ze tonen zich enthousiast,
maar als je over hun belevenissen door blijft zagen, blijkt het allemaal nogal
tegengevallen te zijn. De meeste van onze reisgenoten zijn op dit gebied
opvallend snel tevreden en tonen zich onverwoestbaar optimistisch.
![]() |
![]() |
In de avonduren wordt een galadiner georganiseerd. Exquise eten, dat moet gezegd worden, goedkoop ook nog. Kippenbouillon in een tot terrine omgebouwde kokosnoot, vlees, groente en vruchten op de Bar-B-Q, heerlijke taart na. Paffie zit bij ons aan tafel. Als Tatjana de chauffeurs uitnodigt om aan te schuiven, reageert hij als door een bij gestoken: "On my land no democracy! If they come, we go!" Zo, dat wisten we, duidelijker kon het niet. Trouwens, de chauffeurs zouden toch nooit de tafel met ons gedeeld hebben, zij kennen hun nederige plaats in deze maatschappij van rangen en standen, nog erger dan Zuid-Afrika. Het incident doet veel stof opwaaien in onze o zo beschaafde en politiek correcte groep. De meeste vinden Paffie maar een fossiel. Langdurig wordt er nagediscussieerd over het voorval.