MENU

Omhoog
TamilNadu
Tempelroute
Kerala
Mudumulai
Mysore
Bangalore
Hyderabad
Aurangabad
Bombay
Terugreis
Fotogalerij
Fotogalerij2
Fotogalerij3

ONZE ANDERE WEBSITES

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË  

AUSTRALIË
BALI 
BELIZE
CANADA  
CALIFORNIË  
CHILI
CHINA 
CUBA 
CURAÇAO

CYPRUS
ECUADOR  
EGYPTE  
FOTOSITE 
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID  
INDIA RAJASTHAN
ISRAËL 
JAVA   
JORDANIË   

KRETA
MADEIRA
 
MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 
RUSLAND  
SRI  LANKA
  
SUMATRA   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1  
TURKIJE 2  
UNESCO-SITE 
URUGUAY

USA  
ZUID-AFRIKA 

 

Mudumulai


 

Met het stoomtreintje

Als we om 5 uur 's morgens vroeg opstaan is het nog duister. Als nachtbrakers kennen we dat soort duisternis, maar dan andersom. Groepsontbijt. Na een uurtje rijden aankomst in Mettapalayam, waar “the toytrain” (een bergtreintje met stoomlocomotief die een drietal wagons voortduwt de hellingen op) al klaar staat.  Bedelaartjes op het baanvlak. Met zijn drieën in één coupeetje: Peter, Jos en Clim.  Er wordt vaak gestopt. In het begin loopt onze coupé steeds voller, de capaciteit is echter maar op drie personen berekend. We zitten vooraan, dus onze coupé is in trek. Als we hutje op mutje zitten waardoor we nauwelijks meer iets zien, laat staan kunnen fotograferen begint Clim op te spelen. Enkele Indiërs nemen de benen. Jos voert een lang gesprek met een "zittenblijver", een dierenarts op vakantie. Hij ontvlucht voor één dag de hitte van de vlakte en ruilt die in voor de koelte van het berglandschap. Hij verdient 3500 roepie per maand , vijf keer zoveel als onze chauffeurs. Onderweg stijgen we van 100 naar 2400 meter. Boven 1.000 meter afronden, bruggen, vergezichten en theeplantages. Mooie natuur, naast het baanvlak ligt het woud. We kunnen gedetailleerd de bijen, vlinders, bloemen en kikvorsen bekijken. Dit lukt goed omdat het treintje slechts een snelheid van tussen 5 en 15 km per uur ontwikkelt. Als het nu stopt is het niet voor passagiers, de zaak zit mudvol, maar om water en brandstof in te nemen. Naarmate we hoger komen wordt het killer. In de wagon voor ons zit een typische Engelse gentleman met zijn familie, hij draagt een klassieke tropenoutfit en valt op door zijn flegmatieke optreden. Misschien is hij hier vroeger ooit gelegerd geweest, hoewel, zo oud is hij ook al weer niet.

 

FERNHILL PALACE HOTEL

Een van de betere hotels die we hadden. Redelijk luxueus, maar veelal ook vergane glorie.

Hill station Ootacamund (Ooty)

Na het middaguur komen we aan in het bergdorp Ooty, dat tot onze verbazing 100.000 inwoners heeft. Er leven zelfs gevluchte Nepalezen en Tibetanen. Naar onze begrippen is het hier lekker koel. Veel paardenwagens op straat. En modder, want het regent hier vaak. Momenteel is het wat mistig. Binnen een kwartier zitten we in een fraai voormalig paleis van een maharadja, het Fernhill Palace. We hebben een luxueuze kamer, zo groot als een kleine zaal (10 bij 7 m en 5 meter hoog) en naar negentiende-eeuwse stijl ingericht met antiek eikenhouten meubilair. Enorme bedden, kandelaars aan de muur, ouderwets betegelde badruimte met messing armaturen, een heus boudoir (kleedruimte), pentekeningen met jachttaferelen aan de wand en met als klapstuk een grote open haard met houtblokken erbij. We genieten. We gaan meteen een bergwandeling maken. Op het gazon voor het hotel vinden filmopnames plaats. De Bombayse crew herhaalt een scène waarin twee schavuiten uit een busje rollen. Heel wat volk druk in de weer, weinigen echter doen echt iets. We dalen de heuvels af, de vallei in. Onderweg regelmatig aangeklampt door plaatselijke jeugd met kouwelijke gezichtjes en snotneusjes. Jos deelt pennen uit. Eenmaal in het dal aangekomen kunnen we niet meer terug; er zijn geen paden. Omlopen kost ons een uur en dat hebben we er niet voor over. Dus maar door weilandjes en intensief bewerkte akkers naar boven. Af en toe moeten we over snel vlietende bergbeekjes springen. De boeren en herders bekijken ons zwijgend maar niet vijandig. Voor het hotel op de filmset wordt nog steeds dezelfde scène gerepeteerd, saai werk hoor! We huren een rijpaard en rijden daarmee een half uurtje door de lanen rondom het paleis. Het zijn gewillige dieren. Clim moet natuurlijk weer de grootste knol hebben.

   

Ligbad, avonddiner, haardvuur

Het loopt dan tegen zessen en de duisternis valt in, tijd voor Jos om een lang verbeid ligbad te nemen, in een kuip van naar schatting 60 jaar oud. We hebben die middag uitstekend geluncht in het hotel-restaurant (ook eerste klas bediening) en we verheugen ons op een zelf gekozen diner met o.a. pepper steak. Tatjana weet ons echter over te halen om mee te doen aan het groepsbuffet.  Tussendoor hebben we het paleis verkend. In de biljartkamer staat een tafeltennistafel, waarop Jos Clim ongenadig met 21-3 de oren wast. Om acht uur verzamelen we ons bij de suite van Tatjana, een schitterende "kamer". De dames hebben zich opgetut en hebben zich in recent aangeschafte Indiase gewaden gestoken. De sfeer was niet bepaald ongedwongen, eerder ietwat geforceerd. Niet iedereen was gecharmeerd door dit initiatief maar was wel aanwezig om geen spelbreker te zijn. Wij bijvoorbeeld. Als eersten maken wij dan ook aanstalten om te gaan eten; per slot van rekening staan de obers al langer dan een half uur pontificaal naast de zilveren schalen met kruidige gerechten te wachten op hun gasten. Een voor een druppelen ze de dining-room binnen. Gré zit bij ons aan. Zij is ziek, heeft een koortslip en loopt al een week met darmklachten rond. Jos voelt dat hij ook een koortslip gaat krijgen, daar heeft hij tweemaal per jaar last van, dus waarom niet nu? Het assortiment van het buffet valt tegen, te weinig voor een te hoge prijs. Veel groente. We verlangen terug naar de oorspronkelijk geplande steak. In de kille bar, 's avonds wordt het hier bepaald onaangenaam fris, worden pilsjes en moppen getapt. We blijven er niet lang en zoeken onze kamer op omhet gezellig te maken. We proberen vergeefs het haardvuur aan te maken. Geen nood, een kamerboy met extra papier en een kan petroleum voegt zich bij ons en zorgt voor een heerlijk knapperend houtvuurtje. De vlammen loeien de kolossale schoorsteen in en het smeulende hout ruikt naar lang vervlogen tijden, toen wij als jochies in korte broeken fikkie stookten op de hei.

TAMIL  THEEPLUKSTERS

In het zuiden van India liggen op enige hoogte veel theeplantages. Het ziet er daar net zo uit als in Sri Lanka met zijn beroemde Ceylon thee. De pluksters daar zijn ook van Tamil-afkomst.

Door theeplantages naar beneden

Zeer statig ontbijt met kostbaar porselein en zilveren bestek. We vertrekken laat, het wordt al gauw half elf. In Ooty hangt mist. Als we de bergen afdalen belanden we in hevige stortbuien. We dalen een uur lang van 2400 naar 950 meter. Vlakbij de ingang van het Mudumulai Wildlife Refuge, voorzien van slagboom en bewakers, blijft een busje vanwege panne (motor- of remstoring?) achter. Met zijn negenen wachten we tot het andere busje dat doorrijdt terugkomt. We lopen naar een dorpje 3 kilometer verderop en drinken thee in een moslimuitspanning. Wijzelf eten er iets, de anderen niet. Ze hebben wel honger, maar vinden waarschijnlijk de omstandigheden te onhygiënisch. Een van de groepsleden (die we verdenken van bepaalde neigingen vanwege zijn al te opvallende geneigdheid naar jonge jochies) bedelft het zoontje van de baas met kleine cadeautjes. Hij blijkt zelfs speelgoed in zijn tas hebben! We gaan met een riksja terug. Bij de grenspost is nog steeds geen busje te bekennen. Jos  gaat als voormalige onderwijzer de nabijgelegen christelijke school bezichtigen. De jeugd spreekt er een woordje Engels. De lokalen zijn groot (dat moet wel met klassen van 60 kinderen), duister en bedompt.

Bungalowpark in het struikgewas 

Tegen vier uur regent het dat het giet. Opeens verschijnen er twee jeeps om ons op te halen. Als we instappen komt ook nog eens het kapotte busje opdagen, het is inmiddels gerepareerd. Een korte rit brengt ons door gemengd bos naar ons onderkomen in het reservaat. Aan de rand van de weg doemt nu en dan een reusachtige mannetjesolifant op; die zijn wild hier en kunnen gevaarlijk zijn. Het bungalowpark ligt omgeven door bomen en struikgewas aan de rand van een soort savannelandschap op een kleine hoogvlakte. Snel gaan we op pad om nog wat te zien van de vogelpopulatie die zich in en rondom watergaten ophoudt. We houden een geforceerd marstempo aan om nog zo veel mogelijk te zien voor de duisternis invalt. Het mag niet baten; op een paar mussen en een spreeuw na zien we niets. Wel buffels en koeien, maar daar waren we niet naar op zoek. Uitgerekend Jos noemt onderweg de Indiase bevolking per ongeluk "allochtonen" en wordt door iedereen honend gecorrigeerd: wij toeristen zijn hier de "allochtonen".

Een schatrijke Parsi

We moeten met Gerard en René een bungalow met één grote kamer en badkamer in een soort stenen blokhut delen. We zijn bang dat we hun met ons gesnurk 's nachts het slapen onmogelijk maken, maar zij beweren nergens last van gehad te hebben. Des te beter zo. Het vakantiecomplex is in handen van een schatrijke Parsi, afstammeling van Perzische vluchtelingen met een eigen Zorasteriaanse godsdienst en in Bombay en omgeving behorend bij de welgestelde bovenlaag. Zijn gedrag is onconventioneel; volgens ons wil hij lijken op de oude Engelse landadel. Hij heeft er veel bedienden rondlopen, vroegere analfabeten die hij zelf heeft leren lezen en schrijven. Hij gedraagt zich als de absolute monarch op zijn domein. Gastvrijheid is hoog in zijn vaandel geschreven. Als we vertrekken hoeven we pas af te rekenen en wel datgene wat we zelf denken verteerd te hebben. De boys ,die hem onvoorwaardelijk trouw zijn, houden echter onopvallend alles scherp in de gaten. Hun hoofd is het notitieboekje. In een half open gebouwtje wordt aan een lange tafel gegeten. Het eten is van prima kwaliteit en bereid volgens Indo-europese receptuur.

Natuurreservaat met veel wild

Het reservaat maakt deel uit van een groter geheel, dat zich uitstrekt in andere deelstaten (Karnataka en Kerala). Het ligt op een drielandenpunt op 1000 meter hoogte aan de voet van de Nilgiri Heuvels. Veel neerslag en gemengd bos. Er wonen nog een aantal oorspronkelijke stammen (de Kurumba's, de Paniyas en de Iruba's) in hutjes die door de Hindoes verdrongen zijn. De bossen leveren o.a. teak, rozenhout en sandelwood. Verder staat het gebied bekend om de jackfruits, mango's en vijgen. De volgende soorten groot wild zijn er thuis: olifanten, tijgers (naar schatting zo'n 15), luipaarden (ongeveer 40), chital ("spotted deer", gevlekte reeën), gaur (enorme Indiase buffel, lijken op bisons), wilde zwijnen, beren, hyena's, jakhalzen, antilopen. Als kleiner wild kunnen we noemen: stekelvarkens, civetkatten, wilde honden, vliegende eekhoorns, pauwen, kleine apen, mierenvreters, marters, cobra's, kraits (zeer giftige slangen), pythons, hazen, otters, schildpadden en een kleiner soort krokodil. Om al die fauna te kunnen bewonderen moeten we vroeg uit de veren, om half zes. Na een kop koffie gaan we per jeep naar het olifantenkamp.

MUDUMULAI  WILDLIFE RESERVE 

De olifant waarmee we door het reservaat trekken. Onderweg heeft het dier wel vijftig kilo planten en bladeren verorberd!

Het is kil en we hebben onze jas aan. Om zeven uur zitten we achter de mahout (de drijver die op de nek van het beest zit) met zijn vieren in een soort stoeltje op de olifantenrug. De kolos trekt zich nergens iets van aan en banjert met zijn grote voeten overal doorheen. De andere dieren zijn niet bang voor hem. De olifantengeur overheerst onze mensengeur, daarom gaat het wild gewoon zijn gang als hij nadert. Af en toe blijft hij staan om te schijten, langgerekte scheten te laten of gewoon om gras en bladeren te eten. In 2 uur tijd leggen we zo'n 6,7 kilometer af. Wat we te zien krijgen valt bitter tegen: een kudde chital, een pauw, wat verdwaalde apen en een vliegende eekhoorn : een teleurstellende oogst. We bezichtigen nog het kamp waar de olifanten op volgorde van ouderdom aan elkaar vastgeketend zijn. Terug in het kamp wordt pas echt ontbeten.

Met Paffie door zijn domein

Diezelfde morgen gaan we met de baas van het spul, door Clim toepasselijk Paffie genoemd, met de jeep naar zijn koffieplantages. Paffie is niet alleen herenboer, maar tevens grootgrondbezitter en industrieel. Zo heeft hij nog ergens een theefabriek. Hij is een kenner van de plaatselijke flora en fauna en weet daar ook meeslepend en informatief over te vertellen. Elk jaar verzorgt hij enkele gastcolleges aan de Universiteit van Bombay. Echt veel meer dan bomen en struiken tegen de hellingen op is er niet te zien. Jos gaat met de jeep mee terug en doet daarna een tukkie. Clim loopt met een stel terug over de savanne, wel met een gids erbij. Ze raken temidden van een kudde buffels verzeild, zien de afdruk van een tijgerpoot en komen uiteindelijk druipnat aan bij de bungalow: de moessonslagregens hebben weer toegeslagen. Het is naar ons gevoel echt herfstweer hier en we besluiten de rest van de dag zo maar wat rond te lummelen. De helft van de groep blijft actief. Ze gaan wandelen of nog eens een keer met de olifant of de jeep erop uit. Ze tonen zich enthousiast, maar als je over hun belevenissen door blijft zagen, blijkt het allemaal nogal tegengevallen te zijn. De meeste van onze reisgenoten zijn op dit gebied opvallend snel tevreden en tonen zich onverwoestbaar optimistisch.

On my land no democracy!

In de avonduren wordt een galadiner georganiseerd. Exquise eten, dat moet gezegd worden, goedkoop ook nog. Kippenbouillon in een tot terrine omgebouwde kokosnoot, vlees, groente en vruchten op de Bar-B-Q, heerlijke taart na. Paffie zit bij ons aan tafel. Als Tatjana de chauffeurs uitnodigt om aan te schuiven, reageert hij als door een bij gestoken: "On my land no democracy! If they come, we go!" Zo, dat wisten we, duidelijker kon het niet. Trouwens, de chauffeurs zouden toch nooit de tafel met ons gedeeld hebben, zij kennen hun nederige plaats in deze maatschappij van rangen en standen, nog erger dan Zuid-Afrika. Het incident doet veel stof opwaaien in onze o zo beschaafde en politiek correcte groep. De meeste vinden Paffie maar een fossiel. Langdurig wordt er nagediscussieerd over het voorval.


Terug naar begin van de pagina

Vorige Omhoog Volgende