MENU
ONZE ANDERE WEBSITES
ONZE
ALASKA
|
|
|
|
|
Het restaurant heeft nog steeds geen bier ingeslagen. Dat laat Jos niet over zijn kant gaan en in zijn uppie gaat hij op expeditie naar het achterland met als enige doel: bier vinden, in ieder geval een vorm van alcoholica. Hij loopt drie, vier kilometer in fors tempo en informeert hier en daar, vergeefs. Nogal wiedes, denkt hij achteraf, in die gehuchtjes wonen Moslims. In het eerste Hindoedorp dat hij aandoet ziet hij een politieagent die hem feilloos de weg kan wijzen naar een drankwinkel, een groothandel nota bene. Hij neemt dan ook maar direct een volle doos mee terug, mocht er wat overblijven dan kunnen we het altijd nog verkopen aan de bierliefhebbers van de groep. De riksjarijder vraagt een exorbitant bedrag, want hij heeft wel in de gaten dat Jos die lange weg terug met een zware doos op zijn heup niet wil lopen. Gelijk heeft hij, dit is handel.
De rest van de dag blijven we in en rondom het hotel. We eten "rooftop", we zijn net klaar als de groep binnenkomt, dat plannen we zo, en zitten op de veranda bier te drinken en te puzzelen. We geven onze laundry af. Voor het slapen gaan bindt Jos de strijd aan met de muggen; hij weet er 8 te vermorzelen en de bloedvlekken prijken als trofeeën aan de groezelige muur. Wat een shitkamer: er is ook geen meubilair aanwezig. Geen kasten of stoelen, geen kapstok, nou ja hier en daar een grote spijker. Een Spartaanse inrichting heeft zijn voordelen, maar er moet wel een minimaal leefcomfort zijn. Rusteloze nacht volgt, vanwege al die muggen die aan Jos zijn moordzucht zijn ontsnapt. Hun wraak en ons bloed is zoet.....
![]() |
|
We zijn laat op naar onze vakantiebegrippen (09.00 uur). Vandaag maken we een zelfde soort wandeling als gisteren. We belanden nu bij een Government Rest House dat prachtig gelegen is. Eigenlijk zijn we niet echt welkom, want hier komen normaal gesproken alleen Indiase toeristen (betaald door de overheid, bedoeld als douceurtje of als baksjees). We worden echter voorkomend behandeld en drinken 2 potten uitstekende koffie voor fl 1,25. Het panorama is in één woord weer fantastisch. Aan de voet van het hotel liggen rotspartijen waarop we klauteren. De zee beukt wild aan onze voeten. Ondanks het weer zijn er nog genoeg vissersboten te zien in de kustwateren. Die laten zich niet zo snel uit het veld slaan.
We wandelen iets meer het binnenland in en komen er achter dat hier nog veel meer hotels en restaurants liggen. Links en rechts van de weg liggen grijze steengroeven, daar werken de halfnaakte mannen als koelies. Langs de weg zelf zitten de vrouwen met hamertjes grote hopen steen tot kiezels en gruis te kloppen. Opbrengst volgens een insider: een piek per dag. Ze gebruiken een soort rieten matten als bescherming tegen de zon of regen. Als we ze willen fotograferen eisen ze een half dagloon als beloning: 10 roepies! In een van de groeves staat een westerse vrouw te mediteren, duidelijk onder invloed van drugs. Ze aanbidt zon en maan en wat al niet meer. De autochtone steenhouwers staan haar meewarig te observeren. We schamen ons, zij vormt een ware aanfluiting van het blanke ras. Zo zijn we echt niet allemaal, hoor, willen we de mannen duidelijk maken. Maar ja, zij spreken alleen maar Malayalam, de plaatselijke taal. Geen dialect, pas op, Kerala is zo groot als Nederland en heeft maar liefst 30 miljoen inwoners, ondanks de bergen. Deze staat heeft dus een grotere bevolkingsdichtheid dan ons land en het Malayalam kent meer sprekers dan het Nederlands. Waarvan akte graag.
We slaan wat zijweggetjes
in en raken gedesoriënteerd. Wat is de beste weg terug? Clim weet de
oplossing. We volgen de waterstroompjes, die voeren altijd naar beneden
richting zee, daar willen we ook uitkomen. Hij heeft gelijk natuurlijk. We
belanden in bananen- en kokospalmplantages. Tussen de tuinen en erven van
de plaatselijke bevolking, die overigens vriendelijk lacht en ons
toeknikt, zoeken we onze weg. Op een smal dijkje duikt plotseling een
meterslange slang op die zich kronkelend in een sloot laat glijden. Eén
stap verder en we hadden een probleem gehad. Nou ja, probleem, we weten
niet of het beest giftig is. Na verloop van tijd herkennen we bepaalde
landschapskenmerken en dan duurt het niet lang meer of we zijn bij het
hotel. Het is die dag, ondanks de bewolking, drukkend warm geweest en we
hebben heel wat transpiratie geplengd. Jos voelt zich uitgeknepen als een
citroen en gaat meteen plat. Zo vermoeiend was die tippel toch niet? Een
uur later heeft hij koorts, weer een uur later staat hij in ons
afstootwekkende toilet te kotsen. Oorzaak onbekend. Hij blijft binnen en
slikt, net als Clim enkele dagen eerder, Saridon tabletten: die zijn zowel
pijnstillend als koortswerend. Clim gaat alleen eten. Er zijn trouwens al
meer mensen in de groep ziek geweest. Meestal ging het om buik- en
darmklachten, koortslippen en dergelijke. Om elf uur zitten Clim en nog
wat mensen op de veranda te pimpelen. De portie bier van Jos (die geen
trek heeft) moet op. Als het te luidruchtig wordt reageert Myriam die daar
last van heeft als volgt: "En, jullie moeten morgen toch ook al
om zes uur op?", enigszins kattig.
Voor dag en dauw op,
inpakken, gezamenlijk ontbijten en voor half zeven wegwezen. De baas van
het hotel, een uiterst beschaafde heer overigens, vraagt ons "Did
you enjoy your stay?". Jos, die geen oog dicht heeft gedaan, kan in niet mis te verstane termen zijn grieven o.a. over muggen,
achterstallig onderhoud en onbehoorlijk sanitair spuien. Als een geslagen hond
druipt de baas af. Die westerlingen ook, altijd moeten ze zonder enig
respect te tonen de waarheid recht voor zijn raap zeggen. Nooit draaien ze
er beleefd omheen, wat een barbaren toch... Een korte rit brengt ons
via Trivandrum naar het markt- en havenstadje Quilon, waar we ons
inschepen na koffie en thee op een verlaten terras te hebben gedronken.
Als Jos net staat te praten over Moeder Teresa met Rob, begeeft de
betonnen balustrade het en loopt hij een lelijke schaafwond aan zijn been
op. Tatjana heeft ondertussen voor mondvoorraad gezorgd, als proviand
toont zij onder meer een volle kam bananen, met meer dan 100 afzonderlijke
vruchten eraan. Verder hebben we water, koekjes en zo. De boot is helemaal
voor ons alleen.
Het weer is in de ochtenduren niet best. Donker en bewolkt en al gauw moeten we de kajuit in om te schuilen voor een forse moessonbui. Het begin van de trip is niet zo aantrekkelijk. We varen over een vlak meer waarop niet veel te zien is. Tegen het middaguur wordt het heel wat interessanter als we in smaller vaarwater zijn beland. Je ziet de bedrijvigheid op zowel de groene zandstroken aan de oever als op het water zelf. Vissers staan in het water en om elke bocht verschijnt wel en of ander vreemd vaartuig, vaak met zeilen maar nooit gemotoriseerd. Er is behoorlijk wat vrachtverkeer en wankele veerbootjes met fietsers varen heen en weer. De mensen zijn vriendelijk, ze lachen en zwaaien uitbundig. Ze zijn arm maar lijken gelukkig, om maar weer eens een vooroordeel uit de kast te halen. Ze leven in schone hutjes, hebben een klein erf, een koe en een hond, een groentetuin en veel kinderen, héél veel kinderen.
Rond het middaguur houden
we pauze op het land. Wij laten de groep links liggen en gaan op avontuur
in de dorpjes. Er zijn nauwelijks paden, dus we moeten regelmatig door
andermans "tuinen" en over vreemde erven. Niemand neemt ons die
schending van privacy kwalijk, integendeel. We zitten in een buurt waar
allerlei producten van kokosnoten worden gemaakt. We zien een
touwspinnerij (kokosvezels) en een plaats waar "toddy" wordt
gestookt (dit is een kokosbrandewijn). De bodem waarover we lopen is op
veel plaatsen drassig. De scheiding tussen land en water is in het
Backwatergebied van Kerala niet zo nauwkeurig aan te geven. Als de zon
doorbreekt gaat bijna iedereen op het dek zonnen. Omdat er op het water
steeds wind is merken we niet dat de zon behoorlijk steekt. De volgende
dag lopen er heel wat rond met verbrande koppen, armen en benen. Ook Jos
heeft twee knalrode benen, die hij enkele dagen per dag met Nivea moet
insmeren. Vlak voor Alleppey komen we voorbij wedstrijdboten, kano's van
20 meter met 100 peddelaars in 2 rijen. Morgen is er de jaarlijkse
bootrace om de Nehru-Cup. Het schijnt een kleurrijk spektakel te zijn, dat
wij echter moeten missen.
In Alleppey hebben we weer
een van de betere hotels. Toch vindt Clim uitgerekend hier een enorme
kakkerlak tussen zijn lakens. Het beestje wordt door hem liefhebbend
Torremans" gedoopt. In het stijlvolle restaurant krijgen we exquise
pepper steaks geserveerd. In de bar drinken we zwaar bier, ofwel een
equivalent van twee Belgische Duvels voor zeg twee gulden. Op de tv zijn
de Olympische Spelen gaande. Ineens veren we beiden tegelijkertijd op:
basketball! We scharen ons voor de buis en zien hoe de met het HIV-virus
geïnfecteerde Magic Johnson schittert voor USA. We hebben een prima hotel
gehad. Jos vult dan ook de waarderingsquestionnaire in met superlatieven
en loftuitingen. Tijdens het groepsontbijt gaat weer alles fout wat
fout kan gaan. Ligt dat nu aan de Hollanders of aan het bedienend
personeel? Waarschijnlijk vormt een mengsel van die twee elementen ervoor
dat er zand in de goed gesmeerde organisatie komt.
Niet òver maar langs de Backwaters rijden we naar Cochin, samen met Ernakulam een stad van een miljoen inwoners. Lange, lage bruggen leiden ons over de kustmeren. Ons hotel ligt vlakbij de oever van de rivier in Ernakulam. Na het lunchen zoeken we via omweggetjes onze weg terug naar The Channel. In een vrijwel verlaten Sjivatempel vertrouwen we onze schoenen toe aan een wildvreemde goeroe die buiten zit te mediteren. Duizenden oliepitjes en kaarsen langs de wanden, verder niets bijzonders. Een stuk verderop ligt het Kantongerecht. Wij struinen naar binnen, dat kan hier zomaar. Niemand legt ons een strobreed in de weg. Er lopen veel vrouwelijke advocaten bedrijvig rond. Een student rechten legt ons een en ander uit. We gaan de kantoren binnen en wrijven onze ogen uit: dossiers en papieren zover het oog reikt, letterlijk opgestapeld tot aan het plafond! Dit is een echt bolwerk van de 'red tape', waar de ambtelijke molens van de bureaucratie o zo langzaam draaien. De aanwezige rechters en advocaten zijn er nog gehuld in klassieke toga's. Elk moment verwacht je een jurist met een bepoederde pruik te zien, zo ouderwets kan India soms zijn.
|
|
|
Zes kilometer verderop ligt Fort Cochin op een schiereiland. We willen daar met de veerboot naar toe, maar bij de aanlegsteiger vernemen we dat er geen boten varen omdat Cochin afgesloten is voor alle verkeer. Oorzaak: hevige onlusten tussen Moslims en Hindoe's. We balen, maar laten ons niet uit het veld slaan. We bewerken (met behulp van een vrouwelijke tolk) een taxichauffeur. We weten de ruig uitziende chauffeur, ongeschoren en met alleen een dhoti om zijn kwabbige middel geknoopt, over te halen ons voor een goede prijs over de zuidelijk gelegen bruggen naar het fort te brengen.
De rit duurt een half uur. Ongestoord kunnen we de omgeving van het fort bezoeken: de St. Franciscus-kerk en de Santa Cruz Kathedraal, beide Portugees. Ook bezoeken we een nonnenklooster waar jonge meisjes in gesteven uniformpjes Engelse gebeden van buiten aan het leren zijn. Katholieke jochies spreken ons aan. De smalle straatjes ademen nog steeds een koloniale sfeer uit, de huisjes zijn stemmig gesausd. We komen in een drukkerij/zetterij terecht waar Clim uit zijn bol gaat; techniek interesseert hem nog steeds.Toevallig zien we hoe de Chinese vissersnetten in werking worden gesteld. We drinken in een uitgestorven straatje een sodaatje, waarna we door willen naar Matancherry, het centrum van Cochin waar het Hollands Paleis en de Joodse wijk met synagoge liggen. De chauffeur vraagt elke voorbijganger naar de toestand aldaar. Hij krijgt tegenstrijdige antwoorden, maar uiteindelijk waagt hij er het niet op. We dringen niet verder aan, per slot van rekening is het zijn auto en zijn vergunning die misschien op het spel staan,en geven hem opdracht terug te keren. De communicatie met hem verloopt uiterst moeizaam vanwege zijn rudimentaire kennis van de Engelse taal.
![]() |
![]() |
Eenmaal terug hebben we niet zo gauw een nieuw doel om te bezoeken, dus gaan we bij gebrek aan een terras op een stoeprand zitten in de buurt van een theestalletje en laten uren het verkeer en de voetgangers aan ons voorbijtrekken. Zeer interessant, vooral de vrouwen, vindt Jos. Hun gezichten zijn iets minder fijnbesnaard dan die van de Tamil-dames, maar de manier van voortbewegen en hun fiere houding, ze slaan hun ogen echt niet neer hoor, getuigen van een ongeëvenaarde klasse. Chique sari's zijn om hun bevallige heupen gewikkeld, waarschijnlijk zijn het voornamelijk kantoor- of winkelmeisjes. De emancipatie en de scholingsgraad is hoog in Kerala. Vanuit de Arabische zee komen dreigende wolkenformaties aangedreven; de moesson nadert, dus in ijltempo haasten we ons naar het hotel terug.
‘s Avonds dineren we in stijl in een Moghul restaurant (Noordindiaas), pittig! Restaurant Khyber, zo heet het, is eigenlijk meer Afghaans ingesteld. We eten er lams- en ramsvlees. De schijnbaar ongeïnteresseerde ober ontgaat niets, hoe hij dat flikt is ons nog steeds een raadsel. Hoewel we paraplu en regenjas bij ons hebben zijn we toch blij dat het buiten droog is als we een kroeg zoeken. En die vinden we. Het is een "permit room" in een vochtige kelder onder een drankwinkel. In elke stad is het eerste wat we zoeken een liquor store, daar hebben we een punt van gemaakt. Tjonge, wat is dit een drankhol! Het krocht is vergeven van stank en drank. Veel beschonkenen met rooddoorlopen ogen, een barretje dat gebarricadeerd is met tralies, een wasbak een halve meter onder het plafond, kaarslicht (niet vanwege de romantiek maar vanwege de noodzaak). Glazen worden met vuile handen in een soort afwaswater gespoeld. We zijn hier duidelijk vreemde eenden in de bijt en het proletariaat dringt op. We worden ingesloten en beginnen ons ongemakkelijk te voelen. Een Christen, Benny Thomas geheten, start een moeizaam gesprek. Zijn we Nederlanders? Ah, Goellit en Wanvasten! Dan worden we geaccepteerd. Benny glimt van trots, hij kent buitenlanders persoonlijk, de avond kan voor hem niet meer stuk! Voor ons echter wel, daarom smeren we het hem heel rap. We zijn net terug op onze kamer of het begint ongelooflijk hard te gieten buiten, blij dat we binnen zitten. Elders in het land staan de landerijen en vele woonerven weer blank.
|
|
|
Om 09.00 uur staan we klaar om alsnog de veerboot naar Matancherry te nemen, maar de noodtoestand is nog steeds van kracht. Dat is een streep door de rekening. De rest van de morgen lummelen wat rond. Pas na het middaguur vertrekken we. In een razend tempo scheuren we vervolgens naar de blauwe heuvels van de westelijke Ghats (kustgebergte) die we in de verte zien liggen. De chauffeurs rijden alsof de duivel hen op de hielen zit. Vooral bij het passeren wordt veel onverantwoord risico genomen, althans in onze westerse ogen. Tegemoetkomend verkeer, waaronder reusachtige lorries, Indian Carriers genaamd, wordt vaak nog maar ternauwernood ontweken. We missen ze eerder op centimeters dan decimeters. Een van de oudere vrouwen zit pal achter de chauffeur met een krijtwit gezicht te lijden. Bij een lunchstop wordt het haar te veel en barst zij in een onbeheerst snikken uit. Er wordt overlegd en getroost; de chauffeurs worden op het matje geroepen. Nederig beloven zij het kalmer aan te doen. Ze hielden zich aan hun woord. met als gevolg dat hun slakkengangetje ervoor zorgt dat we soms zelfs uren later ons doel bereiken.
Om vijf uur komen we aan in Coimbatoire, een grote provinciestad zo lijkt het, maar met liefst één miljoen inwoners. Het is net "rush hour" en je kunt er bijna letterlijk over de koppen lopen.'s Avonds in de hotelbar raken we in gesprek met een viertal jonge Tamils en Keralezen. Ze werken allen bij hetzelfde bedrijf dat landbouwprojecten beheert. De een is boekhouder, de ander technisch tekenaar; de resterende twee zijn ingenieur. Een van hen heet George; hij komt uit Kerala en is Christen. Hij voert het hoogste woord, waarschijnlijk omdat hij het beste Engels spreekt. We bieden hen een biertje aan. Als een van de mannen dronken wordt en begint te raaskallen, wordt hij onder de arm genomen en nemen ze beleefd afscheid.