MENU

Omhoog
TamilNadu
Tempelroute
Kerala
Mudumulai
Mysore
Bangalore
Hyderabad
Aurangabad
Bombay
Terugreis
Fotogalerij
Fotogalerij2
Fotogalerij3

ONZE ANDERE WEBSITES

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË  

AUSTRALIË
BALI 
BELIZE
CANADA  
CALIFORNIË  
CHILI
CHINA 
CUBA 
CURAÇAO

CYPRUS
ECUADOR  
EGYPTE  
FOTOSITE 
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID  
INDIA RAJASTHAN
ISRAËL 
JAVA   
JORDANIË   

KRETA
MADEIRA
 
MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 
RUSLAND  
SRI  LANKA
  
SUMATRA   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1  
TURKIJE 2  
UNESCO-SITE 
URUGUAY

USA  
ZUID-AFRIKA 

 

Hyderabad


De imposante Char Minar Moskee

Het moslimse Hyderabad

Rond elf uur lopen we het station van de miljoenenstad Hyderabad binnen. We zitten hier in een centrum van tamelijk fanatieke moslims, die zich bedreigd voelen door de hen omringende honderden miljoenen Hindoes. Die laatste zijn ook geen doetjes, voor een religieuze afslachting draaien zij hun hand niet om. De trein­reis heeft 17 uur geduurd en kostte ons nog geen  25 gulden per man, voor een traject van 800 km een spotprijsje, zeg nou zelf! Op advies van een riksja wallah nemen we onze intrek in het middenklassenhotel President. Valt dat even tegen, de faciliteiten bestaan er enkel op papier en er is net een verbouwing gaande. Het personeel is er onvriendelijk. Er verblijven veel fundamentele Islamieten; je waant je er eerder in Arabië. Door die ietwat vijandige sfeer besluiten we hier zo snel mogelijk te "moven”. Na die stoffige treinreis nemen we een uitgebreide douche en rusten nog wat. Om half twee gaan we de stad in, te voet want dan zie je meer.

Wisselen van hotel

Allereerst lunch. We zoeken een adresje uit de "Travel Survival Kit". Als we plaats nemen in het geheel verlaten restaurant scharen zich zes bedienden om ons heen. Hebben ze vlees? Natuurlijk hebben ze vlees. Nou, dan breng ons maar een portie "mutton". Sorry, sir, no meat. Tegelijkertijd staan we op en verdwijnen, het zestal verbouwereerd achterlatend. Dat kwam vaker voor, een menukaart van hier tot ginder, en als het erop aan komt hebben ze niks in voorraad. Aan de overkant treffen we het beter bij restaurant "Shalimar", die niét in de Survival Kit staat. Eén van de zeven, acht missers (onjuistheden en omissies) die we persoonlijk in de enige, echte Traveller's Bible hebben gevonden. Voor de ingang staat een jonge portier in een soldatenuniform gekleed. Hij salueert stram. Binnen is een beleefde bediening, duur naar Indische begrippen en bijna volslagen duister (je kunt niet alles hebben). Dankzij het uitstekende eten en de uitgebreide spijskaart, waarvan alle gerechten leverbaar zijn, zullen we hier elke dag dat we in Hyderabad verblij­ven komen eten. We hebben er zelfs een vast tafeltje!

Trotse familie poseert voor haar schamele woning. Dit is een relatief klein gezin. Grootmoeder bestiert er het huishouden.

Archeologisch Museum

In de namiddag bezoeken we het noorden van de stad. In het stadspark verdroogde tuinen , een moskee, oude koloniale gebouwen, een roeivijver en een moderne openluchtbioscoop. Overal liggen magere mannen in simpele kledij op de gazons te pitten. Dat herinnert ons eraan dat het zondag is. Het Archeologisch Museum ligt ook op het terrein. Klein, maar helaas niet fijn. Buiten liggen antieke kanonnen tussen het onkruid te verroesten. In een zaal voor eigentijdse kunst (die overal op de wereld hetzelfde is, helaas) zijn negen van de twaalf tl-buizen kapot, misschien al jaren! Het geëxposeerde heeft evenmin iets op de kous, of het moet een kopie van een grote wandschildering van de grotten van Ajanta zijn.

Moderne devotie

De Birla Makir Tempel die we daarna bezoeken is een echte verademing. Geheel in marmer opgetrokken, deze moderne maar toch klassiek aandoende tempel die een geschenk aan de stad is van een invloedrijk en schatrijk industrieel, Birla genaamd. Alles is smetteloos wit, het doet pijn aan je ogen. Het ligt op een rots en je hebt er een goed uitzicht op de stad en het Sagar‑lake. In de verte zien we de ruïnes van het fort Golconda tegen de ondergaande zon liggen. We zijn de enige westerlingen tussen honderden pelgrims en toeristen. Ook in het Birla Science Centre (een soort Fenomena of Evoleon) is dat het geval. De Indiase jeugd die er in  groten getale rondloopt spreekt Engels onder elkaar. Hun klasse of kaste mag je zelf invullen.

Clim op oorlogspad

Clim amuseert zich opperbest. Je mag namelijk overal ongestraft aankomen. Dat is het principe hier: ervaar natuurkundige verschijnselen door te doen, middels spelletjes en proefjes. Bij het loket was Clim even tevoren minder enthousiast dan assertief. Hij moest in de rij staan en dat werd dus dringen en duwen geblazen. Echter niet bij Clim, die dan de voorkruipers met stemverheffing tot de orde roept. Zo'n houding is hier niet gepast, niet "des Indisch". Toch wordt hij steeds door andere Indiërs (lagere kaste, beschaafde en bescheiden inborst, welopgevoed?) gesteund. Zo ook hier. Een man achter hem tikt hem op de schouder en vraagt, of beter nog, constateert: "Excuse me, sir, are you Dutch?". In de roos geschoten. De man had een tijd in Nederland gewerkt en herkende onze bijna maniakale wens om gelijk en rechtvaardig behandeld te worden. (Misschien herkende hij ook ons Nederlandse accent…) Tussen de krotten door bereiken we de hoofdweg.

Opgelopen schade opnemen

‘s Avonds nog maar eens copieus getafeld in Shalimar. In de buurt hebben we een hotel gevonden dat ons, ook vanwege de ligging langs een liquor shop en ons restaurant, beter bevalt: half zo duur en net zo goed, zo niet beter. We reserveren er een kamer voor morgen. We zijn vroeg terug op onze kamer. Na 22 dagen reizen hebben we toch enige schade opgelopen. Jos zit nog steeds met een zoeloelip die maar niet wil genezen, bovendien beginnen zijn kreeftrode benen nu te vervellen. Clim heeft last van een hardnekkig jeukende uitslag op de achterkant van zijn dijen. Onze avondwandeling, inmiddels traditioneel geworden, biedt hetzelfde beeld als altijd: Fellini-achtige schaduwen en figuren die weer een dag van hun kommervolle bestaan overleefd hebben en een goed plekje op het trottoir zoeken om de nacht door te brengen. Waarom komen die lui eigenlijk niet in opstand? Vanwege het geloof, daar wijst men dan vaak op. Na de dood volgt een beter leven, tenminste als hun "karma" goed is. Hun karma kan alleen gunstig zijn als ze hun leven lijdzaam geaccepteerd hebben. Rebellen hebben een slecht karma, per definitie. Die keren waarschijnlijk terug als een minderwaardig dier. Dankzij de reïncarnatie kun je als hoger wezen terugkeren op het ondermaanse.                  

Opwinding aan de incheckbalie

Als we uitchecken krijgen we een rekening gepresenteerd van een pot thee de vorige dag. We hadden echter koffie besteld. Indiase thee (mierzoet met melk, soms zelfs met vetoogjes) is nauwelijks drinkbaar, dus we hadden de thee met een begeleidend briefje onaangebroken terug op de gang gezet. 's Morgens staat die er nog, kun je nagaan wat voor normen over dienstverlening daar heersen. Clim windt zich dermate op dat hij de rekening voor de ogen van de receptionist verscheurt. De receptionist is trouwens toch al moeilijk aan het doen, hij weigert betaling met de Visa-kaart, hoewel zij bij die organisatie zijn aangesloten. Een reden voor zijn weigering wil hij niet opgeven. Op hoge toon eisen we na enig soebatten de baas te spreken, maar ook dat wordt niet ingewilligd. We dreigen met aangifte bij Visa, maar onder protest betalen we toch maar cash. Buiten worden we compleet overvallen door een leger havelozen. Al die tijd hadden ze zitten wachten op ons, het heeft de ronde gedaan dat er witten in het hotel zitten, daar moet dus iets te halen zijn. Een riksja walla weet ons te ontzetten en brengt ons naar Hotel Saptagiri waar ze ons al verwachten. Probleemloos inchecken en installeren, een uiendosa bij wijze van ontbijt en "off we go", naar de wereldberoemde Char Minar, in het zuidelijke oude gedeelte van de stad.

Char Minar, een unieke  “masjied”

De Char Minar is een moskee uit de zestiende eeuw met vier zware minaretten. Je kunt er onderdoor rijden. Zij is omgeven met sjofele maar sfeervolle markten. Er recht tegenover ligt een der grootste moskeeën van India, de Mekka Masjied. We geven er de voorkeur aan die niet binnen te gaan, van binnen zijn ze echt bijna allemaal hetzelfde. Het is hier inderdaad een fundamenteel islamitisch bolwerk: de meeste vrouwen lopen er in lange zwarte gewaden, vormeloos en alles bedekkend, bekroond met een dichte sluier of hoofddoek, soms met een kijkgaasje erin. Het lijkt hier verdomme wel Iran. Oppassen met fotograferen dus. Toch wordt ons niets in de weg gelegd. We ploegen voort door het vuil en de smerigheid die op de slecht geplaveide straten ligt.

Lastig jochie wegjagen

We worden hinderlijk gevolgd door een jongetje, geen bedelaarstype overigens, die steeds in het beeld springt als we een foto willen maken. Op een gegeven moment moeten we hem zelfs met geweld verwijderen, er zit niets anders op. Op een eerbiedige afstand blijft hij echter in ons spoor. De niet-fundamentalisten zijn aardig en lachen ons meestal vriendelijk toe. Er zijn zelfs jonge meiden die nieuwsgierig naar ons omkijken.  Ouwe mannen zitten met  poppen, goden- en dierenbeelden gemaakt van papier-maché, langs de weg. In een "fietsenspeciaalzaak" kopen we twee grote, helder klinkende fietsbellen, uniek in de wereld. We komen bij de rivier uit, waar aan de oever het Hooggerechtsgebouw ligt. De juristen staan er in toga aan een kraampje ijs en snacks te eten. Mooi koloniaal gebouw. We gaan er niet naar binnen, want ons volgende doel is eigenlijk het Salar Jung Museum, een kilometer verderop.

 

Rijk gesorteerd Salar Jung Museum

Het is een foeilelijk gebouw, maar de verzameling kunstwerken is uniek. Dit hebben we niet verwacht, wat een rijkdom, bijeengekocht door een soort grootvizier van de Nizam (moslimheerser). Het is er erg druk, er loopt zelfs een groep kleurrijke Bhil-stamleden rond, waarvan de vrouwen opvallen door een ring door de neus en zware zilveren sieraden aan hun oren. Er is niet alleen Europese kunst, maar ook Japanse en Chinese. We zijn ervan onder de indruk. Aan de overkant van de rivier liggen het Parlementsgebouw en de Openbare Bibliotheek. Die laatste bezoeken we. We gaan overal naar binnen; verzeilen in de kelder en lopen ongestoord rond op het dak. Manuscriptenverzamelingen alom. Veel literatuur in de deelstaattalen Kannada, Tamil, Malayalam en Telugu. Ook het Oerdoe is goed vertegenwoordigd; niet verwonderlijk want dat is per slot van rekening een moslimtaal. Overigens, we moesten bij de entree wel onze tassen inleveren uit preventie tegen diefstal. Clim leest de krant in de leeszaal, terwijl Jos buiten wacht. Met de riksja terug. Douchen en een uurtje uitrusten op de kamer.

Naar de kleermaker voor broeken

Op weg naar Shalimar komen we langs de kleermaker waar we vanmorgen zijn ge­weest om maatbroeken te bestellen. De stof hebben we in de buurt gekocht, 1.40 m per broek voor nog geen tientje. Inclusief maakloon kosten de broeken ons fl 15 per stuk. Morgen kunnen we ze afhalen. Shalimar biedt ons wat we ervan verwachten: veel en lekker eten. Ze gebruiken royaal de peper‑ en specerijenpot. We slaan bier in en zoeken tijdens de avondwandeling een bank, vergeefs, ook in "Bank Street' is geen bank te bekennen. We kunnen de bodem van onze beurs zien, dus we hebben zeer binnenkort een bank nodig. Jos valt om 23.00 uur geeuwend in slaap.

Bankzaken, een ‘pain in the ass’

We zijn als eerste aan de beurt, maar onze blijdschap hierover wordt al gauw getemperd. Om elf uur liggen de door ons ingevulde formulieren, paspoorten en traveler cheques nog steeds op dezelfde plaats. Dan komt een hogere opdagen, neemt onze spullen in de hand en alles komt in een stroomversnelling. Hij controleert een en ander driemaal en maakt de berekeningen op zijn eigen rekenmachine nog eens twee keer. Het pakket gaat naar een nog hogere pief. Deze controleert op zijn beurt, maakt ook berekeningen en parafeert uiteindelijk alles. We krijgen een token. Op naar de kassa. De kassier bekijkt de papieren tweemaal, controleert en berekent het hele zaakje nog eens, telt het geld uit, eenmaal, tweemaal... en nog een keer. Nu mogen we meetellen, alsof we dat al niet eerder gedaan hadden. Het is half twaalf geweest als we ons fel begeerde geld ontvangen. We hebben het hele proces kunnen volgen in het open kantoor: 4 employés hebben zich met onze zaak beziggehouden, er zijn 6 controles en (her‑)berekeningen uitgevoerd. Kopieën  maakt men hier niet, tenminste niet machinaal. Alles wordt hier met de hand overgeschreven, klaar kopie.

Slangenbezweerders zijn

er te kust en te keur in India

Nog een extra broek

We halen onze broeken op. Clim laat de broek die hij aan heeft nog snel repareren. Jos haalt en passant nieuwe "cloth" (stof), hij wil een extra nieuwe broek, maar dan van duurdere stof. Morgenvroeg afhalen. We willen vervolgens naar het Golconda Fort buiten de stad, het is warm en we hebben dus water nodig. Maar, hoe we ook zoe­ken, nergens mineraalwater verkrijgbaar. Dan maar zonder. We benaderen riksjarijders, maar die vragen allen idioot hoge prijzen voor die 10 km op en af. Als we met inschakeling van de politie dreigen lachen ze ons uit. Tot ons geluk komt er net een aan en die spreekt nog een beetje Engels ook. We klampen hem aan en leggen hem ons probleem uit. Hij roept een riksja walla bij zich en geeft hem opdracht ons tegen de meterprijs naar Golconda te brengen. De riksjaman knikt braaf.

Ruïnes  van het Golconda Fort

Een half uurtje later stappen we uit. Jos maakt afspraken over de wachtprijs, dat is 20 paisa per 2 minuten, tenminste dat denkt hij. Het is een enorm groot fort, het strekt zich over een brede en 80 meter hoge heuvel uit. Hier en daar is men enkele paleizen en zalen aan het restaureren, heel minutieus en waarheidsgetrouw. De diensten van free lance gidsen wijzen we gedecideerd af. Toch hebben we weer een jongeling achter ons aan hangen, het is net alsof hij met een touwtje aan ons vast zit. We proberen hem uit en maken bijvoorbeeld gekke omwegen, maar hij blijft plakken als kit, niet af te schudden die knaap. Nou ja, hij valt ons verder niet lastig. Weinig volk op de been. Geen goed fotoweer, het is te bewolkt. Als we bovenop de ruïnes staan worden we ons helemaal bewust van de uitgestrektheid van de fortificaties. Via een andere route dalen we af. Studenten die hun Engels willen oefenen spreken ons aan en vertellen over de geschiedenis van het fort. We komen langs de tank, de harem, de troonzalen, de kamelenstallen en het arsenaal. Onze klim heeft precies een uur geduurd en we hebben de belangrijkste bezienswaardigheden gezien.

Mausolea en tombes  

Iets verderop liggen tombes en 8 grote mausolea van de vroegere moslim heersers van Hyderabad. Mooie gebouwen, redelijk onderhouden en gelegen in aardige tuinen. Hier en daar hebben ze iets weg van de Taj Mahal. "Qutb Sjah" heet het hier. Lekker rustig, net als in Golconda. Buiten de poort krijgt Clim het aan de stok met een limonadeverkoper. (Nu we geen water bij ons hebben zijn we helaas van hen afhankelijk!) Deze wil geen wisselgeld teruggeven. Wat nu?, denkt Clim, en hij pakt een krat cola op, heft die in de lucht en dreigt hem te laten vallen. Binnen enkele tellen heeft hij zijn wisselgeld. Enkele omstanders moeten lachen om dit tafereel. De limo­nademan lacht ook, als een boer die kiespijn heeft.

Dierentuin: de naam onwaardig

We laten ons vervolgens naar de dierentuin brengen. Onderweg kijken we ons de ogen uit en vallen we van de ene verbazing in de andere. We komen langs werkplaatsen voor hindoebeelden (van papier-maché), wasplaatsen, plasplaatsen, poepplaatsen. Overal bedrijvigheid, als een mierenhoop, schijnbaar ongestructureerd. De Zoo is een aanfluiting. Zeer uitgestrekt in een mooi park, dat wel, maar helaas ontbreekt het aan haar bestaansrecht, namelijk dieren. Ja, hier een vastgeketende olifant, daar een coyote of hyena, wat apen en een slang. That’s all. In een afgescheiden gedeelte is een prehistorische tuin met enorme hagedisachtigen en reptielen. We worden er zowaar aangesproken door pubermeisjes. Ah, het zijn christenen, dat zien we aan de kruisjes rondom hun nek. Ze zullen ons wel bondgenoten vinden. Ze bedelen niet. Op het einde van de rondgang worden we verrast door een plensbui. Haastig zoeken we de bescherming van onze riksja op. Stommelingen dat we zijn, de paraplu en de regenjassen hebben we in het hotel achtergelaten. Dat is ons vaker gebeurd.

Met fooi strooien

Als de riksja ons voor het hotel afzet beginnen de problemen. Er wordt twee maal zoveel geëist als er op de meter staat. De receptionist komt erbij als tolk. Na een hele discussie, waarvan de essentie ons ontgaat, want ze werd voornamelijk in Telegu gevoerd, betaalt Clim nog wat extra fooi en zijn de zaken geregeld. Jos brengt fotorolletjes weg en koopt reservebatterijen voor de walkman van Clim. Na gegeten te hebben bij Shalimar (waar we extra fooi geven, met name de portier in uniform werd goed bedeeld. Buigend neemt hij zijn roepies in ontvangst, waarna hij stram in de houding springt), gaan we op zoek naar een muntenzaak. Die vinden we niet, of hij is al dicht. De fotozaak is nog niet gesloten, er is te veel klandi­zie. We moeten lang wachten en maken een praatje met de baardige baas. Hij kent veel Hollanders uit Poona, waar hij vaker komt als echte volgeling van Rajnees, de inmiddels overleden Bhagwan. De foto's zijn een echte afknapper; ze zijn slecht van kleur en hebben een te klein formaat. 

Correct afgehandelde herbevestiging vlucht

‘s Morgens wat boodschappen doen en afspraken maken: bagage bij hotel achterlaten, elektronicazaak zoeken, naar muntenwinkel. Die laatste vinden we toch, een kamertje in een verlept businesscenter. Terwijl Clim onderhandelt - ze willen hem natuurlijk direct de dure soorten aansmeren - maakt Jos een praatje met een Indiër uit Chicago. In de VS woont een half miljoen zeer nijvere Indiërs. Ook veel van de braindrain van de Indiase universiteiten gaat richting Amerika. Bijna de helft van het motelwezen is in handen van Indiërs. Gekscherend wordt dan ook gesproken van "Patels" in plaats van "motels" (Patel is een veel voorkomende Indiase naam uit de deelstaat Gujarat). We pikken ook nog de nieuwe broek van Jos op, waarna we de riksja naar het kantoor van Air India nemen. Het kantoor moet ergens in de buurt van de Birla Tempel liggen. Het bekende probleem, waar precies? Niemand die je kan helpen. We komen er uit, na eerst naar het kantoor van Indian Airlines (subtiel verschil, dat is de binnenlandse vliegmaatschappij!) te zijn verwezen. We worden door de general manager persoonlijk ontvangen en hij handelt de kwestie van onze herbevestiging ook zelf af: uiterst correct, met een computeruitdraai en al! Zoiets doet een mens goed.

Weer eens de weg kwijt

We charteren een riksja en leggen de bestuurder, die slechts rudimentair Engels beheerst, uit dat we eerst naar Station Road willen, naar een hotel, en daarna naar het Kacheguda-station willen, voor een trein. Naar ons hotel is het vijf minuten rijden, maar er is een studentendemonstratie aan de gang, waardoor we een fikse omweg moeten maken. Op een plein midden in de stad zijn rake klappen gevallen, de honderden teenslippers van vluchtende demonstranten liggen er nog als stille getuigen. In een zijstraat worden de opgepakte studenten in open vrachtwagens gestouwd, naar het platte­land afgevoerd en daar op blote voeten losgelaten. Goeie methode eigenlijk. Door de omweg raken we zelf gedesoriënteerd, waardoor we er pas laat achter komen dat we de verkeerde kant op gaan. Stoppen en overleggen. Ah, nu begrijpt de wallah het. Hij start zijn motortje en slaat een andere weg in. Na 5 minuten krijgen we opnieuw argwaan. We houden een studentikoos type met bril aan , doorgaans spreken die het beste Engels. We leggen hem de situatie uit, hij op zijn beurt geeft de wallah instructies in de plaatselijke taal Telugu. We zitten aan de rand van Secunderabad, de satellietstad van Hyderabad. Na een dik half uur zijn we pas bij het hotel. De wallah zegt ietwat verongelijkt: "This Abids, I know Abids! You not say!". Abids is een verkeersplein in de buurt, dat klopt. Weten wij veel wat hij wel en niet kent. Een taxichauffeur dient de plattegrond van zijn stad als zijn broekzak te kennen, daarmee uit. Hoe dan ook, even goede vrienden. We pikken de bagage op en gaan naar het Kacheguda Station in het oosten van de stad. 

Met de trein naar Aurangabad

We zijn enkele uren te vroeg en verkennen daarom op ons gemak de omgeving. Interessant is de koeienmelkplaats. In een van de straten worden we door vrouwen weggekeken. Het is een Brahmaanse buurt, overal op de deuren en poorten staat de naam Reddy, in deze streek een hoge kastennaam. We slaan drank en eten, vooral bananen en koekjes, in voor de reis. We hebben goeie zin en geven dan ook menig aalmoes aan de kreupelen en verminkten. Punctueel vertrek om 17.50 uur. Wat een weelde. In onze 'three tier' (3 britsen boven elkaar) zit nog een echtpaar, dat erg op zichzelf is, en 2 jongens van 20 jaar die voor het eerst naar de universiteit gaan. We hebben weinig contact. De streek waar we doorheen rijden is droog en rotsachtig. In de deuropening staand maakt Jos foto's van de sloppenwijken die zoals overal in de derde wereld vooral naast de spoorbaan liggen. We lezen veel tijdens de reis. Overal staan de ramen open en draaien de ventilatoren op volle kracht. Jos bespeurt een opkomende kou en wurmt zich in een trui. Clim gaat naar het toilet en komt terug met een kom rijst, gekregen van een vriendelijke Tamil. Er zit zelfs vlees in, een kippenbout. De man komt uit Madras en is handelsreiziger. We maken van hem een foto en sturen die later naar hem op.In India wordt etenswaar tijdens lange reizen altijd gedeeld, een gewoonte waaraan we niet zo goed kunnen wennen. Wij hebben slechts koekjes te bieden. Om een uur of elf begeven we ons te ruste, we liggen weer pal onder het dak. Jos is vanwege de tocht van de ventilatoren al aan het snotteren.


Terug naar begin van de pagina

Vorige Omhoog Volgende