MENU

Omhoog
TamilNadu
Tempelroute
Kerala
Mudumulai
Mysore
Bangalore
Hyderabad
Aurangabad
Bombay
Terugreis
Fotogalerij
Fotogalerij2
Fotogalerij3

ONZE ANDERE WEBSITES

Bezochte
UNESCO - sites

Onze
Fotosite

        ONZE
REISVERSLAGEN

ALASKA 
ARGENTINIË  

AUSTRALIË
BALI 
BELIZE
CANADA  
CALIFORNIË  
CHILI
CHINA 
CUBA 
CURAÇAO

CYPRUS
ECUADOR  
EGYPTE  
FOTOSITE 
GUATEMALA  
INDIA-NOORD  
INDIA-ZUID  
INDIA RAJASTHAN
ISRAËL 
JAVA   
JORDANIË   

KRETA
MADEIRA
 
MALEISIË   
MALTA 
MAROKKO 
MEXICO 1
    
MEXICO 2

NEPAL  
NEW YORK
OEZBEKISTAN 
PARAGUAY
   
PERU 
RUSLAND  
SRI  LANKA
  
SUMATRA   
SYRIË  
THAILAND
TUNESIË
TURKIJE 1  
TURKIJE 2  
UNESCO-SITE 
URUGUAY

USA  
ZUID-AFRIKA 

 

Bangalore


Bangalore, “stad van de bonen”

Al met al zijn we pas rond half drie in de "stad van de bonen", de ‘boomtown’ Bangalore met zijn schone industrie (elektronica, vliegtuigbouw, ruimtevaart). Eerste klas hotel met 2de klas roomservice. Clim maakt de fout om de kamerjongen alvast fooi te geven voordat hij ons handdoeken en dergelijke brengt. Nou, zoals verwacht, die komt nooit meer terug. Waarom zou hij, de buit is toch binnen? Roomservice gebeld, komt in orde meteen, onmiddellijk. Een half uur later zitten we nog steeds te wachten. Het wordt Clim te veel, hij wil zich douchen en heeft een handdoek nodig! Hij vindt een heel nest roomboys nietsnuttend in een kamer bij elkaar, loopt naar de linnenkast, rukt die open, grijpt er een stel handdoeken, slopen en lakens uit, maakt een niet nader te beschrijven gebaar naar de uitvreters en beent terug naar de kamer. Zo moet je dat oplossen hier, zegt hij tevreden. Een uur later belt de roomservice: klopt het dat wij handdoeken nodig hebben? Jos bedwingt zich en legt voorzichtig de hoorn op de haak. Wat een organisatie….

Veteranen, gehandicapten, bejaarden en toeristen first!

Na in het hotel gegeten te hebben (sandwiches en pakora's, dat zijn gevulde gefrituurde bollen) nemen we een autoriksja naar het station. Het regent. Als we de drukte zien in de reserveringshal zakt ons de moed in de schoenen, dat wordt ongetwijfeld van het kastje naar de muur lopen. Het valt mee. We vinden het reserveringsloket met de formulieren meteen en hoeven niet lang te wachten. Tot onze verrassing is er een speciaal kaartjesloket voor ‘senior citizens’, gehandicapten, oorlogshelden en ... toeristen! Echt, het staat er, en de rij is te verwaarlozen. De eersteklasplaatsen voor morgen naar Hyderabad zijn uitverkocht, dus maar de tweede klas genomen. We gaan een kijkje nemen naar de modale 2de klassen en schrikken ons rot. We zien men­sen in de bagagerekken hurken, de banken zijn van hard hout, er ligt kots op de vloer. Bij voorbaat krijgen we al een nachtmerrie. Een stationschef stelt ons echter gerust, dat is een lokale 2de klas. Wij hebben expresse, die zijn veel beter. Laten we het hopen. In de hal drinken we appelsap uit Himachal Pradesh, de Himalaya bergprovincie van India. Tijdens onze eerste reis door het noorden hebben we dit drankje leren waarderen als een verfrissende dorstlesser, een van de beste. Het weer blijft slecht en we besluiten op de kamer te blijven, televisie kijkend, lezend, puzzelend en schrijvend.

Zomaar wat rondjes rijden

Met zijn allen hebben we besloten er een afscheidsavond van te maken. Niet alleen wij gaan weg, ook een ander koppel gaat morgen hunsweegs en wel naar ashram van Sai Baba (een bij westerlingen populaire goeroe) zo’n 100 kilometer verderop. Om acht uur komen  we bijeen in de hal. Goed, we zijn bij elkaar, wat nu? Eh, ja, laten we maar riksja's aanhouden. 0 ja, met zijn twintigen? Eh, nou nee, dan nemen we maar de busjes. Gelukkig liggen de chauffeurs net te slapen in mobiele werkplek. Er is gereserveerd in een prima restaurant in de buurt, zo wordt gezegd. In de buurt betekent een half uur rondjes rijden en dan zijn we er nog steeds niet. De twee dames die dit klapstuk op touw gezet hebben, weten van niets. Ze verontschuldigen zich met het smoesje: "Ja, maar het is nu zo duister."  In de busjes valt een beschuldigende stilte. Door puur toeval komen we er uit, het restaurant ligt op 500 meter afstand van het hotel. De chauffeurs lachen zich een aap, en terecht, dit vormt een regelrechte aanfluiting.

High society restaurant Paradise

De setting op het eilandje, kunstmatig uiteraard, van het high society restaurant Paradise is perfect, het zij gezegd. Allen om één grote tafel, nog niet eens rond. Het is de duurste tent van de hele stad. We worden voor een etentje uitgenodigd waar een fors prijskaartje aan hangt en we moeten nog zelf betalen ook! Echt gezellig is het niet meer. Het eten is van hoge kwaliteit, de biefstuk bijvoorbeeld is een van de betere die we ooit gehad hebben. Wat rekt het diner zich lang! Af en toe staat Jos op en kuiert wat rond. Na elven beginnen er enkelen quasi geïnspireerd te dansen. Om middernacht is de tijd om af te rekenen aangebroken. Iedereen moet zelf uitrekenen hoeveel hij moet betalen, de meeste vergeten de belasting en zo. Resultaat, het opgehaalde bedrag is vele honderden roepies minder dan de eindafrekening aangeeft. De reisbegeleidster en het potje moeten bijlappen, want de meeste zijn al op eigen houtje terug naar het hotel. Het mooiste van dit alles is dat de initiatiefnemers, de aanstichters van deze ramp, als eersten in alle stilte zijn verdwenen, als een dief in de nacht... Het luxe­diner kostte gemiddeld 400 roepie: een maandloon van een arbeider hier.

Nachtelijk dolen door de ‘boomtown’

Al foeterend en balend lopend we daarna door nachtelijk Bangalore. Er is geen kip op straat, zelfs geen daklozen liggen hier op de stoep. Geen bedelaar kruist ons pad. We raken de weg kwijt. We nemen een eenzame motorriksja in de hand, die kent het hotel ook niet, maar wil wel mee helpen zoeken. Hij raakt net als ons hopeloos de weg kwijt. Een drietal dronken jongelingen op een scooter gaat ons vervolgens voor. We bedenken dat zij ons met die overmacht best kunnen overvallen en Jos begint alvast allerlei overlevingsstrategieën  te verzinnen. Maar we komen er toch uit met behulp van de portier van een concurrerend hotel. De riksjajongen eist ineens veel meer geld dan overeengekomen. Onze portier erbij, we middelen de zaak en de zaak is geklaard. Jos heeft al die tijd zijn Zwitsers legermes bij de hand gehouden voor alle zekerheid, nou, dat kan hij nu met een gerust hart opbergen. Op onze kamer nemen we alsnog enkele slokjes whisky om de gevoelens van frustratie weg te drinken.

PARLIAMANT

Het parlement van de

deelstaat Karnataka

Verlost van de groep, all alone

We zijn nu van de groep "verlost". Het is eigenlijk best meegevallen. Echte problemen hebben zich niet voorgedaan en met verscheidene leden hebben we erg goed kunnen opschieten. Alleen dat eeuwige te laat komen en het schenden van afspraken, dat is iets waar wij simpele zielen steeds moeite mee hebben gehad. Ook het voldoen aan egoïstische individuele wensen en de geforceerde vrolijkheid vonden we negatieve aspecten. Positief daarentegen was de eruditie, de tolerantie en de bereisdheid van de leden. Van de meeste konden we op dat gebied best iets leren.

Rare jongens, die Indiërs

We worden gewekt door de laundry service. Dat zul je nu altijd hebben in dit land! Wil je eens uitslapen, dan bellen ze om 6 uur of je een krant wilt, om half zeven maken ze je wakker of je ontbijt op bed wilt, om zeven uur staat er weer iemand klaar om je vuile wasgoed op te halen. Als je helemaal pech hebt komt om acht uur het kamermeisje aan de deur rammelen om te poetsen. Zo gaat dat hier. We checken uit na een wel èrg karig ontbijt: alleen koffie. Het is half tien en er moet gepoetst worden. Hoezo, poetsen? Er zijn toch nog gasten, die kun je toch niet wegjagen? Jawel hoor, het is zaterdag en dan wordt er altijd om half tien gepoetst. Tja, dat moet je dan ook maar toevallig weten. “Rare jongens, die Indiërs,” zou Obelix zeggen.

Afscheid van Sri en Francis, de chauffeurs

Onze chauffeurs Sri en Francis staan buiten rond hun busje nog wat te lanterfanten. Als ze ons zien springen ze als één man op. Onze fooi moet toch wel erg vorstelijk zijn geweest. Enthousiast vragen ze: "You go to airport?". Ze willen ons brengen, des te beter. "No, we go to railway station." "Oh, you go to ashram?" "No, we go to Hyderabad!" Daar snappen ze niets van. Dat ouder echtpaar naar de ashram, nu deze twee weer die heel ergens anders heengaan. Waarom blijven die Hollanders niet bij elkaar zoals het hoort? Enfin, een hotelboy rijdt met ons mee om de weg te wijzen. Bij het station geven we onze bagage af. We maken kennis met Atjunar, iemand die bij de spoorwegen werkt. Samen met hem nemen we een riksja en rijden naar de Vidhana Souda. Dat is het imposante parlement van de deelstaat. We hebben het de vorige avond gezien, sprookjesachtig verlicht, zelden iets mooiers gezien op het gebied van illuminatie. Helaas is het gebouw dicht; zoals gezegd, het is zaterdag. Ook het rossige Paleis van Justitie is dicht, dat blijkt als we er willen binnendringen op onze gebruikelijke achteloze manier. We wisselen met Atjunar adressen uit.

Het aandeel van de moslims in de Indiase bevolking is meer dan 10%, zo'n 100 miljoen dus. Ze zijn nog tamelijk recht in de leer. Hier volgen kinderen koranles in een haveloos schooltje.Regelmatig vinden er bloedige botsingen plaats tussen Hindoes en Moslims.

Verhit gevecht om stuiver

We beloven hem de foto's waar hij op staat toe te sturen. Na een korte tijd verwijlen in het Cubbon Park nemen we een riksja en laten we ons naar de oude markt brengen. Veel Moslims daar, erg druk. We laten de hagelwitte moskee met slanke minaretten links liggen en zoeken het oude Fort op. Valt dat even tegen! Eén of twee donjons, wat kerkers,een binnenplaats zo groot als een tennisveld, that's all. We wandelen kris­kras verder door de wijk. Erg veel rotzooi op de grond. In een College voor moslims maken we een praatje met een van de leraren. Struiken en zelfs bomen groeien uit de gevels van het gebouw dat nog steeds in gebruik is voor lessen. Nog een paar fraai en rijkelijk bewerkte Hindoetempels. Vegetarisch lunchen in kelderrestaurant, “very spicy"! Opnieuw een riksja, nu naar de Bull Temple in het zuiden van de stad. Niks aan, ook is er geen volk, dat zegt genoeg. Jos geeft de tempelwachter één roepie. Deze moet het geld echter afgeven aan een hogere, en dat weigert hij. Ruzie in het heiligdom, om een stuiver…

Moghul-stijl van Tipu Sultan

Terug, nu naar Tipu Sultan's Palace. Ineens wel veel Indiasche toeristen op de been, moderne lui dus. Het paleis wordt gevormd door een open kiosk in een soort moghulstijl, met schilderingen, maar geen beelden. Het zijn moslims hier! Er ligt een mooie tuin omheen, waar we uitrusten. Jos gaat  met zijn macro-lens op vlinderjacht. De Indiërs kijken meewarig toe en vragen zich af wat die kleine, dikke, kale, schele, dove westerling met zijn camera in de struiken te zoeken heeft. Om een uur of vier zijn we weer op het opmerkelijk schone station. Een complimentje voor de Indiase regering, overheidsgebouwen zijn  over het algemeen goed gepoetst, hoewel het onderhoud wel eens wat te wensen over laat. We zoeken vergeefs ons rijtuig dat de aanduiding "56" heeft. Nergens te vinden. Na enig rondvragen komen we er tot onze schaamte achter dat de code "S6" is. Nou ja, ze maken hier gewoon een rare S. Een voorbeeld van een communicatiestoornis die verstrekkende gevolgen kan hebben. Altijd op je tellen passen is hier de boodschap.

Reisgenoten in de trein

Precies om half zes vertrekken we, dezelfde tijd als aangegeven. Het vertrek van de treinen op het beginstation verloopt bijna altijd op schema, maar aankomen volgens de dienstregeling is een heel ander chapiter in India. We zijn opgetogen, dit moet een gunstig voorteken zijn. In onze coupé hebben we gezelschap van een 40-jarige alleenreizende vrouw (hoge kaste natuurlijk), een professor in de filosofie (die onze boeken leent, hij is benieuwd wat ze in het westen over zijn vaderland in toeristische zin schrijven), drie knapen van achter in de twintig (waarbij een zeer arrogante moslim, de leider van het stel) en tenslotte een ietwat dikkige meneer Ahmed, die een zware houten hutkoffer met zich meezeult. Wij slapen boven en moeten woekeren met de ruimte daar. Roken doen we in de open deuren van het balkon uit consideratie met onze reisgenoten.

Het leven in de lange afstandtrein

We stoppen onderweg vaak, ogenschijnlijk zonder enige reden. Langzaam glijden we door een monotoon landschap. Tijdens elke nieuwe stop komen er bedelaars en verkopers van fruit en drank binnenwippen. Vooral de haveloze kinderen zijn lastig. Ze houden hun hand alleen bij ons westerlingen op, de Indiërs laten ze met rust. Een jochie veegt de vloer schoon met bij elkaar gebonden takjes. Als we hem iets geven, tasten de Indiërs op hun beurt ook in hun zak. Typisch, ze willen dan toch niet achterblijven. Regelmatig houden we de koffie- en theeknechten aan. Als het duister is ingevallen is er weinig meer te doen. Al vroeg kruipen we in onze kooi. Ach, als je eenmaal je draai hebt gevonden is het daarboven zo slecht slapen nog niet. We hebben veel baat bij onze opblaasbare nekkussens! Om zeven uur komt er weer leven in de brouwerij. Iedereen gaat zich netjes wassen, alleen wij niet. Op het toilet is het gewoon een zwijnenboel. We snappen niet waarom die welopgevoede en beschaafde mensen die onhygiënische troep blijven slikken. Alleen in dure westerse hotels kom je fatsoenlijk sanitair tegen.


Terug naar begin van de pagina

Vorige Omhoog Volgende