|
Links naar
|
|
|
|
Ons Pickwick - Hotel bij het busstation |
Daar
komen we aan in het busstation dat gelegen is aan de kruising Broadway and
First Avenue, pal in het hartje van de stad dus. Als ik alvast even op
onderzoek uitga begrijp ik dat boven het station een hotel ligt. Ik bedenk me
niet lang en keer terug naar Clim. We besluiten om hier in te checken, niet
alleen vanwege de bijzonder gunstige ligging, maar ook de alleszins
schappelijke prijs van 60 dollar per kamer speelt bij die beslissing een rol.
Het personeel van dit zogeheten Pickwick Hotel is zonder uitzondering dik of
lelijk, maar ook zeer professioneel en vriendelijk. Het gebouw stamt uit het
begin van deze eeuw en bestaat uit vier aaneengesloten torens die geheel zijn
opgetrokken in ruwe baksteen. Gelukkig zijn de eenvoudige maar effectief
ingerichte kamers wel aangepast aan onze moderne tijd. De nabijgelegen deli
(afkorting van delicatessenwinkel) is in handen van een Koreaanse familie en
we bestellen er rijkelijk met roastbeef en meatloaf belegde broodjes die we
aan de overkant op een modern plein tussen de kantoorkolossen opsmikkelen.
Clim wisselt honderd dollar aan de balie en we geven er onze kostbare spullen
af om in een kluis te laten bewaren. Daarna gaan we de stad verkennen. Het
centrum is nog geen tien jaar oud; het is uit de grond gestampt in het kader
van de 'gentrification', ofwel het opknappen en presentabel maken van oude,
vervallen stadswijken.
![]() |
![]() |
We zitten al in de omgeving van de 20ste straat en belanden in een buurt van minder allooi. Volgens ons reisboek moet je hier vooral 's avonds niet alleen rondlopen. Naarmate we verder van het centrum afkomen stijgt het percentage zwarten en zwervers onrustbarend. De daklozen hier zijn tot onze verwondering voornamelijk jonge blanke mannen van rond de dertig jaar; gelukkig zijn die bedelaars, die op gesjeesde studenten lijken, niet agressief. Als we afwerend reageren op hun doorgaans beleefde verzoek om geld ("Can you spare "Can you spare a dime, bro?" of vaker, "Some change for me, please?" antwoorden ze vaak "Thanks anyway!" . We voelen ons dan ook helemaal niet bedreigd.
Bij
het station van de trolleybussen wordt de buurt weer beter. Even verderop ligt
de exclusieve jachthaven. We lopen er het Convention Centre binnen en treffen
het, want er wordt net een enorme beurs voor stripliefhebbers
gehouden.Geïnteresseerd lopen we er rond, zonder entreebadge overigens, en
bewonderen er niet alleen de kunstzinnige stripuitingen, maar ook de vele
excentriek uitgedoste stripofielen. Het publiek is er internationaal van
samenstelling; alle rassen van de wereld lopen hier broederlijk door elkaar.
Er zijn tal van aanverwante artikelen te koop, zoals T-shirts, originele
tekeningen, poppetjes en dergelijke. Er worden autogrammen uitgedeeld door
bekende
|
|
OLD SEA PORT VILLAGEEen soort attractieparkje aan de oude haven waar de oude gebouwen gebruikt worden voor restaurant en winkeltjes. |
Een
steenworp verderop ligt Sea Port Village; vroeger een echt vissersdorpje, maar
nu helemaal overgegeven aan het toerisme. De oude huizen zijn omgebouwd tot
voornamelijk souvenirwinkels (wel hele fraaie en dure) en restaurantjes. Aan
de overkant van de baai ligt het wereldberoemde Coronado-hotel en de
installaties van Amerikaanse marine. San Diego is de grootste vlootbasis van
de marine aan de kust van de Pacific Oceaan. Dertigduizend mariniers zijn hier
gelegerd, de stad draait voor een groot gedeelte op de marine. Het schijnt de
grootste militaire concentratie ter wereld te zijn. Als het meezit kun je de
kruisers en vooral de imposante vliegdekschepen door de baai zien varen. Ons
zit het
Vanavond
gaan we eten bij een Vietnamees restaurant met een Chinese keuken. Het is een
eenvoudig "all you can eat" buffet, dus we proeven alles. Hier komt
het minder kapitaalkrachtige volk, die voor 4 dollar grote hoeveelheden snel
naar binnen schrokken en soms zelfs ongegeneerd
etenswaar mee naar buiten nemen. We ouwehoeren wat met de eigenaar, een tanige
Vietnamees die er voor zijn 60 jaar veel jonger uitziet. Hij is in Saigon
politieagent geweest en voor de oprukkende Vietcong gevlucht. We wisselen
sigaretjes uit en beloven terug te komen. De rest van de avond houden we ons
op in Horton's Plaza, het modernistische winkelcentrum waar ook het mondaine
restaurant Planet Hollywood ligt. Het ziet er hier allemaal smetteloos uit met
zijn frivole pasteltinten, maar is toch naar onze smaak iets te clean. We
drinken er een grote mok vanillekoffie in een grote CD- en softwarezaak. Op De
terugweg ontdekken we een liquor store, goed voor ons dagelijkse rantsoen aan
six pack's Bud - bier (een voor ons beiden). De shop wordt gedreven door een
Arabier. Hij beweert uit Syrië te komen, maar als hij hoort dat we geen
Amerikanen zijn geeft hij ruiterlijk toe dat hij uit Irak stamt. Hij wordt dan ook ineens
een stuk vriendelijker. Amerikanen zijn tegenwoordig nogal gebeten op
landgenoten die hun roots in het Midden-Oosten hebben. (Van Joden moeten ze
doorgaans ook niet al te veel hebben, maar ja, die hebben economische en politiekegezien
wel iets meer in de melk te brokkelen ... ) Clim heeft nog steeds last van
constipatie; een week geleden was hij nog aan de diarree. Het kan verkeren. In
de hotelbar zit men zich alleen maar vol te hijsen; bovendien is er te veel
herrie en heerst er een streng rookverbod, zoals trouwens overal in de staat
Californië. We blijven daarom 's avonds op onze kamer lezen en televisie
kijken.
![]()