|
PAGINA'S
|
|
![]() |
De pampa's zijn onmetelijke vlaktes met lage struiken en dor
gras. Gaucho's
|
|
Tucuman bereiken we met de bus vanuit Cordoba. Het is voor het eerst dat een bus van ons vertraging heeft, niet voor niets zo zal later blijken. Onderweg moet de chauffeur herhaaldelijk stoppen vanwege een of ander gebrek aan zijn krakkemikkige voertuig. De meeste lange afstandsbussen in Argentinië zijn van uitstekende kwaliteit, maar deze hoort duidelijk tot een inferieure klasse. Halverwege stoppen we definitief in een onooglijk pampastadje, Ojo de Aguas geheten. De chauffeur zou de bus in een garage laten nakijken en binnen een half uur terug zijn. Na drie uur vol verveling wachten in een dor en droog oord zonder enig nieuws komt er gelukkig een andere bus van dezelfde maatschappij binnengereden. Die heeft nog plaatsen voor ons over. We zijn woedend en vrezen tevens het ergste, want we zijn zo stom geweest om onze tassen met al ons geld, cheques en paspoorten in de oude bus achter te laten. Gelukkig blijkt er niets ontvreemd te zijn als we bij onze eerste bus komen om er onze bagage op te halen. |
|
Via
het kuuroord Termas de rio Hondo en Santiago del Estero, een van de oudste
nederzettingen van Argentinië, komen we vijf uur later dan gepland in Tucuman
aan, ruim nadat de duisternis over het platte land is neergedaald. Tijdens
deze rit hebben we een goede indruk van de eindeloosheid van de pampa’s
opgedaan.
Letterlijk niéts is er te zien aan de horizon. Nederland, en dan
met name Holland, is erg plat, maar daar zie je aan de einders tenminste nog
bomen, een molen of wat boerderijen. Op de pampa’s zie je echter helemaal
niets, alleen de dunne wazige lijn van de horizon geeft een denkbeeldig einde
van de onmetelijke vlakten aan. Zelfs in woestijnen hebben we nooit een
dergelijk vlak landschap gezien. Soms is de pampa bebouwd, bijvoorbeeld met
zonnebloemvelden, maar meestal ligt hij braak en wordt hij als weidegebied
gebruikt voor de kuddes vee. In Tucuman brengt een Indiaans type (Clim noemt
hem direct al ‘chief’ ) ons naar het centrum. Deze 'chief' is een van
de weinige Argentijnen die ik echt goed heb kunnen verstaan, waarschijnlijk
omdat Spaans ook niet zijn moedertaal was. We vinden voor veertig gulden per
persoon onderdak bij hotel Astoria, vlakbij het hart van de stad dat gevormd
wordt door een geïllumineerd plein met de naam … Plaza San Martin! We
hebben de beschikking over een ruime meerpersoonskamer met vier bedden.
![]()
De
provincie waarvan San Miguel de
Tucuman (voluit) de hoofdstad is, wordt ook wel eens de Tuin van Argentinië
genoemd, want er heerst een subtropisch klimaat. De uitlopers van het
Andesgebergte houden de warme vochtige lucht uit het oosten tegen. De
hellingen zijn hier dan ook welig begroeid met ceder-, laurier– en
palmbomen. In het zuidwesten van de provincie heb je al bergen van boven de
5.000 meter.De hele provincie is half zo groot als Nederland en heeft nog
geen anderhalf miljoen inwoners. Het oostelijke gedeelte is vlak en
loopt uit in het oneindige chaco-gebied dat doorloopt tot ver in Paraguay. De
chaco is een onherbergzame vlakte met een lage, dichte begroeiing van
doornstruiken en ondoordringbaar kreupelhout.
|
|
|
FRAAIE |
REFLECTIES |
Rondom
Tucuman bevinden zich tal van grote suikerrietplantages. Op de weg er naar toe
komen we langs een suikerraffinaderij die de grootste van het land is. Als we
in de verte de lichtjes zien branden denken we eerst dat het een kleine stad
is, maar het blijkt een uitgebreid fabriekscomplex. De Jezuïeten hebben de
suikerrietteelt hier geïntroduceerd. In dit gebied woonden tijdens de
kolonisatie de meer ontwikkelde Indiaanse volkeren, dat wil zeggen de stammen
die sedentair leefden in vaste nederzettingen en huizen van adobe en soms van
steen bouwden. De bekendste periode is de Cultura Candelaria die tussen 400 en
600 na Christus in dit gebied heerste. Een ander inheems volk maakte enkele
eeuwen later ingewikkelde menhirs, ook wel dolmen genoemd. De beroemdste
nederzetting is echter Quilmes dat uit de tiende eeuw dateert. We zullen aan
die archeologische opgravingen een bezoek brengen tijdens een dagexcursie
vanuit Tucuman. Verder begint in deze streek ook de druiventeelt en de
wijnverbouw. Nog zuidelijker gelegen, in de provincie Rioja en San Juan,
liggen de beste wijngebieden. Je verwacht zo iets niet in Argentinië , maar
de weercondities, klimatologische omstandigheden en bodemgesteldheid zijn van
dien aard dat de verbouw van druiven zich goed loont. De kwaliteit ervan
schijnt helemaal niet slecht te zijn. Aan de andere kant van de Andes, in
Chili, is de wijnindustrie aan een opmars begonnen die zelfs de franse
hegemonie gaat bedreigen. Trouwens, de wijnen van het zuidelijk halfrond zijn
toch al in trek het laatste decennium, denk maar aan de wijnsoorten uit de
Barossa-vallei in Australië en de Kaapse wijnen uit Zuid-Afrika die allebei
een goede naam hebben.
![]() |
![]() |
Tucuman
is een grote stad met 400.000 inwoners. Zij werd in 1565 door de Spanjaarden
gesticht als verbindingspunt tussen Cordoba en Santa Fe enerzijds en Bolivia
en Peru anderzijds. In 1816 werd er de Argentijnse onafhankelijkheid
uitgeroepen. Held van deze bevrijdingsoorlog was generaal Belgrano die overal
in Argentinië op zijn paard op een sokkel staat te prijken, vaak staat een
standbeeld van zijn vriend en metgezel San Martin in de nabijheid. In deze
contreien begon in de jaren zestig en zeventig van deze eeuw ook het gewapende
verzet tegen de Argentijnse militaire junta. Deze rebelse subversievelingen
werden “monteneros”(bergbewoners) gedoopt. Bij de bevolking zie je al wat
meer Indiaanse trekken te voorschijn komen. Vanwege het klimaat zijn hierheen
ook veel Arabische emigranten heengetrokken, met name uit Syrië, de zgn. “Turcos”.
![]()
Het interessantste deel van
de stad ligt rondom Plaza de Independencia, waar mooie herenhuizen in Franse
stijl staan, maar ook de basiliek en het massieve Casa de Gobierno liggen aan
dit fraaie plein. Elke avond rond tien uur roken we hier een sigaret op een
smeedijzeren bankje, waarna we gekoelde flessen bier inslaan en ons naar de
kamer begeven.
De
Franse stadsontwerper Carlos Thays heeft aan het begin van deze eeuw ook in
déze stad zijn best gedaan om een lommerrijk en gevarieerd park te ontwerpen
. We brengen er een hele middag door, want er is genoeg te zien. Daar worden ook
polowedstrijden gehouden, dat is een balsport met paarden die enorm populair
is in Argentinië, net zo als in Engeland en India en Pakistan trouwens. Een
tiental voetbalscheidsrechters van middelbare leeftijd moet er een
conditietest ondergaan, zo te zien de Cooper-test. Er bevinden zich
musea en andere bezienswaardigheden in het park. Door het hele park
verspreid staan tientallen replica’s van bekende klassieke Griekse beelden.
Een hele tijd liggen we geamuseerd toe te kijken hoe een compagnie
kaalgeschoren militairen door de strenge instructeurs (“drillmasters”)
worden afgepeigerd en afgebekt. Onder de soldaten doet ook een tiental vrouwen
dapper mee, hetgeen ons in dit macho land nogal verbaast.

|
|
|
Het plein vóór de onlusten.... |
...en tijdens de rellen en protesten. |
Halsoverkop moesten we toen de taxi uit om te voet, zwoegend met onze bagage, zeven blokken verder nog net op tijd te komen voor de bus. Trouwens, ook in de andere grote steden van het noordwesten is het onrustig. Zowel in Salta als in Jujuy treffen we regelmatig groepen ontevreden burgers, boeren en, alweer, ambtenaren aan die zich roeren tegen onpopulaire bezuinigingsmaatregelen, stijgende prijzen, stagnerende lonen of gewoon een slecht economisch klimaat. Het gaat helemaal niet zo goed met Argentinië, vooral de gewone man voelt dat dagelijks in zijn beurs. De meer welgestelde middenklasse gaat nog steeds gewoon met vakantie naar de Unites States (hoewel, minder vaak) en de steenrijke bovenlaag heeft nergens last van. Hier op het platteland valt ook weer op dat er meer bedelaars op straat lopen. Het zijn veelal zigeunerachtige typen, maar de meeste zijn gewoon van Indiaansen bloede en proberen sjofel gekleed met zielig kijkende kindertjes met snotneuzen een centje bij te verdienen.
![]()