|
PAGINA'S
|
|
|
|
|
Daar is het erg rustig, de drommen families begeven zich voornamelijk naar de dierentuin, die gaan we dus beslist niet achterna. In het winterseizoen zijn de bomen en planten niet zo erg spectaculair. Het park is een ontwerp uit 1890 van de beroemde Franse landschapsarchitect Carlos Thays die zo veel parken in Argentinië ontworpen heeft. De meeste mensen zitten er gewoon te genieten. Er staat een soort kasteeltje, er zijn kassen en veel nepklassieke standbeelden fleuren het geheel op. We haasten ons zeker niet. Na de tuin slenteren we de brede verkeersader Avenida del Libertador af, waar op de kruispunten en rotondes bijzonder bombastische standbeelden staan. We komen daar als toevallig bij de jaarlijkse tentoonstelling van Argentinië’s trots uit: de landbouw– en veeteeltexpositie terecht. We hebben te weinig contante peso's bij ons, maar bij de entree weigeren ze onze Amerikaanse dollars die per slot van rekening even veel waard zijn. Een politieagent verwijst ons naar een wisselkantoortje binnen het terrein. Clim wisselt er tegen een nogal ongunstige koers. Een groot deel van de middag brengen we hier door.
Tegen onze verwachting in
(gezien de hoge entreeprijs van vijftien gulden!) loopt het hier storm. Het
volk vergaapt zich aan de modernste landbouwmachines die ik als leraar aan
onder andere de
afdeling Landbouwmechanisatietechniek met meer dan gewone belangstelling
bekijk. In de buurt staat nog een Formule 1 – racewagen van Michael
Schumacher, gesponsord door Marlboro.
|
|
|
Ook
de levende have zoals koeien, geiten, schapen, kolossale zeugen, pluimvee,
pauwen, nertsen en vooral de paarden ontlokken veel bewondering bij het
toegestroomde stadsvolk. De meeste mensen zijn echter gekomen voor de show in
het stadionnetje op het middenterrein.
Wij vinden aan deze gauchoshow niets
aan. We hadden op een soort rodeo met spectaculair stuntwerk gehoopt, maar de
gaucho’s blijken grijzende heren te zijn die hun paardjes mooi laten draven.
Ook de amazones zijn niet zo aantrekkelijk als bijvoorbeeld in Andalusië,
maar het volk reageert razend enthousiast over hun verrichtingen. Rond
lunchtijd verdringen zich lange rijen voor de eet– en
drinkstalletjes. Om half vier lopen we verder naar enkele andere parken in de
buurt waar het minder hectisch is. Met name het Rosegarden-park met
roeivijvers en paviljoentjes en een fraaie brug
over het water is aantrekkelijk. Er worden fietsen verhuurd,
rollerskaters van alle leeftijden glijden voorbij en een leuke drumband –
een soort ‘zaat hermenieke’ – trekt veel toeschouwers met
een beweeglijke en meeslepende act. Het weer blijft de hele dag
lenteachtig. Alleen tegen het vallen van de avond voel je het snel kil worden
en is een dunne trui of jasje geen luxe. Die hebben we dan ook bij ons. We
springen op een bus en om zes uur zijn we terug in ons hotel voor een warme
douche. Later blijkt onze favoriete Chinees failliet te zijn…
|
|
|
![]()
Buenos Aires
heeft vanouds een enorm uitgestrekte haven, plaats zat immers aan de
brede Rio de la Plata. Vroeger lagen de dokken, de veems, de opslagruimtes en
dergelijke vlak bij het centrum en bij de ongure zeemanswijk La Boca, maar
tegenwoordig is al de maritieme activiteit verplaatst naar minder drukke
plaatsen verderop langs de rivier. We komen bij de haven door de oude
goederenspoorlijn, die dwars door de stad loopt, over te steken. Het weer is
guur en er staat een kille wind. De oude gebouwen rond de dokken zijn prachtig
gerenoveerd tot luxueuze
appartementsgebouwen of bieden op de begane grond plaats aan exclusieve
restaurants, grand cafés en boetiekjes. In het weekend flaneren de
welgestelde Porteńos hier, waarna ze uitgebreid gaan lunchen of souperen. Wij
daarentegen nemen genoegen met een broodje bij de enige kiosk die open nu is.
De promenades langs de voormalige dokken worden hier Dique genoemd,
taalverwant met ons Nederlandse woord ‘dijk’. We beperken ons tot Dique
nr. 2, waar de fraaiste restauratie heeft plaatsgevonden.
|
|
|
Aan
die Dique liggen twee mooie zeiljachten. Het ene is de authentieke boor
waarmee Otto Nordenskold in 1903 naar de zuidpool voer; het andere is de SS
Sarmiento, een gewezen opleidingsschip uit 1898 voor de Argentijnse marine.
Deze laatste driemaster gaan we bezoeken. Veel beters hebben we niet te doen
gezien de weersomstandigheden, dus we nemen er ruimschoots de tijd voor. Het
schip is zo veel mogelijk in oorspronkelijke staat bewaard, maar wel goed
onderhouden natuurlijk. We verbazen ons over het gebrek aan ruimte waarmee de
manschappen destijds te kampen hadden. De mens was indertijd weliswaar een
halve kop kleiner, maar toch. Privacy is tijdens de lange zeereizen al
helemaal ver te zoeken. Alleen de hoge officieren konden er genieten van enig
comfort. Clim stelt veel belang in de machinekamers die stammen uit de
hoogtijdagen van de stoomtijdperk. Gezeild werd er alleen om de rekruten te
laten oefenen, als de omstandigheden ideaal waren en er tijd genoeg was. We
zetten onze wandeling voort, ondanks de dreigende luchten en de loodgrijze
wolken. Na verloop van tijd zijn we ondanks onze paraplu’s toch nog doornat
geworden. Tenslotte komen we enkele kilometers verderop uit bij het plein van
San Martin. Velen vinden de beeldengroep aldaar bombastisch en pathetisch,
maar wij vinden hem mooi, ook al druipt het van eng nationalisme. Voor het
eerst duiken we de metro van Buenos Aires in. Het is een van de meest
gemakkelijk te gebruiken subways van de wereld, ook al omdat hij niet zo veel
lijnen heeft.
|
|
![]() |