|
PAGINA'S
|
|
|
|
|
|
|
DE ARGENTIJNSE TANGOEen
tangoshow hebben Clim en ik er niet bezocht; wel hebben we enkele uren al
slenterend in de wijk doorgebracht. In feite rest er nog maar een klein
straatje dat echt interessant is, namelijk El Camenito. We waren er al vroeg
met de stadsbus heen gegaan, dus we hoefden ons nog niet door de
toeristenmassa’s heen te wurmen. Alle huizen van dit straatje zijn van
golvend plaatijzer of van hout. De schilder Quinquela Martin veranderde het
eens zo grauwe straatje in een van de kleurrijkste van geheel Zuid-Amerika.
Hij gebruikte hiervoor de kleuren Toscaans geel, terracotta rood en
mediterraan blauw. Zijn opdracht was voltooid toen er ook nog wat standbeelden
(replica’s van Griekse godheden), muurschilderingen en reliëfs bijkwamen.
Er kwam een kunstmarkt en het Place du Tertre van Buenos Aires was een feit.
Laat nu de bezoekers maar komen. Wij dus ook en inderdaad, we maken er veel
foto’s. Clim ontfermt zich over de twee treurige muzikanten die
melancholieke tango’s ten gehore brengen. Jos zorgt ervoor dat de fleurige
architectuur op beeld wordt vastgelegd. We struinen nog wat rond in een van de
vele souvenirshops en gaan de rest van de wijk verkennen. |
| Aanvankelijk
kunnen we nergens een plek vinden om koffie te drinken. We zoeken tevergeefs
op Garibaldi (een straat, dat zegt men er hier nooit bij), waar de spoorrails
nog over het verwaarloosde wegdek lopen. Met zijn verveloze huizen van
golfplaat en verweerd hout is deze straat meer karakteristiek voor de wijk dan
het excentrieke Camenito. De bewoners hangen maar wat rond en zien er
onverzorgd en nogal misdadig uit. Uiteindelijk krijgen we koffie in een kroeg
aan een plein waar volgens de barman de geniale voetballer Maradona heeft
leren voetballen. Als bewijs heeft hij de identiteitskaart van Diego
uitvergroot achter de tapkast hangen. Maradona is een telg uit deze sociaal
achtergebleven wijk. De eeuwig volksjongen (onberekenbaar en als mens
onuitstaanbaar) werd als jeugdig talent ontdekt bij de plaatselijke
voetbalclub Boca Juniors. Verder is de wijk niet bijzonder interessant: veel
sombere opslagplaatsen en vervallen woningen. |
|
Het
schijnt dat er nog steeds een groot aantal bordelen en nachtclubs ligt, maar
die hebben wij dan niet gezien. Overdag vallen die trouwens ook niet zo op. In
de haven ligt een aantal scheepswrakken die ze niet hebben geborgen. Blijkbaar
wordt de haven niet meer zo intensief gebruikt dat deze half boven het
olieachtige water uitstekende karkassen in de weg liggen. Verder valt de
zware, behoorlijk verroeste ijzeren brug op die naar een schiereilandje aan de
andere kant van de haven leidt. Enigszins teleurgesteld houden we het voor
gezien en gaan we op weg naar een wijk een kilometer noordelijker gelegen, San
Telmo.
![]()
|
|
ANTIEK INSAN
TELMO
|
|
De
geschiedkundigen beweren dat de Spanjaard Pedro de Mendoza
1537 hier in San Telmo voor het eerst voet op Argentijnse bodem zette. De
Jezuïeten vestigden zich er en stichtten er enkele kerken en kloosters. In
een van die oude kloosters heeft men onlangs nog eeuwenoude onderaardse
vluchtgangen ontdekt, maar helaas konden we die niet bezichtigen.
In de vorige eeuw waren de bewoners voornamelijk vissers, dokwerkers,
touwslagers en zwarte slaven. Die laatste groep vormde zelfs een/derde van de
lokale bevolking, maar tegenwoordig vindt men er geen spoor meer van terug.
“Wij hebben geen zwarten in ons land!”, zegt de rechtgeaarde Argentijn vol
trots. Naderhand gingen ook de rijke handelaren en landeigenaren zich hier
metterwoon vestigen en bouwden ze schitterende herenhuizen. De armen woonden
in simpele lemen hutten. Daarvan is natuurlijk niets meer overgebleven.
Wijk van emigrantenIn 1871 brak echter de gele koorts uit en deze epidemie vaagde een groot gedeelte van de bevolking weg. De rijken trokken halsoverkop naar gezonder oorden in het noorden van de stad (zo zijn bijvoorbeeld Retiro en Recoleta gegroeid). Na de koorts stroomden nieuwe emigranten toe, vooral uit Italië en Oost-Europa. Ze namen de herenhuizen over en verdeelden die in kleinere wooneenheden, waardoor de zogenaamde “conventillos” ontstonden. Eenzelfde proces vond trouwens ook in Rusland plaats; nadat de communisten er de tsaar hadden verdreven werd privé-bezit verboden en werden er communes van de statige herenhuizen in Moskou en Sint Petersburg gemaakt. Die werden daar “kommunelkas” genaamd. In de jaren zeventig heeft men de waarde van die historische gebouwen ingezien en is men gestart met een renovatieprogramma. Antiquairs, tangobars en restaurants verschenen er en het eens als verloren beschouwde San Telmo werd weer een aantrekkelijk wijk om te wonen of om er op zijn minst in te wandelen of uit te gaan. |
![]() |
We
benaderen de wijk vanuit het zuiden, komend van La Boca. Het eerste centrale
punt is Parque Lezama, waar we enkele dagen eerder het Nationaal Historisch
Museum hebben bezocht. Het park is hoger gelegen en is historisch van belang.
Ooit lag hier de slavenmarkt; verder werden op deze plek de Engelsen voor het
eerst verpletterend verslagen in het begin van de 19de eeuw. Het
wordt opgesierd met klassieke beelden en kruiken die mooi passen onder
de hoge palmbomen. Ook ligt er een amfitheater, recht tegenover een
Russisch-orthodoxe kerk met vijf uivormige torens aan de andere kant van de
straat. Er is net een kunstmarkt aan de gang als we er doorheen lopen. Via
Brazil lopen we verder het hart van de wijk binnen. De antiekwinkels liggen
hier zij aan zij. Een ervan lopen we binnen. We worden er hartelijk ontvangen,
helemaal niet opdringerig. De winkelier spreekt zowaar een woordje Engels, een
eigenschap die in Zuid-Amerika slechts zelden voorkomt. We kijken onze ogen
uit aan al die fenomenale kunstvoorwerpen die hier letterlijk staan en liggen
opgestapeld. Menig museum zou trots op zo’n verzameling zijn. In vitrines
liggen meesterwerken van goud– en zilversmeden te pronken. Diep onder de
indruk bereiken we het centrale plein, Plaza Dorrego.
Het
is een mooi plein, waar het in het weekend druk is vol feestvierende en etende
Porteños die onbezorgd de terrassen bevolken. Het is niet zo groot en heeft
veel groen, maar daar merken we nu in de winter weinig van. In de buurt
bezoeken we nog een kerk (Nuestra Señora de Belen), een mix tussen rococo en
barok, daterend uit 1750, een van de oudste kerken van Buenos Aires Ook
bekijken we enkele galerieën en mooie herenhuizen. Veel kunstenaars hebben
zich hier gevestigd; ze proberen van al die toeristen een graantje mee te
pikken. Andere bezienswaardigheden: een bakstenen Deense kerk, een imposant
neogotisch gebouw met atlantenfiguren, standbeelden, kerken.
![]()
Wat
onderdak betreft hadden we het goed bekeken. Via internet en de atlas van
Wolters-Noordhoff op CD-rom waren we er achter gekomen waar de goedkopere
hotels in het centrum gesitueerd waren. Toen we uit de bus vanaf het vliegveld
stapten, hadden we na twee pogingen al snel prijs bij het koloniale hotel
Sportsman in de buurt van de Plaza de Congreso en de verkeersader Avenido de
Mayo. Weliswaar ietwat onderkomen en sober ingericht, maar heel goedkoop: 25
gulden per persoon. Met het weer hadden we het minder goed getroffen; vrijwel
de hele dag regende het de eerste dagen of was het grauw, guur en winderig. Na
een week hadden we nog niet eens een enkel fotorolletjes volgeschoten, dat
zegt wel genoeg over de weersomstandigheden. Desondanks gingen we overdag op
pad, waarbij onze paraplu’s onze goede diensten verleenden. ‘s Avonds
bleven we meestal op onze kille hotelkamer liggen lezen, gelukkig was daarvoor
genoeg licht.
|
|
|
Het schitterende Barolo-gebouw |
Ons hotel Chile in het centrum |
Het
beroemdste plein van Buenos Aires is Plaza de Mayo, genoemd naar de datum
waarop de eerste regering van Argentinië op 25 mei 1810 werd geïnstalleerd.
Het is een groot plein met palmbomen, grasperken, fonteintjes, standbeelden en
vergulde lantaarnpalen. Midden op het plein staat de Piramide de Mayo, een
kleine obelisk met bovenop het standbeeld van de godin Bellona. Het bekendste
gebouw aan het plein is het Casa Dorada uit 1870, oorspronkelijk het
hoofdkantoor van de posterijen, momenteel echter in gebruik als presidentieel
paleis. Carlos Menem, de huidige president, komt er dus regelmatig, hoewel
hijzelf met zijn gezin elders in een luxueuze villa woont. Na twaalf jaar moet
Menem dit jaar constitutioneel aftreden, wat hij met zichtbare tegenzin doet.
Hij lijdt net als zo veel van zijn voorgangers van militaire snit aan een
onmiskenbaar Argentijns trekje, namelijk machtswellust. Overigens, gewone
mannelijke wellust is deze immigrantenzoon uit een Libanese familie zeker niet
vreemd. In het openbaar pocht hij over zijn seksuele veroveringen. Eigenaardig
genoeg wordt dit haantjesgedrag hem door het volk en de media nauwelijks
kwalijk genomen. In een machocultuur hoort dat er bij, het valt niet eens op.
Verder ligt aan het plein het Cabildo, het voormalige koloniale stadhuis van Buenos Aires uit de achttiende eeuw. Aan de overkant staat de in onze ogen wel zeer vreemde kathedraal Metropolitana. Aanvankelijk konden we nergens een kerk ontdekken, totdat we langs een neo-classicistische tempel kwamen en er een blik naar binnen wierpen. Geen twijfel mogelijk, dit moest wel de kathedraal zijn. Van binnen was hij trouwens ook niet zo bijzonder interessant. Wel ligt de grootste Argentijnse volksheld, de bevrijder generaal San Martin (een maatje van Simon Bolivar) hier begraven. Op deze plek komen ook veel van de belangrijkste boulevards van de stad bijeen.
|
De
stad is namelijk gebouwd met de plattegrond
van Parijs na de renovatie door Hausmann in het achterhoofd. De Avenido de
Mayo is daar een voorbeeld van. Het is een brede avenue omgeven door pompeuze
gebouwen met erkers, smeedijzeren traliewerk, koepeltjes en torentjes. De
trottoirs zijn breed, er liggen dure winkels en theaters, maar dat kon ons
niet aan de indruk onttrekken dat hier sprake was van vergane glorie waar de
tijd is stil blijven staan. Het sociale en culturele centrum van de stad heeft
zich naar elders verplaatst. Toch liggen er nog pareltjes van gebouwen waarvan
je kunt genieten. La Prensa bijvoorbeeld met een façade vol ornamenten en
bronzen beelden. Café Tortoni , een art nouveau cafetaria waar in de
bruisende jaren dertig de intellectuelen en schrijvers hun domicilie hadden.
Namen? Garcia Lorca, Josephine Baker, Pablo Neruda, Ortega y Gasset, Eric
Satie, Jorge Luis Borges. De virtuoze Carlos Gardel speelde, danste en zong er
zijn melancholieke tangoliederen. Ook verschillende hotels uit de Belle Epoque
liggen aan deze brede avenue. In één ervan, hotel Chile, zouden we bij onze
terugkeer uit het binnenland onze intrek nemen. Een kamer kostte er slechts
vijftig US dollar.
|
|
|
|
|
De
Avenida de Mayo komt uit bij de Plaza de Congreso, maar eerst komen we nog
langs het zarzuela-theater Teatro Avenida en het mooiste gebouw van de avenue,
Edificio Barolo. Het is hier in 1922 door een Italiaan neergezet en heeft een
prachtig afgewerkte voorgevel vol erkers en balkonnetjes en een mooie toren
van 103 meter hoog. Het ligt vlakbij ons hotel Chile. Ook de immense galerij
binnen is indrukwekkend met zijn bronzen liftdeuren en granito afwerking. Een
andere bezienswaardigheid in de buurt is het café Los 36 Billares dat uit
1882 stamt. Het zit vol mannen en inderdaad, het telt 36 biljarttafels. We
bekijken er de voetbalwedstrijd Valencia – Barcelona om de Spaanse Supercup.
De cliëntèle is op de hand van Valencia, want in dat team spelen twee
Argentijnen. Het “Nederlandse” Barcelona van Louis van Gaal verliest,
enigszins tot ons plezier, want wij mogen die arrogante man niet. Het
etablissement hoort toe aan Eduardo Berardi, een biljartvirtuoos uit de jaren
zeventig, ooit gevreesd tegenstander van de Belg Raymond Ceulemans. We kennen
deze buurt inmiddels goed. We eten hier vaak en slaan er bij de kiosken
![]() |
![]() |
Het plein onderscheidt zich door pompeuze beelden en imposante fonteinen. Natuurlijk liggen er parkeergarages onder, onontbeerlijk in een autostad als Buenos Aires. Aan het begin staat een replica van de Denker van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin. Aan de andere kant staat het enorme parlementsgebouw, het Congreso Nacional. De Italiaanse architect heeft zich hier laten inspireren door het symbool van vrijheid en democratie, het Capitool in Washington en het roomse symbool van de Sint Pieter in Rome. Het werd in 1906 geopend en de Senaat en de Tweede Kamer zetelen er. Met enkele andere Europese toeristen (Fransen en Schotten) krijgen we er een gratis rondleiding van een half uur. De Salon Azul, de bibliotheek en ook de tweede kamer (een soort arena van zestig meter hoog) vinden we wel interessant. Er worden tevens exposities gehouden.
![]() |
![]() |
![]() |
Enkele
dwarsstraten verderop ligt nog een interessante avenue (of boulevard, wat is
het verschil eigenlijk?): de Avenida de Corrientes. Deze wijk wordt ook wel
het Broadway van Buenos Aires genoemd vanwege de talloze theaters, revues,
cabarets en bioscopen die er liggen. Ook alle keukens van de wereld zijn er
vertegenwoordigd. Tussen Corrientes en ons hotel ligt nog een modern
winkelcentrumpje, La Plaza genaamd. Dit Plaza moet herinneringen opwekken aan het
Parijse Monmartre; naar onze mening zijn ze daar goed in geslaagd, hoewel het
nogal nieuw aandoet natuurlijk. De kunstenaars hebben een stempel op de wijk
gedrukt. Bij het cultureel centrum San Martin (erg creatief in het verzinnen
van namen zijn ze hier niet…) staan buiten prachtige moderne
beeldhouwwerken. In de vele
cafeetjes houden zich tot diep in de nacht schrijvers op, nippend aan hun
koffie (die erg goed is in Argentinië, maar ook navenant duur: f 4,50 per kop…)
en de wereldproblematiek bediscussiërend. Sommige van die cafés dienen
tevens als boekhandel. We kopen er reisgidsen en atlassen van het land, in de
aanbieding natuurlijk.
![]()