PAGINA'S

BUENOS  AIRES
LA  BOCA
PALERMO
RECOLETA
LA  PLATA
CORDOBA
BELGRANO
TUCUMAN
TAFI  DEL  VALLE
SALTA
ANDES
JUJUY

 

HOMEPAGE
JOS & CLIM

 

CORDOBA

LA  DOCTA

Cordoba is met zijn 1,2  miljoen inwoners na Buenos Aires de grootste stad van Argentinië. Ze wordt ook wel de “grote zuster” (van Buenos Aires) of “la Docta” (vanwege de gerenommeerde universiteit) genoemd. De stad ligt ruim zevenhonderd kilometer ten noordwesten van Buenos Aires . Het is een van de belangrijkste industriesteden van het land en verder ook toonaangevend op cultureel gebied. De stad werd in 1573 door de Jezuïeten gesticht. Snel daarna werd dit gedeelte van het land een belangrijke regio. Eeuwenlang heeft Cordoba zich verzet tegen de overheersing van Buenos Aires . Toen op het einde van de eeuw de grote immigrantenstroom uit Europa op gang kwam, groeide de stad uit tot een enorm industrieel centrum, ook omdat ze door  nieuwe treinverbindingen veel beter en sneller bereikbaar werd. In de jaren veertig en vijftig vestigde zich de auto– en luchtvaartindustrie zich in en om Córdoba , waardoor de strijd om de tweede stad van Argentinië met concurrent Rosario definitief gewonnen werd. In de jaren zestig en zeventig kende men in Cordoba ongekend heftige rellen die in gang waren gezet door arbeiders– en vooral studentenrevoltes. De onrust werd bloedig onderdrukt, zeker door het gewelddadige regime van generaal Videla en consorten. Sinds de militaire overheersers naar de kazerne terug zijn gestuurd ontwikkelt de stad zich weer opnieuw tot een cultureel centrum van formaat. We zijn van plan iets langer in deze mooie, historisch rijke stad te blijven en wel drie dagen minstens.

CORDOBA,  ZEER DE MOEITE WAARD

We komen er ‘s morgens in alle vroegte aan. We hebben een 22 uur lange busreis vanuit Paraguay achter de rug en vooral Clim is dat niet in zijn koude kleren gaan zitten. Rondom het moderne en indrukwekkende busstation zoeken we vrij lang naar we een acceptabel hotel. Zevenmaal klop ik vergeefs aan bij een hotel of pension. We moeten uitwijken naar een iets duurdere range, zodat we in het drie sterrenhotel Ritz terecht komen. De kamer is klein en bedompt en kost ons $55 (zeg maar 60 gulden per persoon), maar is wel prima verzorgd en er zit alles op en aan. We halen tot twaalf uur onze slaapachterstand enigszins in, waarna we op pad gaan om de koloniale binnenstad te verkennen. Urenlang dwalen we door de historische straten en bezoeken kerken en musea, zitten te niksen in parken en op pleinen. Het weer is heerlijk zonnig en nodigt uit om lange wandelingen te maken. Bij het tourist office hebben we kaarten en ander informatiemateriaal weten te bemachtigen. We worden er zelfs te woord gestaan  in het Engels, uitzonderlijk in Argentinië! Ik koop een Argentijnse vlag bij een nationalistische demonstratie. De vlag is bestemd voor een Internetmaatje uit Haarlem die aan vexilliologie (vlaggenkunde) doet.

In een open park tussen de woonwijken met moderne hoogbouw bekijken we het jeugdvoetbal, maar ontdekken er geen nieuwe Maradona’s tussen. Clim laat zijn dierbare pet op het parkbankje liggen. Als hij na enkele minuten merkt dat zijn hoofddeksel verdwenen is, spoedt hij zich terug naar het bankje, maar de pet is en blijft weg. Even later ontdekt ook nog eens dat hij in Ascunsión vergeten is de hotelsleutel af te geven, die heeft hij nog steeds in zijn zak. Ook komt nu zijn laatste blunder aan het licht: hij heeft nog een groot bedrag aan Paraguayse guarani’s in zijn beurs zitten. We besluiten de sleutel vanavond nog te posten en het geld als goedmakertje voor onze vergeetachtigheid bij te sluiten. Na enige taalkundige aanloopproblemen met de juffrouw in het piepkleine postkantoortje en wordt de sleutel teruggestuurd naar Paraguay. De juffrouw vindt ons zo aardig dat ze ons ansichtkaarten cadeau doet. Ik informeer naar de prijzen voor postzegels naar Nederland. Omgerekend drie gulden vijftig moeten die kosten, een ongehoord hoog bedrag voor een simpele kaart. Die kaarten zijn hier trouwens ook schandalig duur, gemiddeld ligt de prijs ervan op twee gulden.

De wijk waarin we logeren ligt pal naast het historisch centrum. Het Plaza Mayor daar is inmiddels omgedoopt tot, heel origineel, Plaza San Martin met in het midden uiteraard een imposant standbeeld van de onvergetelijke held. Daar ligt ook de kathedraal van 1697. Grotendeels in barokke stijl is het interieur uitgevoerd; we vinden het een van de mooiste kerken die we tot nu toe hebben gezien in Argentinië , trouwens ook in de rest van Zuid-Amerika. De plafonds met name blinken uit door een overdaad aan versieringen. Hier en daar bespeur je nog de Indiaanse invloed van de ambachtslieden. Rechts van deze kerk ligt het Cabildo, het oude stadhuis dat een eeuw ouder is. Het is van typische koloniale architectuur, ronde bogen met meerdere patio's en trappen naar de eerste verdiepingen, balustrades en colonnades. Het gebouw heeft nu allerlei openbare functies. Als wij er zijn wordt er net een expositie over tuinbloemen gehouden. De lantaarns in de galerij zijn van mooi degelijk smeedwerk. Het tourist office is hier ook gevestigd.

 

 

 

Een stuk verderop liggen de robuuste gebouwen van de universiteit en diverse kloosters met bijbehorende kerken. We herkennen deze architectuur uit het koloniale Mexico dat we een jaar eerder hebben bezocht.  We noemen hier alleen maar de Iglesia de la Compania de Jezus en het Colegio Nacional de Monserrat. Het Teatro San Martin is omgebouwd tot een cultureel centrum met moderne beelden er voor. We vinden dit niet zo geslaagd. Sfeervol zijn wel de kades van de riviertjes die door de stad lopen. In het regenseizoen hebben die in het verleden vaker de stad overstroomd. We volgen een lange avenue zuidwaarts en komen zo bij de Plaza de España.

Daar voeren we een lang gesprek in het Engels (en andere talen) met een alleenstaande lerares die duidelijk verlegen zit om een praatje. Deze Maria wil haar Engels oefenen, beweert ze, maar wij denken dat zij zich gewoon eenzaam voelt en onder dit mom contact zoekt. Via het Parque Sarmiento, een zeer uitgestrekt stadspark, geraken we weer bij ons hotel. Bij het station kopen we kaartjes voor een busrit naar het rustieke  plaatsje Belgrano voor de volgende dag.

Twee dagen later brengen we praktisch een hele zonnige zondag door in het Sarmiento-park. Er is geen wolkje aan de hemel te bekennen. Er wordt gevoetbald, gefietst, gewandeld en gerollerskated. Het is een park zoals er vele zijn in Argentinië, dus inclusief vijvers met eilandjes, een openluchttheater, veel verschillende soorten bomen, open grasvlakten, met veel reliëf en nog meer standbeelden en monumenten, onder andere van de dichter Dante dat geschonken is door de zeer omvangrijke Italiaanse gemeenschap van de stad. Het wordt een rustige dag, waarop we tegen de avond nog naar het centrum gaan om er de crypten van de Jezuïeten te bezoeken, maar die blijken nog steeds gesloten te zijn. Die avond proeven we voor het eerst het Braziliaanse bier van het merk Brahma. Het smaakt ons best, maar zelfs dit is geen argument om Clim  over te halen om in Brazilië eens op vakantie te gaan. Poeplink, vindt hij het daar, allemaal tuig en geteisem, niet te vertrouwen dat volk. Maar dat zei hij aanvankelijk ook over het staatje Paraguay. Rovershol, smokkelaarnest, malafide drugsbaronnen. Maar wie wilde uiteindelijk toch naar Paraguay? Juist ja, Clim ….

Vorige Omhoog Volgende