PAGINA'S

BUENOS  AIRES
LA  BOCA
PALERMO
RECOLETA
LA  PLATA
CORDOBA
BELGRANO
TUCUMAN
TAFI  DEL  VALLE
SALTA
ANDES
JUJUY

 

HOMEPAGE
JOS & CLIM

 

BELGRANO

 BELGRANO:  DUITS DORP

Vanuit Cordoba kun je in alle richtingen excursies maken.  De stad wordt aan drie kanten omgeven door een middengebergte, terwijl  aan de oostelijke kant de uitgestrekte pampa’s beginnen, hier en daar onderbroken door meren. Een van de bekendste is het Mar Chiquita, waar grote kolonies flamingo’s huizen.  Wij zelf kiezen voor het zuiden in de richting van Alta Gracia en La Cumbricita. We nemen de bus naar een vredig “Beiers”dorp op ongeveer 60 kilometer afstand, Belgrano geheten. In de jaren veertig werd  voor de kust van Montevideo de Graf Spee, een Duitse pantserkruiser, door de geallieerden opgebracht. De Duitse bemanning kreeg politiek asiel in Argentinië, dat in de oorlog neutraal was. Jarenlang bracht de bemanning door in het dorpje Belgrano. Vele ervan gingen na de oorlog niet meer terug en kozen voor  een toekomst in Argentinië. Hun kinderen en kleinkinderen houden de Duitse tradities hoog, ook al zijn ze allen vrijwel geïntegreerd in de plaatselijke bevolking en spreken ze geen Duits meer. Invloeden uit Beieren, Tirol en Zwitserland zijn hier duidelijk herkenbaar aan de uithangborden, persoonsnamen, producten, huizen en traditionele feesten. Het Oktoberfest, een zuipfeest bij uitstek in Műnchen, wordt ook hier uiterst enthousiast gevierd met bierpullen, volksdansen in Lederhosen, hoempapa muziek en Weisswurst mit Sauerkraut. Het trekt tienduizenden bezoekers uit het gehele land! Verder wordt er Karnaval gevierd, zijn er Wiener Tage en wordt er in juli het Chocolade Alpenfest georganiseerd, een evenement dat we net missen.

In juli is het er winter en ligt er wel eens sneeuw. We arriveren er niet veel later, maar het weer is uitstekend en van winterse toestanden is geen sprake. We talmen niet lang als we bij het busstation gaucho’s zien staan die paardritjes aanbieden. Een uur lang zitten we te paard onder begeleiding van een jonge kerel die Yanqui heet. We stappen op ons gemak door de dreven aan de rand van het stadje. Af en toe worden onze paarden belaagd door blaffende honden, maar die bijten niet. We hebben onze beesten nauwelijks in de hand, ze zijn onwillig en luisteren niet naar onze commando’s. Bovendien kunnen we het Spaans van Yanqui niet verstaan.Later krijg ik mijn rijdier toch aan het draven; als je hem bewerkt met een zweepje en de sporen diep in zijn flanken drukt wil hij wel eens gaan rennen. Maar ja, toen was ons uur voorbij. Een regelrechte afgang, daar zijn we het allebei over eens. Wat zullen die doorgewinterde gauchotypes ons met ons komische gestuntel achteraf uitgelachen hebben! We hebben op vakantie al eerder paardgereden, maar zo onhandig ging het nog nooit.

We lopen daarna het stadje in en constateren dat het alleen maar kan floreren bij de gratie van het toerisme. We zijn er niet zo kapot van. Op een zonnig terras lunchen we uitgebreid en bestellen er lokale gerechten (inderdaad, ik krijg Sauerkraut met Bockwurst, Pumpernickel en Obstsalat) De sfeer is er ontspannen, want de toeristenstromen zijn nog niet in gang gezet. Onder een strak blauwe lucht wandelen we een uurtje door het vakantieoord. In het postkantoor e-mail ik verjaardagsgroeten naar collega Jo Kicken die op die dag net Abraham ziet. (Pas in september kan hij de post inlezen, zijn mailbox op internet was niet in orde. Ik was toen al lang terug in Nederland.) Tegen vier uur houden we het voor gezien en nemen we de bus terug. Dit “Valkenburg in Argentinië“ is niet echt de moeite waard gebleken. Anderhalf uur later zijn we terug in Cordoba, waar ik me ‘s avonds te buiten ga aan heerlijke dikke locro, een maaltijdsoep van Indiaanse oorsprong  met veel bonen, maïs, aardappelen en pepers.

Vorige Omhoog Volgende