PAGINA'S

BUENOS  AIRES
LA  BOCA
PALERMO
RECOLETA
LA  PLATA
CORDOBA
BELGRANO
TUCUMAN
TAFI  DEL  VALLE
SALTA
ANDES
JUJUY

 

HOMEPAGE
JOS & CLIM

 

ANDES

DE  ANDES - BERGEN IN

Een kwartier te vroeg staan we kleumend van de kou in het stikdonker op de plaza te wachten. Na twintig minuten is het groepje reizigers compleet, maar de bus is er nog niet. Gelukkig laat die niet lang op zich wachten en zoeken we met zijn achttienen een plaatsje in de omgebouwde truck. Martin is de gids, die goed Engels (beter is: Amerikaans) spreekt, een spontane vent voor wie groepen begeleiden zijn enige vaste baan is. Hij wordt bijgestaan door de stevige, gebruinde Antonio, een afstammeling van het taaie Inca-ras, met een speciaal gevoel voor humor. Martin is tevens kok, want in de truck is alles aanwezig om maaltijden en koffie te bereiden. Voor die vorm van catering hebben we vijftien dollar per man extra moeten betalen. De truck is in verschillende compartimenten verdeeld en het dak is uitschuifbaar. Er is bijzonder economisch met de ruimte omgesprongen. Door de extra solide constructie kan je met dit gevaarte op alle vormen van ruw terrein komen. Niet voor niets wordt  hij dan ook safari-truck genoemd, hoewel we niet bepaald achter de wilde beesten aangaan.

We ontbijten ergens langs de weg en rijden de bergen in. We houden halt bij een station van de ‘Tren a las Nubes‘, dit is een voormalige mijnwerkersspoorweg die over een 4500 meter hoge pas dwars door de Andes loopt en Chili met Argentinië verbindt. Als de trein voorbij tuft zien de passagiers (enkel bestaande uit toeristen) ons daar met die bizarre wagen  en beginnen ze uitbundig te zwaaien. We rijden evenwijdig met de spoorlijn de bergen in, waarbij we regelmatig de trein kruisen en er opnieuw gezwaaid en gefotografeerd wordt. Na de vijfde, zesde keer is het nieuwe ervan af en nemen we een andere weg. De trein gaat dan op een wereldberoemde ijzeren boogbrug af, waarna hij terugkeert. Inmiddels is de zon opgekomen en rijden we door brede dalen die omgeven worden door dorre, kale maar bijzonder kleurrijke berghellingen. De hoogste toppen in deze regio reiken tot 6500 meter. Ons hoogste punt is 4.080 meter, maar het grootste gedeelte van de dag bevinden we ons op een hoogvlakte tussen de 3200 en 3600 meter. Van hoogteziekte hebben we geen enkele last, wel enkele van onze medepassagiers. We houden halt in een stoffig gehucht, Talfi heet het, dat wel een heuse kerk en een museumpje rijk is. Daarna gaan we door over de met cactussen begroeide vlakte, waar af en toe een wilde lama, vicuña of ezel te zien valt. Boven de vierduizend meter is er alleen nog maar alpiene begroeiing zoals mossen. In de diepere dalen, waar zelden zonlicht doordringt, ligt soms een eenzame boerderij aan een bergstroompje dat voor enige groen zorgt.

Clim wordt in San Antonio belaagd door een stel Indio-kindertjes. Ze bieden allerlei prulletjes te koop aan, maaR in feite zijn ze gewoon aan het bedelen. We zitten hier op 3700 meter hoogte.

In San Antonio de los Cobres (3800 m) staat in een restaurant lunch voor ons klaar. De lunch is tamelijk overvloedig, jammer genoeg zijn de porties zeer ongelijk verdeeld. Clim trekt aan het kortste eind en blijft een tijdlang mokken.Hier komen meer toeristen, dat moge duidelijk zijn door de tientallen vervuilde kinderen en sjofele oude vrouwtjes die ons opwachten en allerlei spullen te koop aanbieden. Clim koopt van het minst in trek zijnde jochie een mooie steen voor een gulden. De meeste mensen van de groep kopen wel iets, al is het maar om de kinderen tevreden te stellen. Het is net geen bedelen wat ze doen. Alle bewoners zijn van Indiaanse oorsprong; het is net alsof we weer terug in Ecuador zijn.

GRAN  SALAR

DE GROTE ZOUTVLAKTE

Gran Salar is de naam van de grote zoutvlakte die we vervolgens oprijden. Vroeger lag hier een meer dat opgedroogd is. De geografische omstandigheden hier zijn vergelijkbaar met die in het wilde westen van de USA, denk maar aan het Great Salt Lake in Utah. Schitterend in dubbel opzicht. De kleur verandert naarmate de zonnestand anders wordt. Hier maken we ook een groepsfoto; Antonio is met zestien camera’s omhangen. We zijn hier op het verste punt van onze reis. Op nog geen 100 kilometer naar het westen en het noorden liggen respectievelijk Chili en Bolivia. Via een col met negenennegentig haarspeldbochten keren we terug naar de bewoonde wereld. Onderweg draait Martin meeslepende Italiaanse operamuziek, die vooral door de Duitse chirurgen hogelijk wordt gewaardeerd.

Negenennegentig haarspeldbochten
Bergflanken met "Siete Colores"

De laatste stop is in het Indiaanse dorp Parnamarca, waar we bij het scheiden van de souvenirmarkt aankomen. In de nabijheid van dit dorp liggen de prachtige hellingen van de Siete Colores, de bergen met de zeven kleuren. Onderweg genieten we van dat schouwspel in de verzachtende stralen van de ondergaande zon. Hier gebruiken we ons avondmaal. We zijn het daar niet zo mee eens, we zouden liever de Indiaanse sloebers aan hun eetstalletjes iets laten verdienen.Twee uur lang volgen we  door een compacte duisternis de weg naar het zuiden, richting Salta. Iedereen in de truck is aan het kaarten, het lezen of aan het discussiëren, behalve Clim en ik. Wij liggen te pitten.

 

Vorige Omhoog Volgende