|
PAGINA'S
|
|
|
|
Clim wordt in San Antonio belaagd door een stel Indio-kindertjes. Ze bieden allerlei prulletjes te koop aan, maaR in feite zijn ze gewoon aan het bedelen. We zitten hier op 3700 meter hoogte. |
In
San Antonio de los Cobres (3800 m) staat in een restaurant lunch voor ons
klaar. De lunch is tamelijk overvloedig, jammer genoeg zijn de porties zeer
ongelijk verdeeld. Clim trekt aan het kortste eind en blijft een tijdlang
mokken.Hier komen meer toeristen, dat moge duidelijk zijn door de tientallen
vervuilde kinderen en sjofele oude vrouwtjes die ons opwachten en allerlei
spullen te koop aanbieden. Clim koopt van het minst in trek zijnde jochie een
mooie steen voor een gulden. De meeste mensen van de groep kopen wel iets, al
is het maar om de kinderen tevreden te stellen. Het is net geen bedelen wat ze
doen. Alle bewoners zijn van Indiaanse oorsprong; het is net alsof we weer
terug in Ecuador zijn.
|
|
|
GRAN SALAR |
DE GROTE ZOUTVLAKTE |
Gran
Salar is de naam van de grote zoutvlakte die we vervolgens oprijden. Vroeger
lag hier een meer dat opgedroogd is. De geografische omstandigheden hier zijn
vergelijkbaar met die in het wilde westen van de USA, denk maar aan het Great
Salt Lake in Utah. Schitterend in dubbel opzicht. De kleur verandert naarmate
de zonnestand anders wordt. Hier maken we ook een groepsfoto; Antonio is met
zestien camera’s omhangen. We zijn hier op het verste punt van onze reis. Op
nog geen 100 kilometer naar het westen en het noorden liggen respectievelijk
Chili en Bolivia. Via een col met negenennegentig haarspeldbochten keren we
terug naar de bewoonde wereld. Onderweg draait Martin meeslepende Italiaanse
operamuziek, die vooral door de Duitse chirurgen hogelijk wordt gewaardeerd.
|
|
|
Negenennegentig haarspeldbochten |
Bergflanken met "Siete Colores" |
De
laatste stop is in het Indiaanse dorp Parnamarca, waar we bij het scheiden van
de souvenirmarkt aankomen. In de nabijheid van dit dorp liggen de prachtige
hellingen van de Siete Colores, de bergen met de zeven kleuren. Onderweg
genieten we van dat schouwspel in de verzachtende stralen van de ondergaande
zon. Hier gebruiken we ons avondmaal. We zijn het daar niet zo mee eens, we
zouden liever de Indiaanse sloebers aan hun eetstalletjes iets laten
verdienen.Twee uur lang volgen we door
een compacte duisternis de weg naar het zuiden, richting Salta. Iedereen in de
truck is aan het kaarten, het lezen of aan het discussiëren, behalve Clim en
ik. Wij liggen te pitten.